In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

Alles is communautair
31-10-2020
Het ging er, vorige woensdag, zo bitsig aan toe in de plenaire vergadering van het Vlaams parlement dat volksvertegenwoordigers zelf, van op de banken, opriepen tot meer sereniteit in een, inderdaad, beschamend debat. Voorwerp van discussie was eindeloos gehakketak over het feit of Vlaanderen, meer bepaald de Vlaams regering, nu al dan niet op tijd meer strenge coronaregels had ingeroepen dan de Waals-Brusselse tandem.

Het ging er, vorige woensdag, zo bitsig aan toe in de plenaire vergadering van het Vlaams parlement dat volksvertegenwoordigers zelf, van op de banken, opriepen tot meer sereniteit in een, inderdaad, beschamend debat. Voorwerp van discussie was eindeloos gehakketak over het feit of Vlaanderen, meer bepaald de Vlaamse regering, nu al dan niet op tijd meer strenge coronaregels had ingeroepen dan de Waals-Brusselse tandem. 

 

Waarbij vooral de Vlaams nationalisten in de regering beladen werden met alle zonden van Israël.

 

Wie Camus gelezen heeft weet dat de pest plots uitbrak, dat de stad daarop onverbiddelijk op slot ging waarna de plaag even onaangekondigd verdween als ze gekomen was. 








































In tijden van globalisering ligt dit recept wat moeilijker maar anderzijds is er niets mis met subsidiariteit en beleid dat maximaal verfijnd wordt in functie van lokale omstandigheden. 

Zeker wanneer de neveneffecten van de maatregelen voor de bevolking loodzwaar zijn en de economische gevolgen er van ons nog jaren zuur zullen opbreken. 

 

Het gezamenlijk optreden van de Antwerpse provinciegouverneur en de burgemeester van Antwerpen deze zomer heeft bewezen dat dit lokaal toegepast beleid werkt. Ook Duitsland, dat tot voor kort enkel een dergelijke strategie toepaste, behaalde daarmee een goed resultaat dat, terecht, veel lof oogstte. 

 

De provincies Luik, Henegouwen en het Brussels Hoofdstedelijk gewest hadden maatregelen kunnen nemen om maximaal te verhinderen dat het virus als een lopend vuurtje zou overslaan naar andere provincies en/of gewesten. Maar ze staarden enkel in de richting van Parijs en kwamen pas in beweging toen men daar in actie trad. Wanneer het regent in Parijs druppelt het niet enkel in Brussel, maar blijkbaar in het hele land. 

 

De pandemie misbruiken, zoals nu gebeurt, om door te drukken dat bevoegdheden opnieuw naar federaal zouden versast worden is zonder meer laakbaar. ‘Tous ensemble’ klinkt meer dan ooit ronduit vals. Wanneer wij in de Kamer door Défi de goede ‘democraten’ uit Vlaanderen horen loven, de ‘solidariteit’ bejubeld wordt en het doordrukken van maatregelen die de  Vlaamse meerderheid eigenlijk niet wil, weten wij hoe laat het is. Een gewest dat jaarlijks meer dan 11 miljard transfers ophoest heeft geen lessen te ontvangen op gebied van solidariteit. 

 

We zien, overal in de wereld, de verleiding ontstaan voor groepen die de macht willen, om uitzonderlijke bevoegdheden die samengaan met de bestrijding van de pandemie, te misbruiken. Het broeit opnieuw in Taiwan, Hong Kong en nu ook in Bangkok. In Catalonië flakkert de heksenjacht op de separatisten op. Ook bij ons blijft waakzaamheid geboden.

 

Om wat perspectief te bieden over hoe de vork aan de steel zit tussen Vlaanderen enerzijds en Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest anderzijds, hierbij de bijdrage van deze maand in Grondvest van Bernard Daelemans, voorzitter van het Vlaams Komitee voor Brussel. 


Veel leesplezier en hou het veilig! 




Corona, gezondheidsbeleid en de communautaire angels in Brussel


In het Brussels parlement (juister gezegd : in de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie) kreeg gezondheidsminister Alain Maron (Ecolo) de wind van voren van zowat alle fracties tijdens een actualiteitsdebat over zijn aanpak van de coronacrisis.

In de zomer maakten de Brusselse bewindvoerders zich nog vrolijk over de crisis in Antwerpen, waar zowaar de avondklok werd ingevoerd om een opflakkering van de epidemie te smoren. Toen reeds waren er een aantal stemmen uit Brussel die waarschuwden dat het voorbarig was om vanuit Brussel hoog van de toren te blazen. De hoofdarts van het Sint-Jansziekenhuis, Kenneth Coenye, wees er toen al op dat de ontwikkeling in Brussel toen al de verkeerde kant op ging en dat ‘Antwerpse toestanden’ niet veraf waren.

