In de kijker

Grondvest

Vlaams regeerakkoord : is Plus echt en nous?
4-10-2019

Na meer dan 4 maanden onderhandelen kwam het Vlaams regeerakkoord tot stand. Naar verluidt is deze vertraging vooral te wijten aan het berekenen en her-berekenen van de kostprijs van de vooropgestelde maatregelen. Ondanks dit vele cijferwerk werd het regeerakkoord zonder begeleidende berekeningen vrijgegeven.  Dat het parlement, waar dit beleid dient goedgekeurd te worden, wat misnoegd reageert op het uitblijven van de cijfers – zeker indien dit met opzet blijkt te gebeuren, wat al helemaal onaanvaardbaar is in een democratie - is dan ook begrijpelijk en terecht. Overigens heeft niet enkel het parlement vragen naar het kostenplaatje.

 

 

Het regeerakkoord stelt voorop, en dat zou een primeur zijn, dat Vlaanderen een natie is.  Voor de VVB is het bestaan van de Vlaamse natie, sedert jaren en nu meer dan ooit, een vaststaand feit.  De bevestiging daarvan, zwart op wit, in een Vlaamse regeerverklaring, is uiteraard leuk meegenomen en niet van aard om ons niet tevreden te stellen.  Maar feiten zijn gegevens, die staan bekend en zijn verworven. De vraag aan het adres van deze regering is wat ze met dat vaststaand feit gaat doen. ‘Plus est en nous’, verklaart men immers. Waar zit dat ‘plus’ ?

 

Vanop het spreekgestoelte in het Vlaams parlement weerklinkt dat het de bedoeling is om de samenwerking tussen Vlamingen, Franstaligen en Duitstaligen in dit land duurzaam te verbeteren.  Duurzaamheid mag dan wel in zijn, de VVB verwacht, op communautair niveau, meer en beter. Kortom ‘plus’. Elke natie, ook de Vlaamse, heeft recht op een eigen staat. Aantonen dat dit land werkt, kan blijven bestaan, en het daarbij zelfs willen verbeteren, dat is het recept dat overbleef nadat het confederalisme tijdens de vorige legislatuur in de koelkast verdween. Meer van datzelfde is niet ‘plus est en nous’ maar ‘moins est en vous’ bij deze regering. En daarvoor passen wij, samen met meer dan 44% van de Vlaamse kiezers die op 26 mei duidelijk te kennen gaven dat ze méér Vlaanderen willen,  géén beter werkend België.  Want dat laatste is en blijft een chimaera.

 

Het regeerakkoord verkondigt het plan om de Vlaamse bevoegdheden maximalistisch te zullen invullen. Naar het hoe hebben wij ook hier, zoals voor de cijfers, het raden. Het blijft bij een bewering die verder door geen enkele concrete maatregel wordt geschraagd. Even is er sprake van een Vlaamse sociale zekerheid, Vlaamse justitie of nog een Vlaamse diplomatie. Maar de inkleuring van al deze mogelijkheden blijft bedeesd, braaf binnen de federale B-lijntjes. Heeft het zelfbewuste en fiere Vlaanderen dat beweert voortaan aan het Vlaamse roer te staan dan niet meer ambitie dan geduldig af te wachten welke bevoegdheden het verder in de schoot geworpen krijgt? Of gaat het eindelijk zélf proactief grenzen opzoeken, verleggen en waar nodig en mogelijk de grendels breken die ons volk vastketenen?  Heeft Vlaanderen na bijna 200 jaar dominantie nog steeds niets van onze Franstalige landgenoten geleerd?

 

 

Wij lezen graag dat inspanningen zullen gebeuren om het gebruik van het Nederlands te stimuleren. En juichen dat uiteraard toe. Ook al zet het aangekondigde voornemen om het aantal in het Engels gedoceerde opleidingen in het hoger onderwijs te verhogen meteen een domper op die pret.

 

Ook nieuwkomers zullen Nederlands leren, van meet af aan. Of de financiële bijdrage die daarvoor zal gevraagd worden daartoe het meest stimulerende middel is laten wij in het midden. Nederlandse taal onder de knie te krijgen, en Vlaamse waarden en normen,  is ongetwijfeld belangrijk en dé eerste stap voor wie echt deel wie uitmaken van onze samenleving. En dat heeft geen prijs, niet voor de nieuwkomers, maar eigenlijk ook niet voor ons. De hele discussie rond een al dan niet kostendekkende bijdrage voor deze opleiding is dan ook van een zeer relatief allooi.

