In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

En jaar later
26-5-2020
Het is, vandaag, n jaar geleden dat de verkiezingen voor federaal, Vlaams en Europees parlement plaatsvonden. Het samenstellen van de regeringen van de deelstaten en de Europese uitvoerende vergaderingen liep niet van het gebruikelijke leien dakje, maar op een volwaardige federale regering wachten we nog steeds.



Het is, vandaag, één jaar geleden dat de verkiezingen voor federaal, Vlaams en Europees parlement plaatsvonden. Het samenstellen van de regeringen van de deelstaten en de Europese uitvoerende vergaderingen liep niet van het gebruikelijke leien dakje, maar op een volwaardige federale regering wachten we nog steeds.




Als verjaardagscadeau gaf de studiedienst van een grote bank gisteren, 25 mei, mee dat het Belgisch begrotingstekort dreigt op te lopen tot 46 miljard € en de overheidsschuld weldra 122,6% van het bbp zal bedragen. De grootste economische crisis uit de 100 laatste jaar, volgens Bart De Wever, is uiteraard niet enkel het gevolg van de uitblijvende regeringsvorming. De pandemie veroorzaakt door het coronavirus zit er ook voor wat tussen. Maar dat deze crisis zo zwaar doorweegt heeft wél te maken met jaren Belgisch wanbeleid. Waarbij Vlaanderen, volens nolens, mee de dieperik wordt ingesleurd. 



‘Never waste a good crisis’ 


‘Laat een goede crisis nooit verloren gaan’ zei Churchill. Een beproefd recept om verloren vertrouwen en gemis aan populariteit terug te winnen. In dit land heeft de CoVid-19-crisis, dé gelegenheid bij uitstek om een restregering zonder meerderheid in het zadel te hijsen, die bovendien volmachten toegestopt kreeg en alle exclusieve media-aandacht genoot waar ze maar kon van dromen, er, raar maar waar, toe geleid dat het vertrouwen meer dan ooit zoek is.  


Niet de bevoegdheidsverdeling tussen de gewesten, gemeenschappen en federaal is hier de oorzaak van. Wat alles in het honderd deed en doet draaien is de federale restregering zélf. 



Kafka vs efficiëntie 


Bij dezelfde partijen die aan de oorzaak liggen van deze kafkaiaanse troep van jewelste weerklinkt nochtans, luider dan ooit, de roep om efficiënter te gaan werken. Vertaald naar het Belgisch-nationalistische immer aanwezige opzet: gewest- en of gemeenschaps-bevoegdheden moeten terug overgeheveld worden naar het federale niveau. 


Laat het deze keer een ‘liberale staatshervorming’ worden, deed meteen de pas verkozen Open-VLD-voorzitter, één jaar na 26 mei, en na zes mislukte staatshervormingen, zijn gloednieuwe duit in het zakje. De Belgische liberale staatsvorming bij uitstek was die van 1830: naar dat recept wil niemand nog terug want dat heeft pas écht bewezen dat het totaal onwerkbaar is. 


‘Laat het vooral een regering worden’ weerklinkt het uit Vlaamse socialistische hoek. De welke doet er blijkbaar niet meer toe, maar men hoopt in werkelijkheid wel dat de opeengestapelde ‘njets’ van Paul Magnette aan NVA-adres, samen met de schrik voor nieuwe verkiezingen, Vlaanderen inmiddels klein hebben gekregen. 


Vertrouwen is zoek


Het vertrouwen in de traditionele politieke partijen is inmiddels zo diep weggezakt dat de media zelfs niet meer durven te peilen naar partijvoorkeuren van de kiezers maar eerder vragen stellen naar wat de mensen ‘écht bezighoudt’. (peiling VRT-DS 23 mei ’20)  . In volle coronacrisis luidt dat antwoord, uiteraard, ‘gezondheidszorg’. Wie had wat anders verwacht? 


En toch, wanneer ze over dit resultaat ondervraagd worden, grijpen politici dit zélf meteen aan om te pleiten voor, jawel, institutionele oplossingen. Namelijk het opnieuw federaliseren van de gezondheidszorg. Want de 6de staatshervorming ‘werkt niet’, zo stelde Meyrem Almaci in de Zevende Dag (24 mei ’20) en dat is, samen met het Vlaams-nationalisme, per definitie de oorzaak van alle kwaad. Dat dogma horen we al langer. 


Is het feit dat er onvoldoende ‘zorg en warmte’ zou zijn écht het gevolg van een resem aan mislukte staatshervormingen? Jawel, we zijn het, voor een keer, eens met de voorzitter van Groen!. Alleen ligt dit niet aan de aard van de Vlaming, die ten onrechte wordt voorgesteld als hardvochtig. En heeft dit hoegenaamd niets te maken met het feit dat die Vlaming meer eigen bevoegdheden wil en ervoor ijvert om zélf over zijn politieke lot te kunnen beslissen.  Integendeel. 


De miljarden aan middelen die vandaag, ook in Vlaanderen, ontbreken zijn, jaar na jaar, weggevloeid naar Wallonië. En indien nú onvoldoende geld overblijft voor, onder andere, de zorg, of het financieren van de opvangmaatregelen die de bevolking moet helpen om de crisis te doorstaan, dan is dat het gevolg van een niet ver genoeg doorgedreven opsplitsing van bevoegdheden. Waarbij de financiering en vooral de responsabilisering niet naar behoren zijn gevolgd. Niet van het feit dat de bevoegdheden anders werden ingedeeld. 


Ook Vlaanderen wil beter, voor iedereen die hier woont, maar het heeft de middelen die deze ‘warmte’ moeten mogelijk maken, al lang, ongewild en vooral ongecontroleerd, doorgesluisd. Wat Vlaanderen niet meer heeft, kan het geen tweede keer uitdelen. 











De Vlaams-nationalistische familie is de winnaar van de verkiezingen


Dat de Vlaamse kiezer dit alles – grondwettelijk noodgedwongen - ondergaat maar het eigenlijk anders wil was op 26 mei 2019 meer dan duidelijk. De Vlaams-nationalistische partijen, zij die ijveren voor onafhankelijkheid of minstens méér Vlaamse bevoegdheden, kwamen met grote voorsprong als eersten uit de verkiezingsstrijd. Zelfs op federaal niveau vormen zij de grootste politieke familie. Een familie die nog verder groeit, indien de peilingen kloppen. Maar het blijkt, volgens sommigen, geen goede familie te zijn…


De krampachtigheid waarmee wordt gepoogd om deze electorale realiteit als betekenisloos, zelfs verkeerd, weg te zetten, wordt met de dag aandoenlijker. De mate waarin minderheidspartijen zich vastklampen aan de macht, in weerwil van wat de Vlaamse kiezer wil, heeft meer weg van een machtsgreep dan van het verdedigen van de democratische waarden waar deze politici zelf mee dwepen wanneer het erop aankomt om Vlaams-nationalisme van de macht te weren. Laat ons de redenering omdraaien: zouden deze kampioenen van de échte democratie, indien ze zeker waren van hun legitimiteit en mandaat, huiveren voor verkiezingen zoals ze dat nu doen? Wat kan, voor een échte democraat, verkeerd zijn met het oordeel van de bevolking? Wanneer er onduidelijkheid heerst en geen regering kan gevormd worden, zoals nu het geval is, heeft slechts één partij recht op het laatste woord. En dat is de kiezer. 


H.R. 


Terug naar overzicht