In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

Ontnederlandsing Brussel en Vlaamse Rand
15-1-2019

deel II


VAN “LE TRÈS GRAND BRUXELLES DE L’ AVENIR” (1965) TOT “LA COMMUNAUTÉ MÉTROPOLITAINE” (2012)


(vervolg)
Opgedragen aan, en in memoriam van, Robrecht Vermeulen. In vorig nummer van Periodiek werd de evolutie van het taalgebruik in Brussel en Vlaams-Brabant, met nadruk op de Vlaamse Rand (fig. 1), meer bepaald de ontnederlandsing van deze gebieden besproken.

In dit nummer wordt nader ingegaan op een selectie van oorzaken/mechanismen van ontnederlandsing en worden, waar mogelijk, oplossingen voorgesteld. Wij gebruiken de term “ontnederlandsing” omdat die geldig is zowel voor Brussel als de Vlaamse Rand; de term “verfransing” gaat wel op voor de Vlaamse Rand, doch in Brussel is er naast de ontnederlandsing ook een ontfransing gaande. De immigratie is een belangrijke oorzaak van ontne-
derlandsing vooral in Brussel, doch ook in de Vlaamse Rand. In Brussel spelen de sabotage van de taalwetten, de gebrekkige naleving van de taalwetten in de ziekenhuizen, de Franstalige druk op de eentalige kiezerslijsten en de verkapte regionalisering van de kinderbijslagen een ontnederlandsende rol.

In de Vlaamse Rand wordt de ontnederlandsing bevorderd door de taalfaciliteiten in “de Zes”, het niet gesplitst gerechtelijk arrondissement Brussel, de concurrentie tussen inwijkelingen en autochtonen in de huisvesting en projecten zoals TOP Noordrand en het voorlopig afgevoerde Eurostadionplan. Het tekort aan Nederlandstalige scholen manifesteert zich zowel in Brussel als in de Vlaamse Rand.

Deel II Oorzaken/mechanismen van, en mogelijke oplossingen voor, de ontnederlandsing van Brussel en Vlaams-Brabant 

Immigratie


Dat immigratie een belangrijke rol speelt in de ontnederlandsing van Brussel en de Vlaamse Rand blijkt uit de thuistaal en de taal moeder en kind. In Brussel was een andere taal (of talen) dan Frans of Nederlands de thuistaal bij 32 % van de gezinnen in 2012. In de Vlaamse Rand was een andere taal dan Nederlands of Frans de thuistaal bij 14,9 % van de gezinnen in 2014 en de score van andere talen dan het Nederlands of het Frans, als taal van moeder en kind, was in de Vlaamse Rand in 2016 26,3 % (zie deel 1 in Periodiek 2018/3). Een studie van Gert-Jan Put en Bart Maddens toont bovendien aan dat de migratie van vreemdelingen naar Vlaams-Brabant niet alleen gepaard gaat met een hoger aantal kleuters zonder Nederlands als thuistaal, doch ook met een hogere electorale verfransingsgraad (ho-

Brussel, Vlaamse stad, dateert uit het verleden.


Aan de hand van een toespraak van Hans Vandecandelaere over diversiteit in Brussel beschrijft Jozef Cassimons de verschillende migratiegolven in België mefocus op Brussel (2).De eerste was de periode van de gastarbeiders (1946 –1974) met tijdelijke arbeidscontracten. Tot dan toe was Brussel een relatief homogeen verfranste stad gebleven. In de loop van de jaren ’60 begon de instroom van migranten naar Brussel gevoelig te stijgen: tot 1970 vooral uit Frankrijk, Nederland, West-Duitsland, Italië en Spanje, daarna vooral uit Spanje, Italië, Griekenland,Marokko en Frankrijk. Na het verbod van aanwerving op grond van een visum in 1967 werden duizenden illegaal: dat leidde tot een eerste regularisatie in 1974.

