In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

Vincent Scheltiens: Vlaamse onafhankelijkheid. Kanttekingen bij de reis, het kompas en de gids.
18-10-2019
Op 12 oktober stelden wij ons Witboek Vlaamse Staatsvorming voor. We vroeger professor Vincent Scheltiens om een kritische blik te werpen op ons project.

1.     De reis.

 

België is niet het enige land waarbinnen een aantal politieke en sociale krachten streven naar verzelfstandiging en onafhankelijkheid van hun regio; wat men in het Engels sub-state nationalism noemt. Dat streven doet zich vandaag in verschillende gedaanten voor, met verschillende intensiteit en – ik kom erop terug – met verschillende strategieën in andere Europese staten zoals Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Italië…

 

Wat drijft deze onderling verschillende en toch verwante stromingen? Ze legitimeren alle hun streven vanuit een aparte identiteit, eentje die verschilt met die van de staat waarbinnen ze zich gekneld achten. Ze problematiseren die identiteit allerminst en wortelen die retroactief zo diep mogelijk in de geschiedenis. Ze achten die identiteit minder veranderlijk of onaf dan hun critici doen. Die identiteit wensen ze te institutionaliseren. Ze baseren zich alle op het recht op zelfbeschikking om die institutionalisering te wettigen.  Dit alles legitimeert, zo menen ze, hun reis naar de onafhankelijkheid.

 

In al deze gevallen passeert deze reis langs dezelfde tolpoortjes en legt ze dezelfde etappen af. Volk wordt wakker (negentiende eeuw). Volk wordt natie (twintigste eeuw). Natie moet staat worden (in de 21ste-eeuw). In wat we in de historiografie een teleologische visie noemen - de idee dat de uitkomst al van in het begin bepaald was - omschrijft het Witboek bij herhaling de stap naar onafhankelijkheid als “logisch”; het eindpunt van een “natuurlijke evolutie”.

 

Om de reis te kunnen afleggen, vaart te verwerven en volharding te tonen is een partner nodig, of beter een opponent. Iemand die de ontwikkeling van de eigenheid niet gunstig gezind is of minstens wil beperken. Die ‘andere’ speelt een cruciale rol in zowel de identiteitsconstructie als in de reis naar onafhankelijkheid. Het is dankzij die ‘andere’ dat de interne tegenstellingen en tegenstrijdigheden kunnen overwonnen worden. In vele gevallen is dat de unitaire staat en/of de krachten die deze staat inzetten om de aparte identiteit de volledige ontplooiing te ontzeggen. Voor Vlaams-nationalisten is dat België en de Franstaligen of Walen. Spanje voor de Catalaanse en Baskische independentisten. Het Verenigd Koninkrijk voor de Schotse onafhankelijkheidsgezinden. Italië voor de separatisten van Veneto.

 

Men wil los van die ‘andere’ omdat die de volledige zelfontplooiing van de eigen natie verhindert. In het eigen jargon: die ‘andere’ vormt een dwangbuis, keurslijf of gevangenis. Er is één element die de Vlaamse variant van de andere naties onderscheidt: Vlaanderen is geen minderheid. Getalsmatig vormen Vlamingen een stevige meerderheid in België en economisch boert de regio beter dan het zuiden van het land. Het demografische overwicht is al meer dan een eeuw oud; het economische overwicht al een halve eeuw. In de literatuur vinden we daar – naargelang het perspectief – twee omschrijvingen voor: Vlaanderen is een “geminoriseerde meerderheid” of de Vlaamse beweging gedraagt zich als een “mentale minderheid”.

 

Sinds enige tijd moet die reis dus uitmonden in een onafhankelijke staat. Ten onrechte situeert het Witboek die idee op een substantiële wijze vóór de Eerste Wereldoorlog; zoals het ook een Vlaams politiek bewustzijn ontwaart vóór de stichting van België. In beide gevallen botst het militantisme op de historiografische consensus. Dat gebeurt wel vaker.

 

Die staat mag niet in het ijle terechtkomen. Het Witboek preciseert dat “een traject van staatkundige autonomie moet ingebed worden in een internationale context”. Letterlijk klinkt het: “Een onafhankelijk Vlaanderen als volwaardig lid van de Europese Unie”.

 

Hier stoten we op een eerste majeur probleem dat het Witboek ook tracht bij de horens te vatten: de eindbestemming van de reis. Hotel Europa is immers gesloten. Het luidt dat alle kamers bezet zijn. Er worden geen nieuwe boekingen meer aanvaard. Vraag het aan Carles Puigdemont, tot oktober 2017 minister-president van de Catalaanse regering en hét gezicht van een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring die acht seconden van kracht was vooraleer ze ‘on hold’ werd gezet.

