In de kijker

Grondvest

Een begeesterend leven. Gaby Vandromme blikt terug (en kijkt vooruit).
6-10-2018

 21 juni. Voor het eerst op bezoek bij Gaby Vandromme. Ik verwonder me er nog steeds over dat, in tegenstelling tot Nederland, onze duinen mochten worden volgebouwd. Anderzijds viel het me op dat in de Koksijdse duinen beduidend minder tricolore (reclame)vlaggen hangen dan elders in het land. Hoe zal het zijn bij Gaby? Ik ken hem van op vergaderingen, bijeenkomsten, organisaties, van te e-posten, van horen zeggen en van over te lezen. Nu ontmoet ik hem echt voor het eerst. Leuven Vlaams is de aanleiding, maar daar blijft het niet bij. Daarvoor is de mens en de persoonlijkheid van de oud-studentenleider te gelaagd.

Grondvest (GV): “Mooie woning. Hoe ben je hier in Oostduinkerke terecht gekomen? Je woonde toch in Brussel?”

Gaby: “In de kerstperiode van ’66-‘67 verzamelden Vlaamse en Waalse studentenleiders uit Leuven in een villa hier in Oostduinkerke. Ik was eens in Heist en ben naar hier gereden om elk straatje dat uitkwam op de dijk in te slaan op zoek naar die bewuste villa. De dijk was de enige herinnering die ik nog had, ik ben namelijk geen historicus noch archivaris. Uiteindelijk bleek de villa al afgebroken te zijn, maar de schoonheid en de rust van de buurt spraken me wel aan.”

Opgedane ervaringen

GV: “Wie is Gaby Vandromme?”

Gaby: “Daarvoor moeten we toch een tijdje terug. Mijn vader (°1892) woonde en werkte in de Zuid-West-Vlaamse vlasstreek toen hij in 1912 opgeroepen werd voor zijn verplichte legerdienst bij het vestingleger in Namen. Ook daar gold de regel ‘Et pour les Flamands, la même chose’. Talloze keren heb ik dat verhaal van hem gehoord. Dat maakte deel uit van mijn opgedane ervaringen, net zoals het feit dat vader slechts tot zijn 11de naar school kon gaan.

Dat zijn meteen twee thema’s die me hebben beïnvloed : de Vlaamse Beweging én democratisering van het onderwijs en, bij uitbreiding, van de maatschappij. Dat speelde en speelt mee in de ‘drive’ die ik had en heb. Vader was net afgezwaaid toen hij in de zomer van 1914 werd heropgeroepen. In die oorlog vocht hij vier jaar, wat hem flamingantisme en oorlogsafschuw bijbracht. De vlag met het opschrift ‘Ik vloek den oorlog’ speelde een prominente rol ten huize Vandromme. Hij werd trouwens onder die vlag begraven.”

GV: “En waar begint je eigen geschiedenis?”

Gaby: “Ik zag het levenslicht in 1943 en kende een gelukkige jeugd thuis en in het Sint-Amandscollege in Kortrijk. Het college en KSA Jong-Vlaanderen hebben me mee gevormd. Tussen 1961 tot 1966 studeerde ik aan de KULeuven. In Leuven werd ik eerst kandidaat in wijsbegeerte en letteren en in 1966 promoveerde ik tot doctor in de rechten.

Daarna volgde ik een MBA in Gent aan de PUB, de voorloper van de Vlerickschool. In maart 1967 werd mijn beurs ingetrokken wegens mijn subversieve activiteiten en engagement als studentenleider.

Vrij snel daarna werkte ik als manager o.a. voor Unilever en Monsanto. Bij dat laatste bedrijf was ik marketingresearch verantwoordelijke voor Europa en Afrika.”

GV: “Altijd bij die multinationals blijven werken?”

