In de kijker

Kalender

Grondvest

Burgerzin, grondrechten en democratie in tijden van coronavirus
9-4-2020

Bijzondere situaties vs. bijzondere maatregelen

Niemand zal ontkennen dat bijzondere situaties bijzondere maatregelen vereisen. 

Wie geen blijk kan geven van respect en erkenning voor alle mensen die zich, dag in dag uit en vaak met gevaar voor eigen gezondheid én leven, inzetten, opdat  de gevolgen van de pandemie veroorzaakt door het coronavirus zo goed als mogelijk zouden beperkt worden en onze samenleving verder zou functioneren, heeft wellicht zélf een probleem.

Iedereen, op zijn niveau, kan een steentje bijdragen tot het welslagen van de inspanningen die deze personen, die zich haast letterlijk in de vuurlijn bevinden, leveren. Al was het maar door, simpelweg, niet uit huis te komen. Een minimum aan zelfdiscipline volstaat daartoe. Geen al te grote inspanning in vergelijking met de prestaties die sommige anderen nu neerzetten.

In tijden als deze is burgerzin meer dan ooit wat ons kan redden. Maar ook zou dienen te binden.

Daar waar die burgerzin ontbreekt is het bijgevolg niet onlogisch om, door gepaste maatregelen én sancties, het gedrag van diegenen die deze burgerzin niet spontaan kunnen opbrengen, bij te sturen.

 

Alles is echter een kwestie van maat, proportie én wettelijkheid.

Maatregelen, al dan niet voorzien van sancties, vallen niet per definitie uit te sluiten. Maar de bezorgdheid over het respect voor onze grondrechten in tijden van bijzondere machten, die hogervernoemde maatregelen invoeren, weerklinkt alsmaar luider. 

Die bezorgdheid is per definitie verrechtvaardigd.  Nogmaals: de noodtoestand is patent en aanwezig. Maar dit verrechtvaardigt niet dat aan onze grondrechten wordt getornd.

Grondrechten zijn immers universeel en dienen altijd, absoluut en ongeacht de context, ernstig genomen te worden. Het zijn rechten waarvan we niet kunnen afwijken zonder te raken aan de grondbeginselen die onze samenleving regelen. Zonder te raken aan de democratie. Zonder te raken aan onze elementaire vrijheid.

In landen zoals Hongarije, Polen, maar ook Spanje, zien we de concentratie van macht, die in tijden van corona als legitiem en zelfs vanzelfsprekend wordt bevonden, niet enkel op een vreemde manier tot stand komen. We merken ook dat dit fenomeen afglijdt naar misbruik van macht. Zo zijn er, bij voorbeeld, geen aantoonbare redenen waarom de noodtoestand in Catalonië beter vanuit Madrid dan vanuit Barcelona zou geregeld worden. Gezondheid, met o.a. ‘Catsalut’, is er, sedert decennia, een gedecentraliseerde bevoegdheid. Het van meet af aan inschakelen van het leger om de pandemie in te dijken, in politieke gespannen tijden, doet daarbij nog meer de wenkbrauwen fronsen. 

De waarden die de basis vormen voor onze democratie en mensenrechten verdwijnen ginder wat al te vlotjes in het valluik van de noodtoestand. Waar ze niet snel dreigen uit verlost te worden, zo leert ons de geschiedenis.

 

Maar ook bij ons is enige bezorgdheid niet misplaatst.

Recht op vereniging wordt door het heersende samenscholingsverbod, stevig ingeperkt. Dat kan, door de noodzaak om de nodige afstand te bewaren om besmetting te voorkomen, begrepen worden. Ook al zijn dergelijke beperkingen voor verenigingen zoals de Vlaamse Volksbeweging, of de Vlaamse beweging in het algemeen, uitermate nefast.  Indien ze langer zouden duren en strenger zouden zijn dan strikt noodzakelijk zijn dergelijke maatregelen echter regelrecht onaanvaardbaar.  En laat de duurtijd van één en ander nu net wat twijfelachtig zijn.

Het inperken van het recht op verplaatsing is van een ander allooi. Daar is het medisch gegeven, en dus de legitimiteit van het inperken van dit fundamentele, grondwettelijke recht, niet aanwezig. Wie als gezin samen op wandel mag gaan, besmet toch niemand vanuit de gezinswagen? En waarom mag winkelen in de buurt wél, maar enkele kilometers verderop dan niet meer? Waar zit de grens en vooral: waar zit het risico? Wat is er anders aan een tweede of derde ‘kot’ dan aan een eerste? Zolang de bewoners ervan maar binnen blijven en voldoende afgezonderd.  

Dat de GAS-boetes die deze toestand dienen te beteugelen, al dan niet aangevuld door latere vervolging door het parket, elke rechtsgrond blijken te missen kan al helemaal niet door de beugel. Dat is een regelrechte aanfluiting van het legaliteitsbeginsel, de basis van ons strafrecht: geen straf zonder wet – de wet dient er eerst te zijn – nadien pas kan de straf worden toegepast.

Maar waar het evenwicht helemaal zoek is, is wanneer bovendien naar methodes wordt gegrepen die thuishoren in de dictatuur. Zoals het inleggen van kliklijnen, het aanmoedigen van mensen om er ook effectief gebruik van te maken, het binnenvallen in woningen zonder toezicht van de rechter, ttz zonder huiszoekingsbevel, desnoods aan de hand van de stormram- tegenwoordig, naast het automaat voor onmiddellijke inning van de boetes, blijkbaar de beste vriend van elk politiekorps op pad -  en het gebruik van infraroodcamera’s om woningen onrechtstreeks toch nog te kunnen doorzoeken wanneer andere letterlijk invasieve technieken niet worden aangewend.

In het algemeen is de absolute willekeur en dus rechtsonzekerheid die heerst in het interpreteren en toepassen van al deze, al dan niet wettelijk en grondwettelijk, opgelegde regels, naargelang van de kerktoren waaronder de zogezegde misdrijven worden vastgesteld ronduit ontoelaatbaar en in hoge mate zorgwekkend.

Met daaraan toegevoegd de alarmbel die afgaat nu alles ingevoerd en toegepast wordt door één enkele macht, nl. de uitvoerende, waarvan de representatieve legitimiteit ver zoek is. Een uitvoerende ‘volmachten’-macht, zonder effectieve parlementaire controle, die bovendien, na een korte periode van gesloten rangen uit gedeeld eigenbelang, opnieuw vechtend over de politieke straatstenen rolt.

 ‘Chassez le naturel, il revient au galop’ om het in de taal van de federale eerste minister te zeggen.

 

Zonder democratie, vrijheid en respect voor grondrechten is het leven ook voorbij.

Voeg daar aan toe wat, hier, (voorlopig, nog even, maar voor hoe lang ?)  in de voorraadkast blijft zoals avondklok, lokalisatie van personen via mobiele telefonie en het gebruiken van deze data om mensen in isolatie te plaatsen.

In andere landen, waar democratie een loos begrip is, worden deze technieken al toegepast maar ook hier weerklinkt, nu al, de sirenenzang van sommigen om dergelijke praktijken, in naam van de hogere ‘volksgezondheid’ toch maar te dulden.

Volkeren in het verzet, die hun eigen weg zoeken, zoals het Vlaamse, weten uit ondervinding waar dergelijke toestanden kunnen eindigen. Wij verzetten ons dan ook met klem tegen de aanwending van dergelijke mogelijkheden.

Zonder democratie, en zonder vrijheid en respect voor onze grondrechten, is het leven waar wij naar streven, ook voorbij.

 

H. R.

 

Terug naar overzicht