 

Dat die nieuwkomers, net zoals wijzelf, en onze kinderen, onze Vlaamse geschiedenis meekrijgen is in dezelfde mate evident. Al was het maar omdat een volk dat zijn verleden kent het heden beter begrijpt.  Dat geldt a fortiori ook voor wie ervoor kiest om deel te gaan uitmaken van onze samenleving. Canon of geen canon: het is de kwaliteit van de meegegeven informatie die telt en de mogelijkheid die ze biedt tot kritisch en relativerend denken, nog steeds de beste remedie tegen xenofobie, extremisme en populisme. En dat geschiedenisonderwijs mag voor de VVB best consistenter zijn en Vlaamser kleuren dan tot nog toe het geval was.

 

Het is onze kritische wél goed geoefende geest die dan ook alarm slaat wanneer wij tevergeefs in de regeerverklaring zoeken naar originele plannen waaruit écht blijkt dat Vlaanderen Brussel niet los laat. Meer dan wat vrijblijvende en herkauwde beweringen vinden wij in de tekst niet terug. Vlaanderen blijft betalen, op zich is daar niets mis mee, maar het is ook niet echt ambitieus en al zeker niet vernieuwend. Met geld alleen, dat toont Vlaanderen nu al decennia lang aan,  maken wij van Brussel niet de stad waar Vlamingen welkom en ook thuis zijn.

 

Wanneer wij de schamele pagina’s, helemaal achteraan in het lijvigste Vlaams werkstuk ter vorming van een regering ooit, die handelen over de Vlaamse Rand doornemen zakt ons enthousiasme zo mogelijk nog verder onder nul. Van alle maatregelen die tijdens de verkiezingen werden beloofd, niet in het minst door de minister die bevoegd blijft voor de Rand, vinden wij zo goed als niets terug. Het aangekondigde Randfonds dreigt in die omstandigheden dan ook eerder een Rampenfonds te worden dan een krachtig instrument dat een Vlaams-bewuste politiek in de Rand dringend moet ondersteunen.

 

Wij missen slagvaardigheid in vele heikele dossiers zoals het afdwingen van de taalwetgeving, het beschermen van het Vlaamse grondgebied, het inperken van rechtsonzekerheid rond de faciliteiten, het veiligstellen van het Vlaams karakter van de Rand en in de faciliteitengemeenten zoals Ronse.  Dat Vlaanderen hierin over niet veel bevoegdheden beschikt mag  nooit een excuus zijn om wat wel kan gedaan worden niet minstens te proberen. En al zeker niet wanneer de grootste nationalistische partij aan zet is.

 

En waar is de passage uit de Startnota gebleven waarbij Vlaanderen beloofde het te zullen opnemen in Europa voor ander naties zonder staat zoals de Schotse en de Catalaanse ? Met de Catalanen in de media uitpakken is één ding, er echt iets voor doen is duidelijk wat anders.

 

Of  waar blijft, al was ze maar heel bescheiden, een intentieverklaring om de Vlaamse meerderheid in Ronse concreet te steunen én dus een betekenisvol hart onder de riem te steken? Van symboliek en ‘plus est en nous’ gesproken ?

 

Wij kijken dan ook uit naar wat  de federale onderhandelingen zullen opleveren.  En hopen daarbij dat dossiers die Vlaanderen aanbelangen zoals dat van Brusselse geluidsnormen of nog de faciliteiten in Ronse, niet opnieuw zullen sneuvelen op het altaar van de postjes, de macht en de drang om federaal kost wat kost een graantje te mogen meepikken.

 

Voor onderhandelaars die inspiratie missen, maar niet alleen voor hen,  stelt de VVB op 12 oktober, in het Vlaams parlement,  haar Witboek Vlaamse Staatsvorming voor. Want het is een onafhankelijk Vlaanderen dat het doel van de VVB en de toekomst van Vlaanderen is én blijft.

Terug naar overzicht