Gaby: “Tussendoor heb ik een eigen weekblad opgericht Vrijdag. O.a. Walter De Bock en Paul Goossens deden er hun eerste werkervaring op als journalist. Er zijn slechts vijftien nummers van verschenen en ik ben er zonder schulden mee gestopt. Het heeft wel veel meer opgeleverd als idee. Wijlen Christian Dutoit heeft er in Meervoud, een aantal jaar geleden, nog een artikel aan gewijd: De sublimatie van een nooit gekomen revolutie… . (N.v.d.r.: Meervoud 38, juni-juli 1998.) Begin jaren negentig heb ik dan mijn eigen bedrijf opgericht, GVD & partners. Klanten waren o.a. Monsanto, Fortis, Proximus… In 2003 ben ik op pensioen gegaan en heb ik me teruggetrokken aan de kust. Hoe ik finaal hier in Oostduinkerke belandde, weet je ondertussen al.”

GV: “Vooraleer we dieper ingaan op je studentenperiode, toch nog een andere engagementsvraag. Heb je tijdens je ‘beroepsleven’ je engagement op andere vlakken stilgelegd?”

Gaby: “Helemaal niet. Na mijn huwelijk ben ik in Ukkel gaan wonen. We hebben er de Vlaamse bibliotheek uitgebreid van 50 naar 500 lezers. Via de VU stond ik op de Vlaamse eenheidslijst in Brussel. Ik was 11 jaar voorzitter van de VU in Ukkel maar ook zes jaar arrondissementeel voorzitter. We pleitten toen al voor de fusie van de 19 gemeenten en een consequent bestuur in het Nederlands en het Frans. Ik ben toen ook 6 jaar lang secretaris geweest van de nieuwe Hoofdstedelijke Brusselse Bibliotheek en heb mede gezorgd voor de aankoop van het gebouw naast de Munt (met steun van Rika Steyaert en Hugo Schiltz). De Vlaamse gemeenschap heeft toen het hele blok gekocht en uitgebouwd tot wat het nu is: een baken voor het Nederlands in het centrum van Brussel. Daarnaast was ik ook nog assessor bij het Nationaal Orkest van Belgie en ben ik regeringscommissaris geweest van de Gewestelijke Investeringsmaatschappij Brussel (GIMB).”

Studeren in Leuven, zoveel meer dan studeren

GV: “Laat ons even terugkomen op de aanleiding van dit interview. Je was als studentenleider actief bij Leuven Vlaams. Ik ben 15 jaar jonger, maar herinner me toch je naam. Thuis lazen we ook ’t Pallieterke en Gaby Vandromme kwam daar toch ook regelmatig in voor. Voor zover ik me herinner niet altijd even lovend (want te progressief) maar je stond daar toch in een beter daglicht dan bijvoorbeeld een Paul Goossens. Wat klopt van dat beeld?”

Gaby: “In oktober 1961 ben ik mij in Leuven onmiddellijk gaan inschrijven bij het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond). Hun blad ‘Ons Leven’ was toen nog een weekblad dat elke vrijdag verscheen en ik kon hier en daar meehelpen. Het KVHV had ook een vormingswerking, met een wekelijkse bijeenkomst, meestal een causerie. Het stramien lag vast: eerst een misviering, dan een sober avondmaal en vervolgens een voordracht. Jan Bauwens, een eminente vriend die later directeur-generaal geworden is van de Rectorale Zaken, organiseerde dit.

Die lezingen hebben een grote impact gehad. Ik hoorde zaken en theorieën die ik voordien nooit had gehoord. Ik kwam immers uit een veilig beschermde collegewereld in het Kortrijkse en hoorde nu voor het eerst mensen spreken uit ‘linkse’ hoek. Ze praatten over travaillisme, nationalisatie, sociaal-economische problemen, een andere invulling van Vlaams bewustzijn. Een nieuwe wereld ging voor mij open.

In het tweede jaar werd ik redactiesecretaris van Ons Leven gebombardeerd. Elke woensdag zat ik bij drukkerij Vanderpoorten om de drukproeven na te lezen. Op die manier word je al heel snel ingewijd in het vak. Het jaar daarop (1963) klom ik op tot politiek hoofdredacteur. Net voor kerst ’63 had ik een heel belangrijke ontmoeting. Samen met toenmalig KVHV praeses Tony Dieusaert (latere CEO van de Belgische BASF) werd ik uitgenodigd door Mark Grammens van toen nog De Linie en het jaar erop De Nieuwe. Hij was de eerste die deze nieuwe en ruimere invulling van flamingantisme au sérieux nam. Ik heb later zelf ook nog in De Nieuwe geschreven. Ik mag wel zeggen in mijn eigen gekende stijl: klaar, duidelijk en spitant.”

