In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

Interview: de Zwarte Dood in Vlaanderen met Joren Vermeersch
20-4-2020

Grondvest: Joren, in een november bracht je het boek ‘1349, Hoe de Zwarte Dood Vlaanderen en Europa veranderde’ uit bij Vrijdag Boeken. Amper een maand later barstte een nieuwe pandemie uit. Dat roept sterke herinneringen op aan de Zwarte Dood. Zie je parallellen? 

JV: Net zoals Covid-19 vandaag, was ook de Zwarte Dood een product van economische globalisatie. Het is de opkomst van intercontinentaal commercieel handelsverkeer geweest die de epidemie heeft toegelaten om zich mondiaal te verspreiden. Toen ging dat via kameelkaravanen langs de Zijderoute, traag maar zeker, want de epidemie was in Centraal-Azië al in 1338 uitgebroken. Het duurde nog twee jaar vooraleer de ziekte vanuit Sicilië, waar het in 1347 aan land kwam, Vlaanderen bereikte. Nu gaat de verspreiding razendsnel door de exponentiële toename van het intercontinentale vliegverkeer. Maar tot zover de vergelijking. Er blijft een fundamenteel verschil in sterftegraad. De Zwarte Dood maaide maar liefst één derde van de totale bevolking weg, zonder onderscheid naar leeftijd, rang of stand. De slachtofferlijst onder de Europese koningshoven was bijvoorbeeld ellenlang. Iedereen wist dat het morgen zijn beurt kon zijn en wie werd besmet, stierf al binnen de drie dagen een pijnlijke dood. Dat zorgde voor een bijna gek makende stress bij de mensen die de ziekte hebben moeten doorstaan. De Zwarte Dood was daarom van een heel andere orde dan Covid-19. 



Grondvest: Lang werd gedacht dat de Zwarte Dood aan Vlaanderen voorbij trok, maar u spreekt dat met klem tegen in uw boek. Waarop steunt u uw conclusie? 

JV: Er blijven nieuwe archiefvondsten opduiken, terwijl andere gekende bronnen anders bekeken worden. Alleen al de Brugse archieven bevatten een schat aan informatie. Zo is er een brief van de graaf aan de stad van 15 augustus 1349, waarin hij de aanleg beveelt van noodkerkhoven ter grootte van omgerekend zes voetbalvelden groot. Ook de archieven van de hospitalen van Brugge bevatten onweerlegbare aanwijzingen van massale sterfte. Het voltallige personeelsbestand van die instellingen stierf en diende te worden vervangen. Vandaag is er voldoende bewijsmateriaal om te kunnen zeggen dat de Zwarte Dood hier toesloeg in alle hevigheid, zowel in de steden als op het platteland. 

Grondvest: In uw boek stelt u dat de Zwarte Dood zowel het beste en het slechtste in de mens naar boven haalde. Ziet u ook daar parallellen met de dag van vandaag? 

JV: Tijdens het hoogtepunt van de Zwarte Dood, de maanden augustus tot november 1349, vielen het ziekenhuispersoneel en de priesters in Vlaanderen als vliegen. Opvallend is dat wanneer één van hen stierf, er meteen een andere Vlaming klaar stond om zijn taak over te nemen. Mensen gingen verder met ziekenzorg en zielenzorg, ook al wisten ze dat ze daarmee hun eigen doodvonnis tekenden. Dat kan niet los worden gezien van het totale godsbesef in die periode. Men zag het leven als een tijdelijke stap waarin zaligheid voor de eeuwigheid kon worden verdiend. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor overleden familieleden, die zoals elke mens immers eerst dienden rond te dwalen in het vagevuur aleer toegang te krijgen tot het paradijs. Dat idee maakte voor velen de stap kleiner en in sommige gevallen zelfs dwingen om zelf de dood te gaan trotseren. Vandaag zien we ook een grote inzet voor de ander, denken maar aan de vele anonieme helden die nu onze klinieken draaiend houden. Maar de Zwarte Dood was toch nog van een andere orde. Zou onze geseculariseerde en geïndividualiseerde maatschappij dezelfde zelfopoffering aan de dag leggen? Ik zie het de moderne Westerse mens nog niet zo snel doen.

Grondvest: Interessante gedachte. Wat over het slechtste in de mens, die door de Zwarte Dood werd boven gehaald?    

JV: Net zoals nu had je ook toen mensen die zich niet bekommerden om het lot van hun medeburgers. Dat ging dan bijvoorbeeld over rijke mensen die zich barricadeerden in hun buitenverblijven met voldoende eten, wijn en vrouwelijk schoon. Dank aan de Florentijnse edelman Giovanni Boccaccio. Die hield drie maand lang een private Corona-party in zijn villa in Toscane en ontsnapte zo aan de dodendans. We danken er zijn meesterwerk Decamerone aan. Maar het ging verder dan egoïsme en escapisme. Een opvallende parallel is de opstoot van racisme, het zoeken naar een externe zondenbok die buiten de groep staat. Angst en haat liggen dicht bij elkaar. De Zwarte Dood heeft geleid tot spontane slachtpartijen op de joden, doorheen heel Europa. Gelukkig zijn we vandaag geciviliseerder dan dat, maar het racisme dat sommige Vlamingen van Chinese herkomst hebben moeten verduren de afgelopen maanden, was weinig fraai. 

Grondvest: Hebben onze voorouders zich toen ook aan racistisch geweld bezondigd? 