Geen spoeddebat

En inderdaad, in september trok ook de directeur van het UZ-Brussel aan de alarmbel: de voor COVID-patiënten voorbehouden bedden in de intensieve zorg lagen vol, het uitbreiden van de capaciteit zou ten koste gaan van de medische zorg voor andere pathologieën. Intussen bleek dat het uitbouwen van testcapaciteit in Brussel maar moeizaam verliep en dat de contactopsporing – bij gebrek aan tijd en personeel - overschakelde van opbellen van de betrokkenen naar het versturen van sms’jes, wat natuurlijk een ondermaatse communicatievorm is wanneer dringende en dwingende adviezen en cruciale informatie moeten worden overgebracht. Ook de Eerste Lijn, de huisartsen, die in dit proces werden betrokken, liet bij monde van de Brusselse Huisartsenkring weten dat ze de situatie niet meer aankunnen. Brussels parlementslid Gilles Verstraete (N-VA- eiste al in augustus een spoeddebat in het Brussels parlement maar dat vond men toen niet nodig.
Opmerkelijk genoeg allemaal Vlaams-Brusselse actoren die de dingen bij hun naam noemden terwijl de Franstalige bestuurders, minister-president Rudi Vervoort (PS) op kop, uitblonken in afwezigheid en een en ander vooral relativeerden. Het zou zo’n vaart niet lopen. Geconfronteerd met de onweerlegbare cijfers – en altijd ook met de blik op Parijs - moesten ze dan toch ingrijpen en vaardigden ze eerst een vervroegd sluitingsuur van cafés aan en vervolgens een volledige sluiting. Opeens moesten alle Brusselaars overal mondkapjes dragen (tot in het Zoniënwoud toe), daarna werd hier alweer op teruggekomen.

Zware uitval naar Vlaams ziekenhuis

In het nauw gedreven door al het slechte nieuws, begon minister Maron in de media zwaar uit te halen naar het ‘Vlaamse ziekenhuis’ dat Brussel opzadelt met reputatieschade. Ook moest er rekening gehouden worden met het feit dat – met name in de zwaar getroffen kanaalzone (laag-Molenbeek) – bevolkingsgroepen wonen die ‘moeilijk te bereiken’ zijn via de klassieke mediakanalen. In een commissievergadering maakte hij zich – door een onhandige verwoording voornamelijk – onsterfelijk met een uitlating dat er ook niet moet overdreven worden met het testen, omdat dat belastend is voor het milieu en een enorme afvalberg oplevert. Tijdens de plenaire zitting hield hij het erop dat hij ‘zijn best doet’, dat er extra-aanwervingen gepland zijn om de tests en opsporingscapiciteit op te voeren, dat er een aantal zaken zijn die niet van hém maar van de federale overheid afhangen en dat hij een beetje meer ‘respect’ verwacht in het parlementaire debat want dat we anders in ‘ondemocratisch’ vaarwater terecht komen. Over pro-actieve strategieën om ‘moeilijk bereikbare bevolkingsgroepen’ aan te spreken, geen woord.

Marginalisering Vlaamse zorginstanties

De giftige uitvallen van Maron naar de Vlaamse instanties in Brussel die hun verantwoordelijkheid opnemen zijn niet het enige ‘communautaire’ aspect in dit verhaal. Maron is – op papier althans – niet alléén verantwoordelijk voor het gezondheidsbeleid. De zorg is niet voor niets geen gewestmaterie maar een zaak van de ‘Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie’ (GGC) en bijgevolg is dit domein een gedeelde bevoegdheid van Maron en collega Elke Van den Brandt (Groen). Maar Van den brandt heeft van in het begin duidelijk gemaakt dat zij deze haar bij wet toegewezen bevoegdheid volledig naar Maron delegeert. Ze is dan ook in geen velden en weiden te bespeuren wanneer de kwesties in het parlement aan de orde worden gesteld. Dat is een ernstige zaak want taal is nu eenmaal een belangrijk aspect van zorg en de instellingen zijn ook om die reden zo ontworpen dat een Nederlandstalig regeringslid mee bevoegd is bij het beleid en het toezicht op de zorginstellingen.
De openbare ziekenhuizen en vele andere zorginstellingen hangen eigenlijk af van de Brusselse OCMW’s. Het is al jaar en dag bekend dat de taalwetgeving daar op groteske wijze wordt overtreden. Ooit hadden we een Vlaams regeringslid, Rufin Grijp (sp.a), die deze kwestie nog aan de orde stelde binnen de Brusselse regering – ook al kon hij de facto niet veel aan de toestand veranderen. Zijn opvolger Guy Vanhengel (Open VLD) veegde de kwestie maar al te graag onder de mat en met Elke Van den Brandt gaan we nog een stap verder: ze ondergraaft - door zich aan haar verantwoordelijkheid te onttrekken - het hele systeem dat bedoeld is om de Vlamingen in de ‘tweetalige’ zorgsector te beschermen.
Het is bekend dat Groen de ‘taalmuur’ in Brussel wil slopen. De uitholling van de GGC-structuur is een speerpuntactie om dat politieke doel te verwezenlijken. Het komt neer op een definitieve abdicatie wat betreft de grondwettelijke tweetaligheid van de instellingen in Brussel en het leidt tot een marginalisering van de Vlaamse zorginstanties. De manier waarop Maron deze instanties in het openbaar stigmatiseert, spreekt boekdelen over de intenties van de Franstalige beleidsmensen. Door zich in stilzwijgen te hullen, steunt Van den Brandt een mentaliteit en een beleid dat de Vlamingen in Brussel geen volwaardige plaats gunt.

Bernard Daelemans
Voorzitter
Vlaams Komitee voor Brussel

Terug naar overzicht