In ’64 zette ik de krijtlijnen uit binnen het KVHV :

Democratisering van het onderwijs, democratisering van de universiteit door medebeheer en democratisering van België, waar toen een pleidooi ging voor federalisme. En natuurlijk over de splitsing van de Leuvense universiteit.

Op die basis werd ik praeses van het KVHV, dat toen behoorlijk veel impact had. Ik was ook hun vertegenwoordiger in het LSK (Leuvens Studenten K/Corps, de overkoepelende studentenorganisatie). En voorzitter van de commissie Binnenland van VVS”.

GV: “Het hoogtepunt van je studentencarrière?”

Gaby: “Neen, op het einde van het academiejaar 65-66 werd ik quasi unaniem tot algemeen voorzitter van het VVS (Vlaamse Vereniging van Studenten) verkozen.

En het was eigenlijk in die functie dat ik de beroemde meimaand van 1966 heb mogen meemaken, nu algemeen bekend als de start van ‘Leuven Vlaams’.

In mei ’66 begonnen voor mij de moeilijkheden

Daar begonnen voor mij ook de moeilijkheden. De meeste kritiek ging uiteraard naar de leiding van de universiteit in Leuven maar toen ik verklaarde dat het er in Gent onder rector Jean-Jacques Bouckaert minstens even erg patriarchaal aan toe ging als in Leuven, was het hek van de dam. Ik werd in Gent ontboden en vertelde hem dat Gent geen democratische unief was, geen raadpleging kende en geen structuur tot inspraak. Ik kreeg een uitnodiging van een zekere Hugo Coveliers om te gaan spreken in Gent. Prompt volgde een universitair spreekverbod. In Leuven is zoiets nooit gebeurd, in Gent wel. Daarop volgde een nationale betoging van het VVS en als reactie werd mijn studiebeurs ingetrokken. Vanuit die periode komt ook mijn bijnaam ‘Gaby le Rouge’, eentje die ik van Paul Goossens kreeg.

Maar ook in Leuven ben ik bijna buiten gevlogen. Dat is eerder onbekend. Waarom? Ik durf gerust zeggen dat ik goed kon spreken. Ik trok aan de mouwen van alle decanen over de splitsing van Leuven. Het rectoraat besliste in 1964 om me als onruststoker aan de deur te zetten. Een medestudent verwittigde mij ondertussen dat secretaris-generaal Eugeen De Jonghe me met zijn wagen zou oppikken. Dat gebeurde en hij reed met me naar de bossen in Heverlee, waar niemand ons kon zien. ’t Was net het maquis. Hij lichtte me discreet in en vertelde dat hij er uiteindelijk voor gezorgd had dat ik toch mocht blijven. Achteraf bekeken, vraag ik me toch af of ik echt zo’n gevaarlijke jongen was.”

Leuven Vlaams, zoveel meer

GV: “Kan je bepaalde thematieken aan je naam verbinden? Zaken waarvan je zegt, die zijn voor later ook belangrijk?”

Gaby: “Het Vlaams studentenleven in die tijd werd beheerst door thema’s als amnestie en de talentelling. Onder mijn invloed trokken we de horizon open en brachten we andere thema’s binnen in de Vlaamse Beweging. Ik denk hierbij aan de democratisering van het onderwijs (niet evident op dat ogenblik) en de democratisering van de universiteit. Wij pleitten voor medebeheer van de studenten. Ook hierover maakte ik afspraken met alle decanen, ook bij Gaston Eyskens. Ik werd er zeer goed onthaald en hij luisterde met zeer veel begrip. We discussieerden over volksnationalisme. Goed dat hij niet wist dat ik samen met Willy Kuypers net ervoor, bij een betoging, nog kasseien had uitgebroken voor zijn deur. In die tijd verscheen een lijvig nummer van Ons Leven over economische democratie. Dat was nieuw voor die tijd. Maar uiteraard spande ‘Leuven Vlaams’ als thema de kroon. Maar ook dat zagen we in een ruimer omvattend geheel.”

