In de kijker

Kalender

Grondvest

De inkanteling van de Franse Gemeenschap in Brussel: een onomkeerbaar proces?
19-2-2020

Onlangs brak Johan Vande Lanotte (SP.A) een lans voor een Belgische Unie met vier gewesten. In een reactie hierop, stelde Karel De Gucht (Open VLD) dat het onvermijdelijk was dat Vlaanderen Brussel als volwaardig gewest zal moeten aanvaarden. Hij meent dat Brussel op lange termijn ook bevoegd moet worden voor onderwijs en cultuur.

 

Brussel als “région à part entière” is al sinds de oprichting van het gewest een constante eis van de Franstaligen en de roep ernaar wordt, met een nieuwe staatshervorming in zicht, luider en luider. Het was het eerste wat gepleit werd in de nieuwjaarsspeech van de nieuwe voorzitter van het Brussels parlement, Rachid Madrane (PS).

 

Dat betekent niet dat de Franstaligen wachten op een staatshervorming om de bevoegdheden van de Franse gemeenschap in te kantelen in Brussel. Vooreerst kan de failliete Franse Gemeenschap de factuur voor zijn Brusselse bevoegdheden mooi doorsturen naar Brussel. Bovendien wordt er een sterk Franstalig blok gecreëerd tegen Vlaanderen en de manier waarop Vlaanderen haar bevoegdheden in Brussel uitoefent. Denk maar aan de alarmbelprocedures die werden ingesteld door de diverse Franstalige (m.i.v. Brusselse) parlementen tegen de Vlaamse inschrijvingsdecreten die de toegang van Vlamingen tot de Vlaamse scholen willen verbeteren.

 

De rusthuizen van de COCOF, de Brusselse poot van de Franse Gemeenschap, waren zwaar verlieslatend. Brussel werd dankzij de catastrofale zesde staatshervorming bevoegd voor de “bicommunautaire” (tweetalige) rusthuizen. Onmiddellijk werd overgegaan tot de inkanteling van alle Franstalige rusthuizen naar het Brussels niveau. Waren deze rusthuizen tweetalig? Neen. Was dit wettelijk? Neen. Et alors?

 

Op vlak van inburgering is de financiële stroom van Brussel naar de Franse gemeenschap nog rechtstreekser. Vlaanderen had al langer dan tien jaar een internationaal gelauwerd parcours met het BON (het Brussels Onthaalbureau) dat op vrijwillige basis inburgeringstrajecten in Brussel aanbood. Het inburgeringsbeleid van de COCOF kan gekwalificeerd worden als onbestaande. Toen Brussel besloot om inburgering te verplichten, werd onmiddellijk een enorme dotatie toegekend aan de COCOF voor het oprichten van Franstalige inburgeringsbureau’s. Dit met behulp van toenmalig minister Guy Vanhengel (Open VLD). Vlaanderen, dat wél al jaren investeerde in Brusselse inburgering kreeg geen centiem. Minister Alain Maron wil de Franstalige inburgering volledig overhevelen naar Brussels niveau en een Brussels “tweetalig” parcours inrichten. Niet alleen weten we allemaal wat Brusselse “tweetalige” parcours betekenen, dit “nep-tweetalig” parcours zal de overlevingskansen van de Vlaamse inburgeringsparcours in Brussel heel klein maken. Minder Nederlands in Brussel? Tant mieux!

 

En tenslotte het laatste voorbeeld: de schoolcontracten. Vlaanderen voert al jaren een succesvol “Brede school” beleid, waarbij de schoolinfrastructuur ook opengezet voor buurtactiviteiten. De Franstalige gemeenschap kijkt al jaren vol afgunst maar kan, om financiële redenen, dit niet toepassen. Vandaar dat bij Brusselse ordonnantie de “schoolcontracten” in leven werden geroepen. Hetzelfde principe als de “Brede school”  wordt ingevoerd voor alle scholen in Brussel. Op kosten van Brussel en tegen elke (grond)wettelijke regel in. Gelukkig werd tijdig ingegrepen door het Vlaams Komitee voor Brussel, dat tegen deze ordonnantie een beroep tot nietigverklaring indiende bij het Grondwettelijk Hof. Dankzij dit tijdig beroep, had ook de Vlaamse regering de tijd om zich aan te sluiten bij de procedure.

 

En zo zijn er nog vele andere voorbeelden van “verbrusseling” van de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap, ten koste van niet alleen van de Vlaamse gemeenschap, maar ook van het Nederlands in Brussel. In mijn glazen bol zie ik binnenkort “tweetalige” crèches ontstaan. En op geruisloze wijze is men ook de inkanteling van het totaal failliete Erasmusziekenhuis van de Franse Gemeenschap in de Brusselse IRIS-koepel van ziekenhuizen aan het voorbereiden.

 

Met de nieuwe Brusselse regering wordt deze tendens ook politiek georganiseerd. De kabinetten van Brussels minister Alain Maron (Ecolo) en minister Barbara Trachte (Ecolo), voorzitter van de COCOF, bestaan uit dezelfde personen. Wie nergens te zien is in dit verhaal, noch in de parlementaire commissie  van de Brusselse GGC, waar deze materies behandeld worden, is minister Elke Van den Brandt (Groen). Het is nochtans haar taak om te waken over de belangen van de Brusselse Vlamingen. Haar complete afwezigheid is ronduit inciviek gedrag en een klap in het gezicht van alle Brusselse Vlamingen die hun stem aan haar gaven. De enige hoop op een kritische stem ligt bij Vlaams minister voor Brussel Benjamin Dalle (CD&V), die – in tegenstelling tot zijn voorganger, minister Sven Gatz (Open VLD)  - wél de collegevergaderingen van de Brusselse GGC schijnt bij te wonen. Wordt vervolgd…

 

 

Bernard Daelemans,

voorzitter Vlaams Komitee voor Brussel

 

Terug naar overzicht