In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

Toespraak Guido Moons (IJzerwake 26 augustus)
28-8-2018

Bedevaarders, vrienden en medestanders uit de Vlaamse Beweging,

Gewoon maar een steen

Gewoon maar een steen die gekanteld lag

gewoon een soldaat die hem liggen zag

als puin tussen puin langs een muur

want het dorp en de wereld waren vernield,-

wat heeft hem, vermoeid waar hij zat, bezield

om profeet te zijn in dat uur ?

De hand die niet beeft houdt de boze kwast

voor het ongeduld van letters vast

en schrijft zonder stem: Hier ons bloed,-

 daaronder opstandig: Wanneer ons recht,-

want niets wat tevoren werd toegezegd

maakt het zéér van de inzet zoet.

Gewoon een soldaat die gevallen is

in de winterkou in de wildernis

in de zomer van zeventien,

 gewoon maar een steen met een grote wens

die tegen de grond ging en die geen mens

in zeventien jaar heeft gezien.

Maar een steen des aanstoots geworden, een steen

die staat tegen alles en iedereen

en terecht op de plaats waar hij staat,

 de steen van de nimmer geloste schuld

 de steen van het Vlaamse ongeduld

én de steen van de Vlaamse Staat !

 

Met deze sobere en rake tekst, geschreven voor de IJzerbedevaart van 1978, nu veertig jaar geleden, schetst priester en dichter Anton van Wilderode a. h. w. in een notendop via de iconische steen, de door het oorlogsgeweld vernielde dorpspomp van Merkem en vandaag nog altijd aanmanend aanwezig in de crypte van de IJzertoren, het verbeten, tragische maar hoopvolle verhaal van de Frontbeweging tijdens W.O.I. Om dan in het allerlaatste vers die lijn van sociaal bewogen Vlaams-nationaal engagement vlijmscherp door te trekken naar de Vlaamse Beweging van de 20ste eeuw. Maar we zouden gerust kunnen zeggen: naar de Vlaamse Beweging van vandaag, 26 augustus 2018.

Het dramatische epos van de Frontbeweging, van de frontsoldaten aan de IJzer was niet enkel het verhaal van een verbeten strijd tegen de zwaarbewapende en machtige Duitse oorlogsmachine maar eerder het epos van een strijd tegen sociaal onrecht, tegen de miskenning en achteruitstelling van het Nederlands, tegen de toenmalige blijvende en schrijnende uitsluiting zowel sociaal als politiek van de Vlamingen als tweederangsburgers, als goedkoop kanonnenvlees. Deze laatste strijd was nog eens zo zwaar en dubbel zo hard omdat de tegenstander in het eigen kamp moest worden gezocht: het Belgische politieke en militaire establishment met de koning-ridder op kop. Dat grove onrecht kan worden samengevat in één misselijkmakende zin, die toen schering en inslag was, maar nog lang na het trompetgeschal op wapenstilstanddag 11 november 1918 nazinderde en blijvend werd gehanteerd: “Et pour les flamands la même chose!”.

Bedevaarders, vrienden medestanders van en uit de Vlaamse Beweging, het is niet meer dan terecht dat vandaag, tijdens deze 17de IJzerwake, wij dankbaar die IJzergeneratie gedenken. Dat vandaag nog erkentelijk de namen worden genoemd van Adiel Debeuckelaere, Filip De Pillecijn, Hendrik Borginon, de drie bevlogen en integere kopstukken van de Frontbeweging én samen met hen de namen van velen, die in die ondankbare en donkere periode de grondslagen, de fundamenten hebben gelegd van de Vlaamse Beweging. Die Vlaamse Beweging waarin velen onder jullie vandaag militeren en actief zijn. Van de eis van toen voor Vlaams zelfbestuur naar de eis van vandaag voor Vlaamse onafhankelijkheid.

 Eén bedenking daarbij: herdenken is goed én moet. Maar toch moet het iets méér zijn dan dat. Eveneens moeten we durven nadenken over ons eigen engagement als Vlaamse bewegers vandaag, hier en nu. Een gewetensonderzoek, om die oude, bijna vergeten katholieke term te gebruiken, als overweging hoe het nu verder moet en ja, hoe het beter kan en waar er moet bijgestuurd worden.

 Of is zo ’n bedenking enkel larie en apekool, gezeur van een ouder wordende en gefrustreerde Vlaams-nationalist voor wie het toch nooit genoeg is ? Immers, kijk naar het Vlaanderen van vandaag: sociaal-economisch doet Vlaanderen het- ondanks de financieel economische crisis van enkele jaren geleden- vrij goed. Het dalende Vlaamse werkloosheidscijfer illustreert dat. En ja, akkoord, politiek gezien kan het natuurlijk beter maar het is een kniesoor eerste klas die daarover blijft zeuren !

Materieel gezien zal dat plaatje wel kloppen. Maar is het ons, als Vlaamse Beweging, enkel en alleen daarom te doen ? Toegegeven, persoonlijk besef ik maar al te goed dat Vlaanderen nu staat waar het staat dankzij tal van schrandere en gedreven ondernemers en dat zij door hun engagement en ondernemingszin verantwoordelijk tekenen voor ons aller welvaart.