 

De wereld van 2004, toen de Europese instanties en lidstaten een zogenaamde ‘big bang’ ondernamen, is niet meer. In dat jaar traden niet minder dan tien nieuwe lidstaten toe. Naast Cyprus en Malta ging het om Tjechië, Estland, Letland, Lithouwen, Polen, Hongarije, Slowakije en Slovenië. Drie jaar later zouden ook Bulgarije en Roemenië volgen.

Het ging toen om de consecratie van de overwinning in de Koude Oorlog. Veel van wat in de voormalige Sovjet-Unie en de Balkan splitste was welkom, ook al gebeurde dat een beetje hals-over-kop, verblind door de potentiële afzetmarkten en de lage-loonregio’s voor overheveling van maakindustrie.

 

Maar vandaag worstelt de EU met een geloofwaardigheidscrisis en heeft ze alle moeite van de wereld om – naar de woorden van Job Cohen – ‘de boel bijeen te houden’.

Turbulentie rond asiel en migratie, turbulentie ten gevolge van een hardvochtige en eenzijdige soberheidspolitiek na de bankencrisis van 2008, met name in Zuid-Europa. Nu nieuwe lidstaten erbij nemen, kan even niet. Bovendien zou het een bestraffing zijn van lidstaten die binnen de EU in eerste en laatste instantie nog steeds het zwaartepunt van de macht vormen. Waarom zichzelf bestraffen? Of waarom een collega-lidstaat bestraffen en dan de dominostenen binnen de eigen landsgrenzen zien omvallen? Nee, dus.

 

Op de EU als eindbestemming moet niet gerekend worden. Ook niet door de EU unilateraal voor een voldongen feit te zetten. Die reis eindigt in een Waterloo. Figuurlijk. En letterlijk.

 

Terloops gezegd vergt dit van elke eenzijdig afgescheurde entiteit dat het niet alleen zijn grenzen afbakent en versterkt maar bovendien ook een eigen munt invoert want wat voor de EU geldt zal ook voor de EMU gelden. Benieuwd of het bedrijfsleven de handen op elkaar zal krijgen voor dit soort hals-over-kop onafhankelijkheidsstreven.

 

Tweede probleem. Het Witboek omschrijft de stap naar onafhankelijkheid als “logisch” omdat het belang van de unitaire staat afkalft en steeds meer bevoegdheden zich op het supranationale, Europese niveau situeren.

 

Dat is opvallend want hier stelt zich een gigantisch probleem met iets dat nationalisten of soevereinisten na aan het hart zou moeten liggen. De uitbouw van een eengemaakt Europa is op zich een goed idee dat we allemaal delen. Maar het Europa dat – vanaf de late jaren tachtig en de jaren negentig – een kwalitatieve sprong voorwaarts maakte is enigszins mismaakt en wordt gekenmerkt door een democratisch en sociaal deficit dat zo mogelijk nog groter is dan dat van de Belgische unitaire staat.

 

Moeten we enthousiast zijn over een “staats”structuur waarbij alle macht bij de (niet verkozen) uitvoerende instellingen ligt en het parlement er op geen enkele manier tegenop weegt?

 

In wezen komt het hierop neer: er werd vanop het nationale vlak soevereiniteit overgeheveld naar een supranationaal vlak… zonder dat daar een nieuwe soevereiniteit ingesteld werd. In Antwerpen zeggen we dat we hierdoor ‘gejost’ zijn.

 

De democratische en sociale krachtsverhouding die er nog was op nationaal vlak – en die we terecht als ruim ondermaats kunnen bekritiseren – is tot op de dag van vandaag zo mogelijk nog negatiever op Europees vlak.

 

Derde kanttekening. Brussel blijft een “twistpunt” en “struikelblok” bij het opdelen van België, aldus het Witboek. Blijven zeggen dat Brussel een “Vlaamse stad” is, is abstractie maken van de evolutie van dit geheel. Geografisch ligt Brussel in Vlaanderen, maar daar is alles mee gezegd. Ten bewijze: de defensieve reacties tot in Aalst ten aanzien van een verfransing die uit Brussel komt gependeld.

 

In werkelijkheid kende Brussel sinds het begin van deze eeuw een demografische aardbeving. Twee derde van de Brusselse bevolking is van meer of minder recente vreemde origine en ontwikkelt een eigen dynamiek die niet meer in een institutionele tweedeling te vatten is en noch door de enen (Fédération Wallonie-Bruxelles) of de anderen (‘We laten Brussel, onze hoofdstad, niet los’) kan binnengehaald of ingekocht worden.

 

We raken hier een actueel probleem, gevolg van een demografische, sociale en economische evolutie die niet gevolgd werd door de politiek.