GV: “Hoe bedoel je?”

Gaby: “Zegt de naam Jan Olsen je iets?”

GV: “Op zijn wafelenbak ben ik nooit geweest, maar ik weet er wel van. En welke ietwat oudere flamingant vergeet ooit het beeld van die compleet verregende IJzerbedevaart waarop Jan Olsen met de ene hand aan het stuur van zijn moto en de andere hand een leeuwenvlag omknellend van de nieuwe naar de oude toren scheurde. Ik ken Jan dus wel een beetje, waarom?”

Gaby: “ Hij zorgde mee voor dat ruimer omvattend geheel. Vanuit zijn tijdschrift Het Pennoen, dat laveerde op wat naïeve procommunistische sympathieën, propageerden we bijvoorbeeld federalisme. In denken toen een linkse gedachte. Ik begrijp niet waarom links dat nu nog altijd niet als finaliteit ziet. Is er iets meer progressief dan een doorgedreven staatshervorming met onafhankelijkheid als finaliteit? We creëerden ook een opening naar meisjes en vrouwen. Het was de tijd van de Dolle Mina’s. We wilden medebeheer op alle vlakken van de maatschappij, ook in de economische structuren. Dat was het binnenlands luik.”

Leuven Vlaams, ook in het buitenland

GV: “Ik ben benieuwd naar het buitenlands luik.”

Gaby: “Die buitenlandse dimensie was zeer belangrijk. We overstegen zo het toenmalige te smal Vlaams denken. Paus Johannes de 23ste bood opeens een andere kijk op de conservatieve katholieke kerk. Er waren de Kennedy’s. ‘Ask not what your country can do for you but what can you do for your country’, dat inspireerde heel wat jonge mensen. Er was de opkomende strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika. In Cuba had je Fidel Castro, die startte als nationalist en door machtspelletjes tussen de USSR en de Verenigde Staten, een speelbal werd en zo communist is geworden. We weten nu wel beter maar je kan er toch nog steeds niet tussenuit: het land heeft in die regio, ondanks alles, de laagste kindersterfte en de hoogste scholingsgraad.

En niet te vergeten: Vietnam. In 1966 ontstonden openbare discussies (teach-in’s). We deden er eentje over Vietnam. Een groot succes en dat tot woede van ’t Pallieterke, dat vond dat we de Vlaamse belangen moesten verdedigen. Mark Grammens gaf historische duiding. Jan De Meyer, professor staatsrecht, was voorzitter van de conferentie. Wie hadden we nog? De Vlaamse communist Jef Turf en de trotskist Ernest Mandel, E. Troch (pseudoniem van Luc Vandeweghe) van de buitenlandredactie van De Standaard. Verder een rasechte Vietnamees en natuurlijk ook een Amerikaan, namelijk de eerste secretaris van de ambassade van de USA. Tot drie uur ’s morgens, dat kan je je nu niet meer voorstellen. Dat waren nog tijden!

Over het buitenland gesproken, ik werd ook afgevaardigd als één van de zeven secretarissen van de IUS, de International Union of Students, een door de Sovjet-Unie gesubsidieerde organisatie. Die was erg pro-Vietcong en zo ben ik zelfs nog op een congres in Mongolië beland, dat toen van de wereld was afgesneden. Overigens was ik ook afgevaardigde bij de ISC ( International Student Conference), de door de Verenigde Staten gesponsorde tegenhanger.”

Leuven Vlaams en de VVB

GV: “Jij als kenner van Leuven Vlaams. Wat was de rol van de VVB in die strijd?”