De tweede periode, de tijd van de migranten (1974 –1999), start na de oliecrisis in 1973 met plotse stijgende werkloosheid. Ondanks de afkondiging van een migratiestop, ging de instroom verder door de familiehereniging als belangrijkste migratiekanaal. Terugkeren werd omgezet in blijven, doch de overheid bekommerde zich nauwelijks om opvang en integratie. De derde periode, de tijd van de nieuwe Brusselaars (1990 - ...), ging gepaard met de groeiende sociaaleconomische ontwrichting in het zuidelijk halfrond en ongeregelde complexe migratiestromen; de legale instroomkanalen waren vooral: familiehereniging, huwelijksmigratie, tijdelijke en langdurige werkmigratie en asiel. In 2000 volgde een tweede regularisatiecampagne. Brussel werd op korte tijd een internationale stad met vreemdelingen van de eerste, tweede en derde generatie: de nieuwe Brusselaars. Arabisch, Turks, Italiaans, Spaans en Berbers werden de voornaamste alternatieven voor het Frans of het Nederlands. Brussel telt actueel 170 tot 180 verschillende nationaliteiten. Franstalige partijen zagen er zowat unaniem een instrument in om
de Vlaamse invloed in Brussel af te remmen (2). Een bijkomende factor die het belang van de immigratie vergroot is het hoog aantal kinderen bij de inwijkelingen in vergelijking met de autochtone bevolking.

Een humaan en rechtvaardig migratiebeleid zit altijd gewrongen in de spanning tussen mededogen en draagvlak: hoeveel we aankunnen zonder de eigen identiteit te verliezen. De Vlaamse regionale indicatoren (VRIND) 2017 leren ons dat in 2016 20,5 % van de inwoners van het Vlaams Gewest van buitenlandse herkomst was; bij de kinderen jonger dan 2 jaar liep dat cijfer op tot 37 % (www.vlaanderen.be). Een goed overwogen afremming van verdere immigratie is dan ook onvermijdelijk (3, 4). Een uitgebreid en consistent plan van ontwikkelingssamenwerking, gezamenlijk opgezet door alle landen van de EU, zou een belangrijke maatregel zijn voor de preventie van economische migratie.

Tegenover de inwijkelingen die hier zullen blijven heeft de overheid een plicht die de federale overheid decennialang verwaarloosd heeft, namelijk een actief integratiebeleid te voeren om hen zo goed mogelijk op te nemen in onze gemeenschap. Met dat doel werkte de Vlaamse regering in 2011 met Geert Bourgeois als toenmalig minister van Inburgering een inburgeringsplan uit om Nederlands te leren als poort naar onderwijs en arbeidsmarkt, naar verenigingen en sportclubs, mits aanvaarding van een aantal grondslagen: democratie, rechtsstatelijkheid, vrije meningsuiting, vrijheid van godsdienst, scheiding van kerk en staat, gelijkwaardigheid van man en vrouw, gelijke rechten ongeacht ras, geslacht en seksuele geaardheid (5). In Vlaams-Brabant lukt dat beter dan in Brussel omdat de Vlaamse overheid in Vlaanderen de regie van het integratiebeleid volledig in eigen handen heeft. Het Brussels Onthaalbureau Nieuwkomers (BON) werd opgericht bij het in werking treden van het inburgeringsdecreet van de Vlaamse Gemeenschap op 1 april 2004 en voert in Brussel het Vlaams decreet op inburgering uit. In tegenstelling met Vlaanderen is inburgering en de daarmee gepaard gaande taalcursus in Brussel echter geen verplichting, ook niet langs Franstalige kant (6). De efficiëntie ervan kan dus in vraag gesteld worden.

De sabotage van de taalwet in Brussel 


De gemeentebesturen en OCMW ’s in Brussel zijn volgens de taalwet op de aanwerving van personeel verplicht tweetaligen aan te werven. Vicegouverneur Jozef Ostyn waakt over de naleving van die wet en schorst
de benoemingen waarbij ze niet nageleefd wordt. Zo waren in 2016 slechts 77,63 % van de beslissingen over de statutaire personeelsleden en 10,29 % van de contractuele personeelsleden in overeenstemming met de taalwet. Doch de schorsing van die benoemingen is tijdelijk: ze moet bevestigd worden door de Brusselse regering. Maar de Franstalige regeringsleden weigeren dat te doen, zodat de schorsing na 40 dagen opgeheven wordt. Daarom dienden de Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters in 2017 een wetsvoorstel in, zodat de vicegouverneur de beslissingen niet alleen kan schorsen doch ook vernietigen. Bovendien riepen zij Jan Jambon als minister van Binnenlandse Zaken, bevoegd voor de taalwet, op om daar werk van te maken. Tot op heden staan we geen stap verder. Hallo Vlamingen in de Brusselse regering, Vlamingen in de federale regering en in de Kamer, komt er nog wat van? (7 – 9)