De territoriale indelingen van de negentiende eeuw voldoen inderdaad niet meer. Acute problematieken (economie, klimaat, migratiestromen…) dwingen ons een supranationaal en zelfs mondiale visie en hefbomen te ontwikkelen, wat het Witboek terecht onderkent.

De pertinentie van natiestaten – het model van de negentiende en twintigste eeuw – neemt zienderogen af. Maar – los van het politiek voluntarisme - welke fundamentele plaats bezetten regio’s? Want de concrete economie, het reële leven van de mensen ontwikkelt zich steeds meer binnen steden, centrumsteden, stadsregio’s en hun onderlinge samenwerking… terwijl de institutionele en territoriale indeling achterop hinkt…

 

2.     Het kompas.

 

Nationalisme wordt vaak omschreven als thin ideology, een dunne ideologie. Zowel historisch als vandaag zie je dat nationalisme het vehikel van totaal uiteenlopende ideologische projecten is. Die projecten leiden vaak tot politieke uitspraken en handelingen van nationalisten die totaal haaks op elkaar staan.

Een recent concreet voorbeeld. In Vlaanderen legde de heer Francken een link tussen ngo’s en mensensmokkelaars en riep hij de ngo’s op “uit de Middellandse Zee weg te blijven”.  In Catalonië ontvingen Carola Rackete, Duitse kapitein van de Sea Watch, en Oscar Camps van Open Arms de hoogste onderscheiding van het parlement na een lofrede door Pep Guardiola, huidig succescoach van Manchester City en notoir Catalaans independentist.

 

Nog een voorbeeld, historisch én pijnlijk, uit mijn land van herkomst. Toen in april 1939 het republikeinse Catalonië na drie jaar burgeroorlog in handen viel van een revanchistisch franquisme dat meteen tot executies en arrestaties overging, joelde de Vlaams-nationalistische pers van de pret omdat “communisten van de straat werden gevaagd” in wat ze “de volledige overwinning van generaal Franco” noemde. Het eerste dat werd “weggevaagd” was het autonomiestatuut van Catalonië.

 

Vergelijk de beide nationalistische stromingen – de Vlaamse en de Catalaanse vandaag. Ze vormen ideologisch bijna een spiegelbeeld. De politieke krachten die hier het Vlaams-nationalisme domineren zijn in de catalanistische beweging nagenoeg onbestaand. De krachten die daar het Catalaanse nationalisme domineren zijn in het politieke Vlaams-nationalisme marginaal.

 

Links en rechts, ze bestaan als kompas van elke politieke onderneming. Dat de natie staat moet worden is uiteraard politiek maar ook enigszins technisch. Vraag is welk beleid er zal gevoerd worden in de nieuwe, onafhankelijke entiteit? Meer of minder sociale bescherming? Meer of minder patronale cadeaus? Meer of minder privatisering van openbare diensten? Meer of minder gelijke rechten voor minderheden?

 

Het nationale streven – of dat nu van rechts of van links is - neigt er per definitie naar om deze prangende, fundamentele vragen op corporatistische wijze te overstijgen.  Met elkaar al eens in spanning en antagonisme levende krachten – bijvoorbeeld werkgevers- en werknemersorganisaties, linkse en rechtse politieke partijen – worden geacht de handen in elkaar te slaan in naam van een hoger belang, dat van de natie.

 

De VVB houdt in dat opzicht als drukkingsgroep vast aan haar politiek pluralisme en haar partij-onafhankelijkheid. Het Witboek ademt dat ook uit. Dat lijkt vanuit haar optiek verstandig, kwestie van een zo breed mogelijk potentieel draagvlak te creëren, iets dat nadrukkelijk zo niet als een probleem dan toch als een uitdaging wordt omschreven.

 

Maar de Vlaamse politieke verzelfstandiging bevindt zich niet op een nulpunt. Er zijn Vlaamse instellingen, er is een Vlaams parlement, een Vlaamse meerderheid, een dito regering. En die draagt een kleur en houdt een koers aan dankzij het kompas dat ze vasthoudt.

 

Opnieuw, een concreet voorbeeld. Mij toegeworpen door één van de huidige meest succesvolle Vlaamse cultuurdragers van het moment, de auteur van de onder meer in het buitenland bejubelede en druk vertaalde roman Wil, mijn stadsgenoot Jeroen Olyslaegers:

           

Vlaanderen zal ongeveer de enige plek in Europa zijn die de klimaatdoelstellingen in 2020 niet zal halen. Dat gaf kersvers bevoegd minister Zuhal Demir met evenveel woorden ootmoedig toe. Veel heeft te maken met het feit dat de politieke leiders de bevolking hebben wijsgemaakt dat het met de klimaatverandering niet zo’n vaart zal lopen. Ook dat is een zelfstandig Vlaanderen. Maar geen nood. Zoals je in de kerk aflaten kon kopen, zal Vlaanderen veertig miljoen aan uitstootkredieten uittrekken, een soort van door de EU opgelegde dwangsommen. Die veertig miljoen gaat Vlaanderen geven aan Wallonië dat de doelstellingen wel bereikt.