Gaby: “Die rol is zeker niet te onderschatten en wordt ten onrechte weinig vermeld. Toen ik in 1964 praeses werd van het KVHV werd ik vrij snel gecontacteerd door Paul Daels, de toenmalige en uitstekende VVB-voorzitter. Er was een zeer krachtig en intelligent VVB-kernbestuur: notaris Paul Daels, de latere eerste minister Wilfried Martens, de latere CVP-senator Ferdinand De Bondt, advocaat José De Schaepmeester uit Kortrijk…

Overigens was ik gastspreker op het VVB congres van Kortrijk. Er was een uitstekende wisselwerking tussen de VVB en de Vlaamse Studentenbeweging. Er was veel wederzijds respect en wisselwerking van ideeën. Ikzelf heb me altijd herkend in de ‘klassieke’ Vlaamse eisen. Anderzijds stond de VVB van Paul Daels helemaal open voor de typische studenteneisen zoals medebeheer en democratisering ook al wordt dat door sommigen ontkend of doodgezwegen.

Andere mei-’68-corryfeeën zoals Paul Goossens hebben nooit contact gehad met de Vlaamse beweging. Paul, leeftijdsgenoot, is pas in 1965 -1966 in Leuven aangekomen. Hij kwam uit een eerder burgerlijke omgeving en is na zijn humaniora twee jaar naar het seminarie getrokken. Nadien heeft hij kandidaturen economie in de Jezuïetenuniversiteit van Namen gevolgd, een bastion van de betere conservatieve Vlaamse bourgeoisie. De voorgeschiedenis van Leuven Vlaams kent hij dus niet. De periode 1960-1965, die een emancipatiebeweging was, inclusief Vlaamse emancipatie, is hem vreemd en hij heeft er blijkbaar tot op vandaag geen voeling mee. Het verhaal van de kastescholen, de betoging die we daartegen organiseerden, de betogingen voor de splitsing van de KUL, zijn aan hem voorbijgegaan. Hij is dus vier jaar lang buiten de Vlaamse Beweging en buiten de Leuvense Beweging, opgegroeid.

Op 13 mei 1966 ging het mandement van de bisschoppen als een schokgolf door Leuven. Op de trappen van de Vlaamse leergangen klonk toen uit mijn mond: “Vanaf nu niet langer Walen buiten, maar papen buiten.” Heel het klerikaal instituut werd niet meer aanvaard. Het was als het ware de teleurgang van de katholieke waterhoek.”

GV: “En wat had de VVB daar mee te maken?”

Gaby: “In september 1966 beslisten de Leuvense studentenleiders dat zij hun emancipatorische eisen, inclusief een eigen Vlaamse Universiteit in Leuven, kracht zouden bijzetten met een spectaculaire actie : een voettocht, gespreid over 5 dagen, van Oostende naar Leuven. Leuven zou het culminatiepunt worden. Die laatste dag werd ingericht samen met VVB. Daels gaf er een schitterende toespraak. Ikzelf, als VVS voorzitter, gaf er een gedenkwaardige rede, waarin ik naast Vlaams onderwijs, solidariteit bepleitte met andere emancipatorische studentenbewegingen o.a. de Braziliaanse studentenbeweging, toen geterroriseerd door het leger. Ik heb altijd de Vlaamse eisen kunnen plaatsen in een algemeen verband. Vic Anciaux vond het nodig om mij te onderbreken met kreten zoals ‘Leuven Vlaams’, wat op dat ogenblik totaal ongepast was. Zo zie je maar hoe de latere progressieve Anciaux erg ‘reactionair’ kon zijn. In mijn ogen is het Vlaamse aspect even belangrijk als het emancipatorische. In hagiografieën over mei ’68 wordt die Vlaamse invalshoek vaak ‘vergeten’. En Paul Goossens had immers een persoonlijke vete met Daels. Paul Daels vond dat Goossens niet te hoog van de toren moest blazen, vermits Goossens niet zoveel verdiensten kon aantonen in de Vlaamse Beweging. Wat waar was en is.”

GV: “Paul Goossens ligt niet meteen in je bovenste schuif?”

Gaby: “Ik heb nooit begrepen waarom Goossens, die ooit in zijn seminariejaren onder de indruk was van de bevrijdingstheologen, nooit inzicht heeft willen verwerven in de Vlaamse emancipatorische beweging. Misschien omda

Terug naar overzicht