De Taalwetgeving in de Brusselse ziekenhuizen


Het Brusselse “Huis voor Gezondheid”, dat de Brusselse Vlamingen wegwijs helpt in de gezondheidszorg in hun stad, bespreekt op zijn webstek de taalwetgeving over de Brusselse ziekenhuizen. Die taalwetgeving is enkel van toepassing in de openbare ziekenhuizen (de huidige “IRIS-ziekenhuizen”). Daar hebben de patiënten recht op hulp en verzorging in het Frans en het Nederlands. De private en de drie Brusselse universitaire ziekenhuizen vallen niet onder de taalwetgeving, doch voor de dringende medische hulp wordt een uitzondering gemaakt: de taalwetgeving is altijd van toepassing wanneer een patiënt wordt opgenomen via een erkende spoedgevallendienst, de 100 of een mobiele urgentiegroep (MUG). De patiënt heeft dan recht op verzorging en administratieve hulp in het Nederlands en het Frans vanaf zijn opname tot zijn ontslag of doorverwijzing naar een andere afdeling in het ziekenhuis (10).

Omwille van de frequente overtredingen van die taalwetgeving diende Brussels Volksvertegenwoordiger Liesbet Dhaene in 2015 een wetgevend initiatief in waarbij de vicegouverneur effectief controle krijgt over de Nederlandstalige dienstverlening in de OCMW-ziekenhuizen. Dat werd echter onontvankelijk verklaard door toenmalig voorzitter Charles Picqué (11).

Franstalige druk om eentalige lijsten voor de gewestverkiezingen in Brussel af te schaffen


Tot hier toe worden voor de Brusselse gewestverkiezingen eentalige lijsten ingediend. De Vlamingen hadden daar bij de oprichting van het Brussels Gewest sterk op aangestuurd omdat ze zich herinnerden wat destijds binnen de arrondissementsraad gebeurde met de zogenaamde FDF-Vlamingen: Franstaligen die zich met een Vlaams stempeltje profileerden. In 1989 kwam duidelijkheid: dien je een lijst in, dan maak je daar een taalkeuze voor.

Nu is er echter een aanhoudende druk van de Franstaligen om die Vlaamse waarborg terug te schroeven: zij sturen aan op taalgemengde lijsten. Dan kan gevreesd worden dat de Nederlandstalige politici snel gemarginaliseerd worden door de toekenning van verkiesbare plaatsen enkel aan “gewillige” Vlamingen (12). 

Verkapte regionalisering van de kinderbijslagen 


Resolutie nr. 4, aangenomen door het Vlaams Parlement op 3 maart 1999, vermeldt o.m.: “De normerings-, uitvoerings- en financieringsbevoegdheid over het volledige gezondheids- en gezinsbeleid moeten integraal naar de deelstaten worden overgeheveld, dus onder meer met inbegrip van de gezondheidszorgverzekering en de gezinsbijslagen (kostencompenserende regelingen). Daarbij moeten de inwoners van het Brusselse Hoofdstedelijke
Gewest de vrije keuze bekomen om toe te treden tot het stelsel van de deelstaat Vlaanderen of van de Franstalige deelstaat, dat telkens zowel een regeling voor de inkomsten als voor de uitgaven bevat.” (13)

De recent vanuit de federale overheid overgehevelde kinderbijslagen tijdens de 6de staatshervorming werden echter niet toegewezen aan de Vlaamse en Franse Gemeenschap, zoals voor onderwijs en cultuur, aangezien de meeste Franstaligen en de neo-unitaristen dwars lagen. Anderzijds was de toewijzing aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de meeste Vlamingen niet haalbaar. Dus werd voor Brussel een kunstgreep bedacht: overheveling naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Doch de Raad van de GGC bestaat uit de leden van het Brussels Parlement en het College uit de minister-president en de ministers van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering (14).

Dus komt die overheveling voor Brussel neer op een regionalisering en niet op een communautarisering. Dat betekent dat voor de kinderbijslagen de band tussen de Vlamingen in het Vlaams Gewest en die in Brussel wordt doorgeknipt met alle gevolgen van dien. Dat is een gevaarlijk precedent voor de toekomstige overheveling van de gezondheidszorg en bemoeilijkt de uitbouw van de Vlaamse Sociale Bescherming voor de Brussels
Vlamingen (15).


