In de kijker

Kalender

Grondvest

VLAAMSE STAATSVORMING EN NIETS MINDER
5-5-2020

Dat de minderheidsregering-met-volmachten inmiddels een aflopend verhaal is staat nu bijna zo goed als vast. Alle partijen, zelfs die van ‘l’état c’est moi’-Georges Louis Bouchez, zien inmiddels in dat het veiliger is om  na drie maanden een einde te stellen aan het uitzonderingsregime.







VOLMACHTEN


Volmachten zijn bedoeld om in uitzonderlijke toestanden snel en efficiënt te kunnen werken. Hier slaagde de restregering er in om het tegengestelde te bereiken. Deze keer niet doordat de bevoegdheden verspreid zaten tussen de verschillende niveaus, wél omdat de federale regering zélf niet in staat bleek om orde te scheppen in de door haar gecreëerde chaos. Het is dus beter, ook uit weloverwogen partij-eigenbelang, om dit kafkaiaans circus zo snel als mogelijk op te doeken.


BELGISCH-NATIONALISTEN


Belgisch-nationalisten zijn evenwel nooit te beroerd om te ijveren voor herfederalisering. En misbruiken dan ook schaamteloos deze ‘niet-gelegenheid’ daartoe. Zo weerklinkt ook nu de roep naar meer eenheid in het commando. Dat het niveau van besluitvorming ook, en zelfs beter, Vlaams kan zijn, behoort evenwel niet tot de -in hun ogen- mogelijke, laat staan correcte antwoorden.


HET KAN ZO NIET VERDER


Het kan zo niet verder met dit land. Dit is inmiddels, nog maar eens, voor iedereen die wil zien, duidelijk. Zelfs in tijden van zware crisis, waar eenheid zou de moeten de bovenhand halen,  heeft de bevolking meer vertrouwen in de virologocratie dan in de eigen verkozenen. Dat is veelzeggend. In dit land wordt ‘Tous ensemble’, door de restregering op kop, dan ook enkel in het Frans verbogen.











CONSTRUCTIEFOUTEN


Om daaraan te verhelpen nog wat meer ‘constructiefouten’ wegwerken, de oplossing die CD&V voorzitter Joachim Coens (DS 2 mei 2020) voorstelt, zal niet volstaan.  Minder dan ooit zelfs. Dit is ook logisch. Het zijn niet de constructiefouten in ons systeem die maken dat het land vierkant draait, het systeem zelf is aangetast door één grote fundamentele fout, namelijk die van het gebrek aan legitimiteit. België is geen natie, Vlaanderen is dat wel. Het is daar, bij het Vlaamse volk, dat de soevereiniteit en dus de macht hoort te zitten. Nergens anders.


EIGEN STAAT


Het is dus niet aan een zoveelste staathervorming dat wij nood hebben maar aan staatsvorming. Vlaanderen heeft recht op een eigen staat. Niet meer en vooral niet minder. 


In afwachting daarvan doet de Vlaamse regering er goed aan om de eigen bevoegdheden maximaal verder in te vullen en uit te oefenen. 



Guy Tegenbos schreef, terecht,  (DS 29 april 2020) dat ‘De deelstaten’ door van de nationale veiligheidsraad raad deel te gaan uitmaken, hem  ‘de legitimiteit’ (brachten)  ‘die de kaduke federale minderheidsregering niet had.’



Wanneer we het gebakkelei zagen over het al dan heropenen van de scholen op 15 mei (in Vlaanderen) dan wel 18 mei ( in België), hadden wij de indruk dat de Vlaamse regering  dit zelf niet goed beseft.


RAAD VAN STATE


De Raad van State is duidelijk: elke niveau binnen de federale constructie blijft, ook en zelfs  in tijden van pandemie, bevoegd binnen het eigen kader. Indien het anders was, dan diende de wetgever dat uitdrukkelijk te voorzien. Er kan, voor wat de bevoegdheden van de Nationale Veiligheidsraad betreft en de maatregelen die in het kader van deze vergadering worden getroffen,  hooguit sprake zijn van een samenwerkingsakkoord. (RvSt – afd.wetgeving, adv.nr. 53.018 en advies nr. 47.062). 