 

 

3.     De gids(en).

 

Twee zomers geleden vertelde ik op een colloquium in Sardinië dat het Vlaams-nationalisme niet alleen de grootste partij van Vlaanderen was, maar ook van België. Moeilijker werd het om uit te leggen dat die partij – geheel anders dan in Catalonië – gevochten en gewroet had, niet alleen om de leiding van de Vlaamse regering op zich te nemen, maar ook haar dominantie te laten doorwegen in het federale kabinet.

 

Met alle respect maar buiten Vlaanderen kan niemand zich voorstellen dat Carles Puigdemont minister van defensie zou worden in de Spaanse regering, Oriol Junqueras vice-premier en minister van binnenlandse zaken, Carla Ponsati minister van financiën en Toni Comin, staatssecretaris voor asiel en migratie.

 

Wat is mijn punt? Waar de Catalaanse nationalisten keer op keer naar de regioverkiezingen trokken met een oproep voor een plebiscitaire stem – “een stem voor ons is een stem voor de onafhankelijkheid van Catalonië, de uitvoering van onze roadmap” – is dat hier helemaal omgekeerd. Men treedt de kiezer in de eerste plaats tegemoet met een sociaaleconomisch programma, maar “vertaalt” nadien de electorale oogst wel in nationalistische termen.

 

Een plebiscitaire stem voor Vlaamse onafhankelijkheid zou natuurlijk – dat weet men in de hoofdkwartieren van N-VA en VB ook – het kiezerspotentieel versmallen.

 

Terecht wijst het Witboek op een probleem van draagkracht voor onafhankelijkheid. Maar er lijkt duidelijkheid op komst. “In 2024 roepen we samen met N-VA de Vlaamse onafhankelijkheid uit”, laat Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken optekenen in het weekblad Humo (7 oktober 2019).

 

Of Vlaanderen met deze gidsen een regelrechte Flexit moet tegemoet gaan en er beter van wordt, kunnen we tegen dan gaan vragen aan de Engelsen. Welke kracht zal of wil Vlaanderen naar de onafhankelijkheid gidsen? Als het van meneer Van Grieken afhangt is die vraag dus al beantwoord. Een meer serene blik op het politieke en sociale veld doet ook hier toch een aantal problemen rijzen.

 

Het fundamentele probleem is inderdaad dat van draagkracht, zoals het Witboek zelf niet uit de weg gaat. De culturele kartrekkers willen niet mee. Het overwegend deel van het middenveld – in de eerste plaats de mutualiteiten en de vakbonden - wil niet mee. Niet dat iedereen vindt dat België blinkt en werkt. Maar men heeft problemen met het kompas. We zien hoe deze Vlaamse regering wel inzet op identiteit, maar niet op het sociale en vooral hoe ze het middenveld aanpakt.

 

Het Witboek pleit voor een inclusief en civiel nationalisme, wil zoeken naar ‘bondgenoten buiten de beweging’ en streeft naar een politieke en sociale consensus. Dat is uiteraard eerbaar. N-VA en Vlaams Belang verzamelden in Vlaanderen samen meer dan 1.800.000 stemmen. De VVB telt hooguit 5000 leden. Het zijn misschien wel appelen en peren, maar samen zijn ze de fruitmand van het Vlaamse nationalisme.  De ene wil cultuurdragers en academici winnen; de andere denuncieert ze en wil dat de “linkse ratten hun matten rollen”…

 

Tot slot.

De kwestie of Vlaanderen al dan niet onafhankelijk moet worden is voor mij een legitieme en democratische vraag.

Die vraag naar Vlaamse onafhankelijkheid kan binnen een democratisch kader met ja of met nee beantwoord worden.

In de mate dat de aanhangers van Vlaamse staatsvorming hiervoor met democratische middelen een meerderheid kunnen verwerven, is voor wat mij betreft die kwestie legitiem aan de orde. Hiermee spreek ik me niet uit over de wenselijkheid, wel de legitimiteit.

Een politieke uitdaging verdient een politieke oplossing. Laat dat – naast de doodlopende straat van het unilateralisme – de grote les zijn van het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven van de afgelopen twee jaar.

 

Met het Witboek dat ons hier vandaag samenbrengt in het Vlaams Parlement is er opnieuw een document om die legitieme discussie te voeren en te voeden.

 

Ik eindig ter overweging graag met een mooi citaat van Martin Buber:

‘Alle reizen hebben een geheime bestemming waarvan de reiziger zich niet bewust is’.


Terug naar overzicht