J.V.: Het spijt me om te zeggen, maar ja. In de grote steden van Brabant woonden omvangrijke joodse gemeenschappen, die als enigen actief waren in het bankwezen daar (in Vlaanderen werd die beroepstak waargenomen door de zogenaamde ‘Lombarden’, Noord-Italiaanse bankiers). De joden van Brabant werden met stokken en messen uit hun huizen gehaald en collectief verbrand op geïmproviseerde brandstapels, die opgericht werden op de marktpleinen. In Brussel alleen al werden zo’n 600 mensen een gruwelijke dood ingejaagd, vrouwen en kinderen incluis. Zowel Hertog Jan als de kerkelijke autoriteiten probeerden dat bloedbad te verhinderen, maar het mocht niet zijn. De haat van de bevolking was simpelweg te sterk. Dat leert ons veel. Beschaving is maar een dun laagje vernis, dat er snel vanaf gekrast wordt eens de maatschappij in een existentiële crisis belandt. 

Grondvest: U gaat in uw boek diep in op de vraag hoe de Zwarte Dood Vlaanderen heeft getransformeerd. Zowel economisch, politiek, sociaal als cultureel zouden mensen terecht zijn gekomen in een ‘nieuwe wereld’. 

J.V.: Inderdaad. De plotse krimp van de bevolking met 30 % zette een economische kettingreactie in gang, die de maatschappij fundamenteel zou veranderen. Op het platteland ontstond voor het eerst sinds eeuwen schaarste aan arbeid, wat leidde tot een halvering van de pachtprijzen. Dat was een zware klap voor de adel, die leefde van grondrenten, maar tegelijk een gouden kans voor de boer-pachter. Die zou zich emanciperen tot een nieuwe klasse in Vlaanderen, de ‘herenboer’. Anders was het in de steden. Na de Zwarte Dood stak in heel Europa een sterke monetaire inflatie op. De stedelijke loonarbeiders in Vlaanderen werden daardoor in bittere armoe en hongersnood gestort. In gewone tijden ging zo’n drie kwart van hun loon naar voedsel. Reken uit wat er gebeurt als de prijzen plots verdubbelen tot verdriedubbelden. 

De zwarte dood

Grondvest: Van waar die plotse sterke stijging van de prijzen? Alles was toch in overvloed voorhanden na de Zwarte Dood?  

J.V.: Inderdaad. Tijdgenoten krabden zich dan ook de ogen uit toen ze de prijzen plots door het dak zagen gaan. De verklaring voor die pan-Europese inflatiegolf lag in de fors gestegen geldhoeveelheid per hoofd van de bevolking. Zo’n spontane inflatie heeft zich nog voorgedaan in de geschiedenis. Denk aan de enorme inflatie die ontstond in Europa na de influx van de tonnen zilver en goud die de Spanjaarden in de zestiende eeuw meebrachten uit de Nieuwe Wereld. Denk ook aan de impact van de Quantitative Easing-politiek van de ECB. Vandaag beslist men om de geldvoorraad bewust uit te breiden om inflatie aan te wakkeren. De Zwarte Dood ontketende dat effect zonder dat iemand het in de smiezen had, en wel met een hevigheid die ongezien was in de hele menselijke geschiedenis. 

Grondvest: In het laatste deel van je boek stel je dat de Zwarte Dood aanleiding gaf tot de geboorte van de moderne staat. Hoe moeten we ons dat voorstellen? 

J.V.: Op het platteland begonnen de mensen plots de kansen te grijpen die er lagen. Veranderen van landheer om te onderhandelen over een betere pacht, bijvoorbeeld. Dat was voorheen ondenkbaar. Voor 1349 stonden er bij wijze van spreken twintig pachters in de rij om je hoeve over te nemen indien je nog maar durfde te klagen. Nu lagen de rollen omgekeerd. Plots waren het de landheren zelf die moesten concurreren om de arbeid van boeren, in plaats van de boeren om land. De emancipatie van de boerenstand en de dalende inkomsten die daarmee gepaard gingen voor de adel brachten in heel Europa een adellijke contrarevolutie op gang die enorm brutaal was. Van Sicilië tot Noorwegen werden landarbeiders gedwongen in een draconisch keurslijf. Men mocht niet meer verhuizen, maximumlonen en arbeidsdwang werden opgelegd, men ging voorschrijven welke klederdracht de lagere klassen wel en niet mochten dragen, er kwamen werkklokken in de steden om de arbeidstijden aan te nemen etc... Voor het eerst sinds het Oude Rome maten de seculiere machthebbers zichzelf opnieuw de ambitie aan om het leven van hun onderdanen te dicteren. Dat gebeurde niet langer zoals vroeger via de scherpe lans van hun ridders, maar via de nog veel scherpe pen van hun ambtenaren. De moderne bureaucratie zag het licht en die kwam ter aarde met één duidelijk doel: de klassenverschillen die er waren voor de Zwarte Dood in stand houden en elke hoop op sociale mobiliteit bij de lagere klassen in de kiem smoren. De opkomende staten van Europa maakten zo een reuzensprong in hun ontwikkeling: de moderne staat was geboren.  

‘1349, Hoe de Zwarte Dood Vlaanderen en Europa veranderde’ van Joren Vermeersch werd uitgegeven bij Uitgeverij Vrijdag Boeken. Het vertelt een tijdloos verhaal en is te koop in de betere boekhandel aan 22,50 euro.  


Terug naar overzicht