In de kijker

Kalender

Grondvest

Een groot hart voor onze Vlaamse symbolen
11-7-2018

Kijk niet passief met bewondering terug naar het glansrijke verleden van onze Vlaamse beweging, maar probeer er zelf deel van te worden. Dat is mijn advies aan de Vlaamsgezinde jeugd naar aanleiding van 11 juli, ónze feestdag! De feestdag van álle Vlamingen, hoewel sommigen al eens anders beweren. In het kader van 11 juli zullen tal van columnisten en theoretici naar alle waarschijnlijkheid in hun pen kruipen om ons feestvieren te becommentariëren. Waar ikzelf in dit beknopte stuk echter bij wil stil staan, is de kritiek op onze vreugde van mensen die door een gebrek aan kennis en een romantische voetbalroes denken dat de Vlamingen hersenloze ‘nostalgiekers’ zijn. We zouden het zelfstandigheidsstreven van ons volk immers slechts baseren en vergoelijken door middel van een veldslag, die meer dan zevenhonderd jaar geleden plaatsvond. "Vlamingen bestaan niet!", "En wat dan met die Brabanders!?", "Zie je wel dat die ‘vendelzwaaiers’ geestelijk nog in de middeleeuwen vertoeven!", ... Het zijn slechts enkele van de verwijten die ik recentelijk zag verschijnen. Zijn de Vlaams-nationalisten dan werkelijk zo simplistisch ingesteld? Natuurlijk niet!

Historisch verloop

Op 11 juli vieren de Vlamingen feest. Doen we dat louter omwille van een opstand van de Bruggelingen en hun bondgenoten tegen de toenmalige Franse vorst Filips IV? Niet helemaal. Immers herdenken we in wezen vooral de mythe die ontstond uit deze historie, die bepalend was voor de bloei van de culturele en politieke groei van onze Vlaamse beweging. Om te groeien, heeft elke ideologische stroming symbolen nodig, die het bestaan van de betreffende ideologie rechtvaardigen en het gedachtegoed levenskracht geven. Die symbolen moeten dienen om een volk dat onrechtvaardig behandeld wordt een gevoelen van fierheid mee te geven. Iets om op terug te vallen wanneer de omstandigheden van het dagelijkse leven al te zwaar blijken. In deze context kwam Hendrik Conscience, gesteund door Leopold I, in 1838 op de proppen met zijn 'De Leeuw van Vlaanderen'. Het succesvolle werk moest de Vlamingen fiere 'Belgen' maken die een eigen plaats kregen binnen de Belgische staat, door net hén als dappersten te benoemen in de strijd tegen de Franse onderdrukker in 1302. Immers was het jonge België in de jaren 1830 opnieuw een makkelijke prooi voor Frankrijk. Conscience probeerde de Vlamingen een eigen identiteit mee te geven.

Toen in de negentiende eeuw de Vlaamse situatie echter uitzichtloos bleef - het Belgisch establishment mistte alle kansen om de staat om te vormen - kon zelfs een meesterwerk als dat van Conscience geen soelaas bieden. De Vlamingen konden decennia na de stichting van de Belgische staat nog altijd slechts dromen van gelijkwaardigheid. Onder andere geïnspireerd door Conscience dichtte Albrecht Rodenbach in de jaren 1870 romantisch over de Vlamingen en verschillende studentengenootschappen volgden zijn voorbeeld. De kritische toon ten aanzien van België radicaliseerde en verhardde doorheen de jaren. De druppel die de spreekwoordelijke emmer deed overlopen, kwam uiteindelijk door de brief van Albert I aan alle gevechtsklare Vlaamse jongens in 1914. Daarin riep hij hen op de Guldensporenslag te herinneren en zich even heldhaftig te gedragen tegenover de vijand als zo'n zeshonderd jaar eerder. Inderdaad, de Vlamingen weerden zich vier jaar dapper ... Maar raakten ook sterk gedesillusioneerd. Hun gesneuvelde kameraden gaven immers hun leven voor een staat, die hen in hun ogen minachtte. Ze betraden het niemandsland geleid door officieren die geen Nederlands verstonden en velen stierven er de heldendood met de leuze “Eerst voor Vlaanderen en België daarachter” in hun gedachten. Hoe kenmerkend is dan ook de foto van de soldaten van de Frontbeweging, die gezamenlijk de Guldensporenslag herdenken. Het oorlogsgeweld zorgde ervoor dat de Guldensporenslag van een Belgisch symbool evolueerde tot een Vlaamse episode, die de uniekheid van het Vlaamse volk juist benadrukte. Conscience zou vandaag dan ook vreemd opkijken moest hij zien dat hij een beweging in gang zette, die een andere natiestaat zou voorstaan tegenover de oudere Belgische staat.

