Staatshervorming op fout spoor
Verzonden op: 14-02-1999
Verzonden door: Karl Drabbe en Bernard Daelemans 03-216 45 24
Aantal keren gelezen: 1079
Persmededeling
15 februari 1999Staatshervorming op dood spoor
De Vlaamse Volksbeweging heeft kennis genomen van de synthesenota van de Commissie Staatshervorming van het Vlaams Parlement en van de reacties erop, die vooral binnen de CVP van controverse getuigen. Het document is door de VVB gewogen en te licht bevonden, omdat de drieledigheid van België door de nieuwe terminologie – deelstaten en deelgebieden – slechts in schijn wordt verhuld. In het voorgestelde model wordt de institutionele kloof tussen Brussel en Vlaanderen zeker niet verkleind. Integendeel.
Het inleidende principe van de nota klinkt nochtans veelbelovend : de deelstaten Vlaanderen en Wallonië staan hiërarchisch boven het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (BGH). Voor een heel aantal nieuwe bevoegdheden behouden de deelstaten in Brussel de ‘basisverantwoordelijkheid’. Maar dit moet steeds gebeuren in een ‘samenwerkingsakkoord’ met het BHG. Dit betekent dat het BHG steeds volwaardige partner blijft.
De huidige bevoegdheden van het BHG blijven nagenoeg intact, op het wetenschapsbeleid en de buitenlandse handel na. Het BHG krijgt nog een aantal exclusieve bevoegdheden bij : activeringsbeleid van de werkloosheidsuitkeringen, telecommunicatie, fiscale stimuli inzake mobiliteitspolitiek, energiebeleid en een aantal economische hefbomen zoals het Participatiefonds.
Wat de financiering betreft, gaat enkel de gezins-en zorgverzekering naar de deelstaten (waarbij de Brusselaars de keuze hebben tussen twee stelsels). Voor de personenbelasting is de regeling voor Brussel niet uitgewerkt, net zomin als de verdeelsleutel voor de eventuele ristornering van de vennootschapsbelasting is vastgelegd.
De voorliggende scenario’s wijzen echter alle in de richting van het toekennen van belangrijke fiscale hefbomen aan het BHG, zodat de vooropgestelde hiërarchie tussen deelstaten en deelgebieden louter theoretisch blijft.
De uitlatingen van Dehaene over het ‘versterken van de Brusselse instellingen’ alsmede het verbeteren van zijn financiering en de stellingname van Chabert die in feite neerkomt op ‘geef ons meer middelen, maar laat ons verder met rust’, vormen een veeg teken.
Als de Vlaamse volksvertegenwoordiging (de tekst moet nog worden goedgekeurd, en riskeert nog afgezwakt te worden) met een dergelijke hybride tekst naar de onderhandelingstafel trekt, laten de gevolgen zich raden : minimale vooruitgang voor Vlaanderen, maximale winst voor de francofonie.
De Vlaamse Volksbeweging geeft er de voorkeur aan dat Vlaanderen beter resoluut met Wallonië gesprekken aanknoopt over een definitieve boedelscheiding, dan de oeverloze processie van Echternach van de ‘staatshervorming’ weer aan te vatten, waarvan men reeds van tevoren weet dat het resultaat onbevredigend zal zijn. Dat neemt niet weg dat de VVB rekent op een maximale bijsturing van de voorliggende voorstellen en dat zij elke voorgenomen stap van staatsvorming kritisch zal opvolgen.
Voor de Vlaamse Volksbeweging,
Bernard Daelemans Karl Drabbe
Voorzitter VVB-Brussel Politiek Secretaris