De taalfaciliteiten in de Zes

In 1963 besliste de wetgever om in zes gemeenten in de Vlaamse Rand (zie deel I in Periodiek 2018/3), op basis van de talentelling van 1947, taalfaciliteiten of tegemoetkomingen te voorzien voor de Franstalige minderheid van 30 %. De faciliteiten in bestuurszaken bestaan er in dat de betrekkingen tussen de gemeentelijke administratie en de inwoners in het Nederlands of het Frans gebeuren, naargelang de wens van die inwoner. Berichten en mededelingen van de gemeente moeten in beide talen worden opgesteld, met voorrang voor het Nederlands. De faciliteitenregeling geldt enkel voor de communicatie tussen de gemeentelijke overheid en de individuele inwoners en niet voor de beleidsmensen. De omzendbrief Peeters wijst er op dat de bewoners telkens zelf om het vertaalde document moeten verzoeken. Het onderwijs in de faciliteitengemeenten verloopt in het Nederlands. Alleen voor het kleuter- en lager on derwijs bestaat de mogelijkheid om Franstalig onderwijs in te richten (16).

De faciliteitenregeling gaf vanaf het begin aanleiding tot tegengestelde standpunten over de bedoeling ervan: permanente taalrechten of tijdelijke integratie bevorderende maatregelen (16). Zo bvb. schreef Jan Verroken als verslaggever van de parlementaire commissie, die in 1962-63 de wetsvoorstellen van minister Gilson moest bespreken: “De commissie meent dat het wettelijk faciliteitensysteem in bestuurszaken slechts tijdelijk verplicht zal zijn en elk praktisch belang zal verliezen naarmate het onderwijssysteem zijn vruchten zal afwerpen.” (17)


Het is anders uitgedraaid. Verschillende indicatoren wijzen er op dat de verfransing in de zes gemeenten is blijven doorgaan. Dat blijkt onder meer uit de resultaten van de verkiezingen (1, 16), de instroom van anderstalige leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs en de cijfers van Kind en Gezin (16 en deel I Periodiek 2018/3). Er is dus maar één goede oplossing: de afschaffing van de faciliteiten.


Niet gesplitst gerechtelijk arrondissement Brussel


In tegenstelling tot het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV), dat gedeeltelijk werd gesplitst, werd het gerechtelijk arrondissement Brussel, dat Brussel en Halle-Vilvoorde (HV) omvatte en blijft omvatten, helemaal niet gesplitst. Wat is er dan wel veranderd door het Di Rupo akkoord? Enerzijds wordt het parket, dat de misdrijven vervolgt, opgesplitst in een tweetalig parket voor Brussel en een Nederlandstalig voor HV. Anderzijds worden de Brusselse rechtbanken ontdubbeld in Nederlandstalige en Franstalige, die echter beide voor heel het gerechtelijk arrondissement Brussel – dus de 19 gemeenten van Brussel en de 35 gemeenten van HV – bevoegd blijven: dus geen afzonderlijke rechtbanken voor HV. Bovendien worden inzake het parket Franstalige magistraten uit het parket van Brussel gedetacheerd naar dat van HV en daalt, inzake de Nederlandstalige rechtbanken, het aantal rechters van 33 naar 20 % van het totaal.

Wat betekent dat nu voor de inwoners van BHV? Voor de Vlamingen in Brussel en HV zal de vermindering van het aantal rechters een aanzienlijke vertraging in de behandeling van hun rechtszaken veroorzaken. Voor de Franstaligen in de 35 gemeenten van HV wordt de procedure om beroep te doen op Franstalige rechtspraak versoepeld: om die te bekomen moeten ze niet meer verschijnen voor de rechter, doch kunnen die voortaan per brief regelen (18). Sinds maart 2018 is er een lichte verbetering voor een deel van de inwoners van HV: wie in Halle, Asse of Vilvoorde juridisch advies zoekt of slachtoffer werd van een misdrijf moet niet meer naar het Brusselse Justitiehuis gaan doch kan terecht in een “antenne” in eigen gemeente (19).


Huisvesting in de Vlaamse Rand


Door de belangrijke immigratie van buitenlanders en verhuis van Franstaligen uit Brussel komen deze mensen in de Vlaamse Rand in concurrentie met de autochtone Vlamingen voor woongelegenheid. De Vlaamse overheid heeft bijgevolg de plicht om een krachtig beleid te voeren om de uittocht van jonge Nederlandstaligen te voorkomen (20). Dat gebeurt al gedeeltelijk door het provinciebedrijf Vlabinvest, dat in anderhalf jaar tijd in de Vlaamse Rand 856 betaalbare woongelegenheden voor mensen uit de streek realiseerde in samenwerking met sociale huisvestingsmaatschappijen.
Vlabinvest financiert niet alleen de bouw, maar koopt ook gronden aan (21).