 En toch, met mijn slecht karakter wil ik volgende vraag formuleren: is ons Vlaams Bewegen louter en alleen een materieel gegeven of gaat het om méér dan dat ? Volgens mijn bescheiden mening gaat het inderdaad om meer dan dat. O. a. over het ongrijpbare, het immateriële dat mee de grondstroom uitmaakt van de Beweging, over datgene wat ons bindt op dagen zoals vandaag, over wat ons drijft in ons engagement en in onze inzet.

Eén van die drijvende en bindende elementen is zonder enige twijfel onze identiteit, onze Vlaamse identiteit. En ik weet het wel, tegenwoordig is het binnen de politiek correcte kerk modieus en “in” om over en op die Vlaamse identiteit te schimpen, ze af te schilderen als de bron van alle kwaad en miserie in de wereld. Heeft dat misschien te maken met het feit dat identiteit zo moeilijk te omschrijven is? Dat identiteit zo ’n meerlagig verhaal zo ’n complex gegeven is?

 Héél kort zou ik het willen hebben over één van de voornaamste hoekstenen van onze identiteit, a. h. w. een cement ervan: de taal, onze taal het Nederlands. Van het West-Vlaamse De Panne tot het Limburgse Kanne spreken we onze eigen typische en vertrouwde dialecten maar ook het standaard Nederlands. Niet voor niets speelde honderd jaar geleden de eis voor de erkenning van het Nederlands in het leger maar ook in het openbaar bestuur én in het onderwijs zo ’n grote rol. Het rake en scherpe politieke pamflet, geïnspireerd door Borginon en neergepend door De Pillecijn, “Vlaanderens dageraad aan den IJzer” getuigt het overduidelijk: mensen die hun taal beheersen, worden en zijn immers mondige medespelers in het maatschappelijk gebeuren. Met recht en rede kan men stellen dat de Vlaamse Beweging lange tijd een taalbeweging was om de eenvoudige reden dat taal dé sleutel betekende tot de volledige ontvoogding en “ontknechting” van ons volk.

Strikt genomen is het definitieve orgelpunt daarin pas een halve eeuw, dus 50 jaar geleden, gezet bij de zeer bewogen strijd om Leuven Vlaams ! Eén van de oudste en meest gerenomeerde universiteiten op het Europese continent, gelegen in Vlaanderen werd pas in 1968 in de volledige betekenis van het woord een echte en volwaardige Vlaamse universiteit. Die strijd om én voor Leuven Vlaams was in wezen dus ook een strijd voor de erkenning van het Nederlands als volwaardige taal voor wetenschappelijk onderzoek, als een volwaardige wetenschapstaal. Een strijd tegen het kortzichtige politieke en kerkelijke gezag van die dagen, wat dat laatste betreft: herinner u de geslaagde petitie tegen het beruchte “mandement van de Belgische bisschoppen”. Laat ons nooit het engagement en de strijd vergeten van illustere figuren zoals rector Piet De Somer en sterk Vlaams  bewogen academici zoals prof. Em. Dr. Eric Ponette. Samengevat, een strijd die bloed, zweet en tranen heeft gekost !

Als Vlaamse Beweging is het daarom één van onze actuele taken het respect voor en de unieke plaats van het Nederlands in onze 21ste eeuwse maatschappij aan te scherpen en aan te wakkeren. Als Vlaamse Beweging moeten we inderdaad méér oog leren hebben, meer zorg leren dragen voor dat cruciale bindmiddel van onze Vlaamse identiteit: het standaard Nederlands.

De voortschrijdende verengelsing, niet enkel in het straatbeeld, maar eveneens in ons hoger en universitair onderwijs mogen we zeker niet schamper en lichthartig wegwuiven als een onschuldig en tijdelijk fenomeen, als een of ander modieus verschijnsel dat even vlug zal verdwijnen als het gekomen is ! Hier staat de rol van het Nederlands als volwaardige onderwijs- en wetenschapstaal op het spel. Hier staat voor ieder die het ernstig meent eveneens de zo moeizaam bevochten democratisering van het onderwijs op het spel. De keuze is klaar en duidelijk: ofwel wordt het een keuze voor het Engels voor “education for  the happy few” of volwaardige onderwijskansen voor iedereen in het Nederlands.

Een maand en half geleden werd in Aalst de orde van de Vlaamse leeuw toegekend en uitgereikt aan Johan Laeremans, leraar maar sinds zijn prille jaren tevens een gedreven en overtuigd Vlaams beweger. Johan Laeremans woonachtig in het hartland van Vlaams-Brabant, vlakbij de achilleshiel van de taalgrens, weet meer dan wie ook wat het betekent te strijden voor een taal, voor het standaard Nederlands. Hij heeft er zijn levenswerk van gemaakt door o. a. als leraar aan het Brusselse St.-Jan Berchmanscollege jarenlang tieners te vormen tot mondige en kritische mensen (hij heeft dat steeds op een wijze en geduldige manier gedaan) en daarnaast op te komen voor elementair Vlaams recht aan de nog steeds bedreigde en in vraag gestelde taalgrens.