Ons Vlaams identiteitsgevoel vandaag

Tegenwoordig is ‘identiteit’ in de hoofden van sommigen ‘ingebeeld’. Deze opvatting klopt, maar dat geldt evengoed voor de Belgische, de Franse en de Engelse identiteit. Terwijl deze drie - onder impuls van een voetbalkampioenschap - vandaag sterk in de kijker staan, is de Vlaamse identiteit vandaag een voorwerp van politieke strijd, die bovendien zeer kritisch in vraag wordt gesteld. Conscience werd onder impuls van de toenmalige culturele elite in 1912 nog massaal gevierd, terwijl vandaag de belangstelling eerder lauw is. De man, “die de Vlamingen leerde lezen”, wordt tegenwoordig haast onder de mat geveegd. De huidige zelfverklaarde en in de media opgehemelde ‘culturele bovenlaag’ keert zich immers tegen de Vlaamse identiteit en de daaraan gebonden politieke strijd. Daarom benadruk ik mijn pleidooi graag dat romantische rituelen, zoals onze 11 julivieringen, enorm belangrijk zijn. Identiteit moet immers verbeeld worden en moet tastbaar zijn. In de negentiende eeuw gebruikte men daarvoor elementen uit het verleden, vaak bewust historisch niet correct. Conscience bijvoorbeeld was dan ook geen historicus. Hij wilde gewoon het verpauperde Vlaamse volk een verleden voorhouden waaraan het zich kon optrekken. Dat is dan ook de essentie: samenhorigheid gestalte geven. De daarvoor gebruikte symbolen maken hier deel van uit.

De Vlaamse feestdag, maar evenzeer de andere nationale Vlaamse(!) symbolen zoals de leeuwenvlag, het Vlaams volkslied en de hele cultus rond Consciences verhaal, zijn toonvoorbeelden van hoe onze beweging uitgroeide. Ze kreeg mettertijd een dergelijk gewichtig karakter, dat op een bepaald moment de officiële staatsinstanties niet anders konden dan zich die symbolen proberen eigen te maken. “Meestal verloopt het anders, en is het een staat die die symbolen kiest, waarna ze dan na korte of lange tijd ingeburgerd raken als nationale symbolen. Dat het in Vlaanderen anders liep zegt natuurlijk alles over onze natievorming”, aldus Paul Cordy in ‘Doorbraak’. Merkwaardig dat het nog steeds om een slechts gedeeltelijke erkenning gaat, daar 11 juli jammer genoeg nog steeds geen wettelijke feestdag is!

Ons gemeenschapsgevoel, de samenhorigheid tussen Vlamingen wiens voorouders elkaars lot deelden doorheen deze verwerpelijke Belgische geschiedenis, mag niet verloren gaan. Kom daarom samen op straat. Manifesteer, zing en amuseer u. Laat de ziel van ons dierbare Vlaanderen niet ten koste gaan van een gecommercialiseerde campagne rond ‘Belgium’. Wees Vlaams, wees trots!

Een zeer fijne 11 juli gewenst!

Nick Peeters

Terug naar overzicht