TOP Noordrand en Eurostadion


TOP Noordrand of “Territoriaal Ontwikkelingsprogramma Noordrand” is een verstedelijkingsplan van de Noordrand, uitgaande van de Vlaamse Administratie in samenwerking met het Brussels Gewest. Bij dat plan zijn Wemmel, Grimbergen, Vilvoorde, Machelen, Zaventem, Merchtem en delen van Brussel betrokken. Dat verstedelijkt gebied wordt in het plan als een meertalige regio gezien (22, 23). Wanneer Béatrice Delvaux de Vlaamse overheid lof toezwaait voor dat project (24), “boer let op uw ganzen”. Het “Eurostadion” is een project voor de bouw van een
nationaal voetbalstadion op parking C van de Heizel (eigendom van de stad Brussel), gelegen in de eentalige Vlaamse gemeente Grimbergen, deelgemeente van Strombeek-Bever. Het gaat uit van bouwheer Ghelamco en de stad Brussel. De gemeente Grimbergen, de provincie Vlaams-Brabant en het Vlaams Gewest zijn erbij betrokken voor hun akkoord. Het concreet doel is een voetbaltempel van 360.000 m2 en daarnaast een “sportcampus” met kantorencomplex (6 verdiepingen) van 190.000 m2. Het zou meertalig zijn met het Frans vooraan en zou 3.600 arbeidsplaatsen voor Brussel opleveren. Daartegen kwam protest van de Vlaamse Volksbeweging (VVB) en het Taal Aktie Komitee (TAK) en werden 2.500 bezwaarschriften bij de gemeente Grimbergen ingediend met als argumenten: verkeersinfarct op de Brusselse ring met toename van fijn stof, versterking van de verfransing van de Noordrand en op termijn annexatie door Brussel (25-28).

Van het project TOP Noordrand van 2016 werd niets meer gehoord, doch het blijft sluimeren. Na de negatieve houding, achtereenvolgens van de gemeente Grimbergen (maart 2017), de provincie (juni 2017), de Vlaamse overheid (januari 2018) en de stad Brussel (maart 2018) is het Eurostadion project zo goed als dood (28-31). André Monteyne reageert: “Een zeldzame samenwerking tussen de VVB en andere Vlaamse actiegroepen, buurtbewoners, juristen, politici en gewone burgers kon de uitbreiding van Brussel via de bouw van een megalomaan voetbalstadion op Vlaams grondgebied tegenhouden.” (32)


Tekort aan Nederlandstalige scholen in Brussel en Vlaamse Rand

Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is niet enkel bij de Nederlandstaligen sterk gegeerd: zijn marktaandeel is namelijk duidelijk hoger dan het % van de bevolking dat het Nederlands als thuistaal heeft (deel I in Periodiek 2018/3). Dat verklaart de samenstelling van de schoolbevolking in het basisonderwijs: kinderen uit homogeen Nederlandstalige gezinnen (10 %), kinderen uit een taalgemengde gezinssituatie (24 %), kinderen uit een eentalig Franssprekend gezin (32 %) en kinderen uit een homogeen anderstalig gezin (31 %) (33). Het gevolg is een acuut tekort aan Nederlandstalige scholen in Brussel, zodat de toegang voor de Vlamingen zelf problematisch werd en een voorrangsregel van 55 % voor Nederlandstaligen werd ingevoerd (33). Aangezien die 55 % niet meer volstond, gingen er stemmen op om dat percentage op te trekken (34) of om de voorrangsregel absoluut te maken (35). Recent werd het opgetrokken tot 65 % (36). In de Nederlandstalige scholen in de Vlaamse Rand is er eveneens een capaciteitsprobleem, zodat ook daar recent tot de invoering van een voorrangsregel voor Nederlandstaligen werd beslist (36).

Uit goede bron vernemen wij dat er in de kinderkribben in Brussel ook problemen zijn voor Vlaamse ouders om een plaats voor hun kind te bekomen. 

TOT SLOT

Wij moeten alle mogelijke middelen aanwenden om de ontnederlandsing van Brussel en de Vlaamse Rand te keren. Daarvoor moeten we de hierboven vermelde oorzaken aanpakken. Onze individuele verantwoordelijkheid bestaat erin die pijnpunten bij onze Vlaamse politici, zowel in de Vlaamse en federale regering als in de betrokken gemeentebesturen, voortdurend aan te kaarten. Dat die tactiek loont bewijst de volgehouden actie van individuele burgers, verenigingen en actiegroepen voor het bekomen van een MUG in Halle en in het verzet tegen de bouw van het eurostadion. En wat houdt ons tegen om ons individueel als vrijwilliger te melden om legale inwijkelingen vertrouwd te maken met het Nederlands?