 Met het vastleggen van die taalgrens in 1962 kwamen ook de onzalige faciliteiten. Die faciliteiten hebben de voorbije 55 jaren hun doel als integratiebevorderende maatregel volledig gemist. De Franstaligen hebben in al deze Vlaamse dorpen en gemeenten met faciliteiten een voortdurende imperialistische annexatiepolitiek gevoerd, de taalwet brutaal met voeten getreden en die faciliteiten als een politiek breekijzer misbruikt.  Zie recent het nefaste taalregister in de zes Vlaams-Brabantse gemeenten als schrijnend voorbeeld dat de faciliteiten in wezen eerder een instrument zijn van en voor verfransing dan van en voor integratie in Vlaanderen en verwerven van de Nederlandse taal. Vandaar dat in december vorig jaar de stad Ronse met een ruime meerderheid een motie heeft goedgekeurd met de duidelijke en uitdrukkelijke vraag aan de hogere overheden om de faciliteiten af te schaffen. Ronse en de rest van Vlaanderen wachten vandaag nog steeds op een even duidelijk als uitdrukkelijk antwoord, “Hallo Brussel ??”. Het is genoeg geweest, laat het ons voor eens en altijd stellen: afschaffen die koehandel !! In de aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen op zondag 14 oktober wil de VVB een bescheiden steentje bijdragen om de huidige communautaire stilte te doorbreken via het organiseren van een anti-faciliteitenmeeting met getuigenissen uit Ronse en uit de Vlaams-Brabantse Rand met een ere-salut aan de onvermoeibare redactie van het tijdschrift “De Zes” en dat alles voor het Vlaamse karakter van o. a. Ronse en de Zes, voor het doorbreken van een onverantwoorde communautaire stilstand want: faciliteiten zijn en blijven hoe dan ook stommiteiten !! Daarom, bedevaarders en medestanders uit de Vlaamse Beweging steun Ronse, steun de Zes in de Vlaams-Brabantse Rand en noteer met stip donderdagavond 13 september in jullie agenda, wees erbij in Ronse en maak zo een vuist tegen het onzalige faciliteitensysteem ! Om af te ronden: ik hoop en wens dat de inzet van Johan Laeremans, van dr. André Lerminiaux, van Stefaan Dedoncker, van de onverwoestbare Marc Platel, van Armand Seijbers, van Wim Peeters en de overige medewerkers van het degelijke informatieve tijdschrift dat “De Zes” tot op de dag van vandaag is ons nog in lengte van jaren mag inspireren en aanzetten tot een onvermoeibare en volgehouden inzet. Laat er geen twijfel over bestaan: dat ook is bouwen aan het onafhankelijke Vlaanderen !! Een oprecht en welgemeend “dank je wel” aan het adres van Johan Laeremans en zijn ploeg “onverbeterlijken” is hier wel op zijn plaats me dunkt: daarom 1000 maal dank, Johan !! Want bedevaarders en medestanders uit de Vlaamse Beweging, laat ons niet vergeten wat de Nederlandse dichter Lucebert meer dan een halve eeuw geleden neerschreef: “Alles van waarde is weerloos” Gedenk vrienden en medestanders dat onze Nederlandse taal en dus eveneens onze Vlaamse identiteit zo ’n waarden zijn !!! Het is immers dat dat ons verbindt tot gemeenschap, tot volk. En over dat volwaardig volk zijn laat ik het allerlaatste woord aan priester en dichter Anton van Wilderode met een IJzerbedevaartgedicht uit 1983, 35 jaar geleden maar nog steeds brandend actueel en blijvende opdracht voor ons allen.

Wij zijn een volk !

Wij zijn een volk ! Zo werd gezegd, gezongen

in uren van almachtig samenzijn

met ongeledigd hart en luide tongen.

Terwijl de leeuwen met hun lang verleden

te vierklauw weerbaar rechtstaan in de wind

op zoveel vlaggen op dit veld van vrede.

Maar altijd, bij het nuchter overwegen

wanneer de roes voorbij is van het woord,

klinkt ons de echo van de twijfel tegen.

Zijn wij een volk ? Wij zijn een volk van braven

en bedelaars die wachten bij de poort

op slechts een part der erfelijke have.

Wij zijn een volk van vriendelijke zwijgers

die zich beroezen aan hun lang geduld,-

 maar géén onrustigen, geen ras van dreigers.

Wij blijven ons verdelen uitentreuren

in Vlamingen van velerhande soort,

 een bonte “regenboog uit andere kleuren”.

Zijn wij een volk ? Vandaag én hier !

Maar morgen in Brussel aan de tafels van de macht

verzonken in zéér dagelijkse zorgen ?

Wij zijn een volk ! Wij zullen blijven zingen

maar leven naar de letter van dat lied

totdat het waarheid wordt, en minder niet !

Dank u en gedenk de Gentse leuze: niet plooien, nu niet en nooit niet !

 

Steenstrate, 26 augustus 2018                                                           

 

Terug naar overzicht