Het is dus niet zo dat bevoegdheden plots bij de Nationale Veiligheidsraad of de federale restregering zouden komen te zitten. Vlaanderen is en blijft alléén bevoegd voor de materies die aan gemeenschap en gewest wettelijk werden toebedeeld. En moet er over blijven waken dat federaal zijn bevoegdheden niet inpikt.


VLAAMSE BEVOEGDHEDEN


Het is schrijnend dat onze ouderen en de mensen die instaan voor hun verzorging in Vlaamse rusthuizen omkwamen of ziek werden omdat federaal niet voor een voldoende voorraad beschermend materiaal had gezorgd. Vlaanderen had dit moeten voorkomen door zélf voor een gepaste voorraad te zorgen. Het is echter nog meer  onaanvaardbaar dat federaal probeert (en deze poging  werd gelukkig meteen verijdeld)  om zelf de opsporing van besmette personen te organiseren. Deze crisis mag geen voorwendsel zijn om, naast het beknotten van onze grondrechten, Vlaamse bevoegdheden in te pikken.  



Het is duidelijk: Vlaanderen moet verder, vooruit, zo ver als het kan, daarbij zelf(s) actief de grenzen opzoekend van de wet. En moet daarbij voortbouwen aan de eigen staat. Dat is het minste dat van een regering aangevoerd door Vlaams-nationalisten kan verwacht worden. 


Wanneer de kostprijs en de financiering van de crisis op de voorgrond komt te liggen, zal de noodzaak daartoe pijnlijker duidelijk worden dan ooit. Wie de crisis zal betalen, als het van de belgische staat afhangt, kunnen wij nu al voorspellen. 


Het is deze keer evenwel écht genoeg geweest. Opdat het in het zuiden duidelijk zou zijn :  ‘On a déjà donné’. Wij hebben al genoeg gegeven en toegegeven. 


Het is evenwel niet enkel een kwestie van centennationalisme : de fundamenteel verschillende ingesteldheid,  is opnieuw gebleken bij  de manier waarop het veelvoud aan instellingen die het federale land ‘rijk’ is, zich hebben georganiseerd bij het uitbreken van de pandemie.


ZUIDERBUREN


Onze zuiderburen vonden zich, in al hun verschillende geledingen, in navolging van federaal, meteen geroepen om in uiteenlopende mate en in wisselende samenstelling, verregaande volmachten aan hun uitvoerende machten te verlenen. Waarna het ene na het andere parlement prompt de werkzaamheden staakte. Eigenlijk de democratie wat in de steek liet. 

Alleen de Vlaamse regering bleef in normale democratische omstandigheden aan de slag, dat wil zeggen onder toezicht van het parlement, dat er, uiteraard, waarom ook niet, toe in staat blijkt om, zoals velen onder ons, ook van op afstand te werken. 


Voor zo ver als nog dient aangetoond te worden: ook en zelfs hier heerst een discrepantie tussen Noord en Zuid. En ze is niet van de minste. 


Op de vraag van de krant (DS 2 mei 2020) aan voorzitter Coens, nl.  : Is het na een crisis als deze toch niet opportuun om aan de kiezer te vragen wie hij straks aan de knoppen wil zien?lijkt ons het gegeven antwoord dan ook veel minder vanzelfsprekend dan :‘Je kunt dat overwegen als we wat verder gevorderd zijn en als er een ambitie is om voor te leggen aan de kiezer. Maar ik denk nog altijd dat de kiezer de kaarten gelegd heeft in mei vorig jaar en dat wij de opdracht hebben om daar een antwoord op te geven.’


Na de wantoestanden van de laatste weken zou het wel eens kunnen dat vooral de Vlaamse kiezer daar héél anders over denkt dan een jaar geleden. En welke democratie is nu bang van het oordeel van de kiezer ? Toch niet de onze ? 


Hilde Roosens



Terug naar overzicht