Een belangrijke troef in onze handen is het Nederlandstalig onderwijs in Brussel en de Vlaamse Rand. Dat onderwijs is in Brussel zo succesvol dat er een ernstig capaciteitsprobleem rijst (33, 37). Laten we niet vergeten dat onderwijs een gemeenschapsbevoegdheid is en dat de Brusselnorm van de Vlaamse Gemeenschap 30 % is: d.w.z. dat Vlaanderen 30 % van de inwoners van Brussel als zijn doelpubliek beschouwt (38). Die 30% komt overeen met 5 % van de Vlaamse bevolking, hetgeen impliceert dat dan ook 5 % van de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap gereserveerd worden voor Brussel. (Karen Chaltin en Ann Mares, www.briobrussel.be, 17.12.14) Jan Degadt beklemtoont bovendien dat de kennis van het Nederlands de kans op tewerkstelling duidelijk vergroot, zowel in Brussel als in de Vlaamse Rand (39).

Het is dus van het grootste belang dat de Vlaamse overheid maximaal investeert, dus tijdelijk veel meer dan de voorziene 5 %, in de capaciteit en de kwaliteit van het onderwijs in Brussel. Luckas Vander Taelen: “Als Vlaanderen het aantal plaatsen in zijn onderwijs zou verdubbelen, is het niet ondenkbaar dat binnen een generatie meer dan de helft van de jonge Brusselse bevolking Nederlands spreekt ... Als de Vlaamse regering enig besef heeft van het belang van de positie van het Nederlands in haar hoofdstad, dan zet ze nu massaal in op het onderwijs.” (40) 

Doch ook de scholen in de Vlaamse Rand kampen met problemen, o.m. taalachterstand, en roepen om sterkere ondersteuning (41). Bovendien moeten we de inwijkelingen ervan overtuigen dat ze hun kinderen vanaf de eerste kleuterklas naar school moeten zenden om vlot Nederlands te kunnen spreken. Wij zullen de Vlamingen in Brussel nooit loslaten: ook zij behoren tot de Vlaamse Gemeenschap. Doch wij zullen ook nooit een uitbreiding van Brussel ten koste van Vlaams grondgebied toelaten. Dat is nochtans de droom van francophonia. Professor Michel Woitrin voorspelde reeds in 1965 “le très grand Bruxelles de l’avenir”, bestaande uit de driehoek Leuven – Woluwe - Waver (zie deel I in Periodiek 2018/3).

En in de “communauté métropolitaine de Bruxelles” of “hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel”, die zij verwierven bij de 6de staatshervorming in 2012, zien de Franstaligen het middel om de uitbreiding van Brussel tot de ganse vroegere provincie Brabant te realiseren. Die intentie werd onthuld op de webstek van de MR op 31 Juli 2012 : “En outre, l’accord consacre l’existence par une loi spéciale, d’une Communauté métropolitaine qui permet d’élargir Bruxelles sur base du Grand Brabant.”(42)

Voor alle duidelijkheid: het initiatief van Voka Metro-politan (nieuwe naam voor Voka – Comité Brussel) i.v.m. de Brusselse metropool, “Brussels Metropolitan”, is een economisch en geen politiek project. Het heeft dus in princiep niets te maken met de hierboven vermelde “communauté métropolitaine de Bruxelles”, die een element van de 6de staatshervorming is (43 – 45). Minister-president Geert Bourgeois is formeel dat er van een uitbreiding van Brussel nooit sprake kan zijn (46). Doch Bart Maddens waarschuwt: “De communauté métropolitaine mag dan misschien een lege doos zijn, het is er een die uitnodigend klaar staat om bij een volgende staatshervorming te worden gevuld.” (47)

Ons overleden bestuurslid Robrecht Vermeulen, die in februari 2014 als OVV-voorzitter de studiedag “Brussel in Vlaanderen – Vlaanderen in Brussel” organiseerde, zegde in zijn slottoespraak: “Vlaanderen kan Brussel niet loslaten. Brussel ligt in Vlaanderen ... Het is de taak van de Vlaamse overheid en ook van de Brusselse overheid om alles op alles te zetten voor een optimaal inburgeringsbeleid ... Vlaanderen moet nog meer investeren in het Nederlandstalig onderwijs ... Ziekenhuizen, bejaardentehuizen, instellingen voor kinderopvang onder Vlaams beheer en met de steun van Vlaanderen zijn absoluut noodzakelijk.” (48)

Eric Ponette

Referenties

1. Gert-Jan Put en Bart Maddens: Electorale verfransing in Vlaams-Bra-
bant – Op zoek naar een verklaring op gemeentelijk niveau, VIVES

BRIEFING 2018/04, https://feb.kuleuven.be/VIVES/publications/
briefings
2. Jozef Cassimons en Hans Vandecandelaere: Diversiteit in Brussel, in

“Brussel in Vlaanderen – Vlaanderen in Brussel”, Verslagboek van stu-
diedag van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) en

het Vlaams Komitee Brussel (VKB) op 14.02.14, p. 27-31 (www.ovv.
vlaanderen)
3. Eric Ponette: Politieke actualiteit – De vlucht naar Europa, Periodiek
Vlaams Geneeskundigenverbond okt-nov-dec 2015, p. 12-18, www.
vgv.be
4. Bart Haeck: Op zoek naar een migratiebeleid waarvoor we ons niet
moeten schamen, De Tijd 22.09.18
5. Eric Ponette: Politieke actualiteit – De struikelstenen voor de integratie

van moslims, een aanzet tot discussie, Periodiek Vlaams Geneeskundi-
genverbond, apr-mei-juni 2015, p. 10-18, www.vgv.be

6. Edwin Truyens: Verslag werkgroep diversiteit – BON inburgering

Brussel, in “Brussel in Vlaanderen – Vlaanderen in Brussel”, Verslag-
boek van studiedag van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigin-
gen (OVV) en het Vlaams Komitee Brussel (VKB) op 14.02.14, p. 39-

43 (www.ovv.vlaanderen)
7. Barbara Moens: Brussel lapt taalwetten aan zijn laars, De Tijd 19.08.17
8. Hendrik Vuye en Veerle Wouters: Taalwet in Brussel: even juridisch,
www.doorbraak.be , 21.08.17
9. Hendrik Vuye en Veerle Wouters: ‘Als naleving taalwet Brussel dode
letter blijft, dan is dat omdat Vlamingen zichzelf de das omdoen’, www.
knack.be 23.06.18
10. Huis voor Gezondheid – Taalwetgeving, www.huisvoorgezondheid.be
11. Liesbet Dhaene: Brussel verhindert Nederlandstalige dienstverlening
in OCMW-ziekenhuizen, 23.06.15, www.liesbetdhaene.be
12. KNIN: Druk op eentaligheid, ’t Pallieterke 26.05.16
13. Aktiekomitee voor een Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ): De vijf

resoluties van het Vlaams Parlement op 3 maart 1999 i.v.m. de volgen-
de staatshervorming, in “Uw Vlaamse sociale zekerheid na de zesde

staatshervorming?”, april 2014, p. 14-18, www.akvsz.org
14. Jan Degadt: De splitsing van de sociale zekerheid is begonnen, maar
niet op de goede manier, De Brusselse Post, een uitgave van het Vlaams

Komitee voor Brussel, in Grondvest, februari 2018
15. Wim Van de Velden: Brussels zorgverzekering baart N-VA zorgen, De
Tijd 06.06.18
16. Ann Mares: De 6 faciliteitengemeenten rond Brussel, maart 2009,
www.briobrussel.be/ned/webpage.asp?webpageld=1405
17. Redactie: Orde van de Vlaamse Leeuw voor Johan Laeremans, De Zes
aug-sep-okt 2018
18. Eric Ponette: Splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel?
Mon oeil!, Oud-ledenblad van de Zilvermeeuwtjes Brussel, lente 2012

19. Ingrid Depraetere: Hallenaars moeten niet meer naar Brussel voor ju-
ridisch advies of slachtofferonthaal, De Standaard 10.03.18

20. Bart Laeremans: Verbluffende cijfers over de Vlaamse Rand, www.
doorbraak.be , 21.05.18

21. Jelle Schepers: Vlabinvest realiseerde al 856 woongelegenheden in an-
derhalf jaar tijd – Provinciebestuur wil blijven investeren in Vlaamse

Rand, De Standaard 10.05.16
22. Persbericht VVB: Noordrand moet groen, landelijk en Vlaams blijven
- Vlaamse Volksbeweging verzet zich tegen verstedelijkingsplannen
Noordrand, www.vvb.org 08.02.16
23. Marjan Justaert: Flaminganten gealarmeerd door Vlaamse visietekst
voor ontwikkeling Noordrand – “Vlaanderen smeert Brusselse olievlek
verder uit”, De Standaard 10.02.16
24. Béatrice Delvaux: Tot nader order kan lang duren, De Standaard
17.02.16
25. Karl Van Camp: De VVB betoogt, ’t Pallieterke 10.03.16

26. Persmededeling: De VVB en TAK betogen: Brussels stadion op Par-
king C? Duizendmaal nee!, www.vvb.org 16.03.16

27. Bart Laeremans: Betoog zondag mee tegen het eurostadion op Parking
C, www.doorbraak.be 17.03.16
28. Bart Laeremans: Eurostadion voorgoed begraven, ’t Pallieterke
29.03.18
29. Eurostadion: Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Eurostadion
30. Tobe Steel: Schauvliege trekt streep door Eurostadion, De Tijd 31.01.18
31. Wim Van de Velden: Stad Brussel geeft Eurostadion genadeslag, De
Tijd 27.03.18
32. André Monteyne: Grosz Brüssel redivivus? De Brusselse Post in
“Grondvest”, oktober 2018
33. Bernard Daelemans: Het Nederlandstalig onderwijs: voor kwantiteit

én kwaliteit? in “Brussel in Vlaanderen – Vlaanderen in Brussel”, Ver-
slagboek van studiedag van het Overlegcentrum van Vlaamse Vereni-
gingen (OVV) en het Vlaams Komitee Brussel (VKB) op 14.02.14, p.

21-26 (www.ovv.vlaanderen)

34. Liesbet Dhaene: Nederlandstalige kinderen moeten naar Nederlands-
talige school kunnen, Nieuw-Vlaams Magazine, april 2018

35. Chris Janssens: Geef Brusselse Vlamingen absolute voorrang in Brus-
sels Nederlandstalig onderwijs, www.doorbraak.be 24.05.18

36. Barbara Moens: Nederlandstaligen krijgen voorrang in scholen rond
Brussel, De Tijd 19.09.18

37. Bernard Daelemans: Interview met Carla Dejonghe, Open VLD-sche-
pen in Sint-Pieters-Woluwe en voorzitter van de Raad van de Vlaamse

Gemeenschapscommissie: ‘Nederlandstalig onderwijs in Brussel is een
succes’, www.doorbraak.be 05.08.18
38. Paul Delva: 10 aanbevelingen voor een Vlaams Brusselbeleid, www.
knack.be 23.12.13
39. Jan Degadt: Bedrijfsleven en KMO’s, in “De internationalisering van de
Rand rond Brussel” (BRIO-colloquium), ASP 2012, p. 211-233
40. Luckas Vander Taelen: Zwarte racisten, De Tijd 03.04.18

41. Tom Ysebaert: Almaar gebrekkiger Nederlands op secundaire scho-
len in Rand: ‘Niveau Nederlands van onze scholieren is dat van basis-
school’, De Standaard 17.03.16

42. Eric Ponette: Balans – Staatshervorming, Periodiek Vlaams Genees-
kundigenverbond, apr-mei-jun 2013, p. 9, www.vgv.be

43. Wim Van de Velden: Voka-Brussel wordt Voka Metropolitan, De Tijd
24.09.13

44. Jan Van Doren: Brussel – Vlaanderen, van conflict naar samenwer-
kingsmodel, in “Brussel in Vlaanderen – Vlaanderen in Brussel”, Ver-
slagboek van studiedag van het Overlegcentrum van Vlaamse Vereni-
gingen (OVV) en het Vlaams Komitee Brussel (VKB) op 14.02.14, p.

13-20 (www.ovv.vlaanderen)
45. PmM/AV: Interview met Jan Degadt: Brussel, meervoudige hoofdstad,
’t Pallieterke 02.06.16
46. Anja Pieters: VVB wacht af ..., ’t Pallieterke 21.01.16

47. Bart Maddens: Hoe zou het nog zijn met de communauté métropoli-
taine? Grondvest februari 2015

48. Robrecht Vermeulen: Besluiten van de studiedag, in “Brussel in Vlaan-
deren – Vlaanderen in Brussel”, Verslagboek van studiedag van het

Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) en het Vlaams
Komitee Brussel (VKB) op 14.02.14, p. 44-47 (www.ovv.vlaanderen)

Terug naar overzicht