VGV verwerpt voorstel orde van artsen

Verzonden op: 21-01-2007

Verzonden door: Jan Van de Casteele 03 366 18 50

Aantal keren gelezen: 1282

Op 10 januari ll. keurde de Commissie Sociale Aangelegenheden van de Senaat in eerste lezing volgende wetsvoorstellen goed : “Wetsvoorstel tot oprichting van een Hoge Raad voor Deontologie van de gezondheidszorgberoepen en tot vaststelling van de algemene beginselen voor de oprichting en de werking van de Orden van de gezondheidszorgberoepen” en “Wetsvoorstel tot oprichting van een Orde van artsen”.

Na aandachtige lezing van deze wetsvoorstellen, handhaaft het Vlaams Geneeskundigenverbond (VGV) onverminderd zijn bezwaren, reeds geformuleerd in zijn brief aan de Nederlandstalige leden van de Commissie Sociale Aangelegenheden van de Senaat op 20.12.05.

1. Ondanks een negatief advies van de Raad van State handhaven de indieners blijkbaar de bepaling dat niet alleen de artsen met voornaamste beroepsactiviteit in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, doch ook de artsen met voornaamste beroepsactiviteit in de zes Vlaamse faciliteitengemeenten rond Brussel (Drogenbos, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Kraainem, Wezenbeek-Oppem en Wemmel) en in Bever, zich naar keuze kunnen inschrijven op de lijst van de Provincie Vlaams-Brabant of Waals-Brabant. De indieners van het wetsvoorstel beweren dat ze gewoon een bestaande toestand verder gedogen in afwachting van een definitieve regeling bij een volgende staatshervorming. Het antwoord van het VGV hierop is : · de huidige toestand berust op een nogal dubieuze interpretatie van een Koninklijk Besluit · de huidige toestand is in strijd met de grondwettelijk vastgelegde indeling van België in taalgebieden, gemeenschappen, gewesten en provincies · de Raad van State bevestigde dat het wetsvoorstel in strijd is met de huidige taalwetgeving · artsen werkzaam in het Nederlands taalgebied, die dus voor een aantal aspecten van de volksgezondheid onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap ressorteren, dreigen zo aan de Vlaamse regelgeving te worden onttrokken · indien dit wetsvoorstel wordt goedgekeurd, wordt de keuzemogelijkheid van de artsen in de Vlaamse faciliteitengemeenten rond Brussel en in Bever voor het eerst ondubbelzinnig en waarschijnlijk definitief in een wet verankerd · zo wordt een nieuwe stap gezet in de richting van een aansluiting van deze gemeenten bij Brussel · die wet kan dan door de Franstaligen, werkzaam in de andere gezondheidszorgberoepen (apothekers, tandartsen, kinesisten, paramedici, verpleeg- en zorgkundigen, vroedvrouwen...) in vernoemde gemeenten, als een precedent worden ingeroepen om op basis van het non-discriminatieprinciep hetzelfde voorrecht te bekomen als de artsen.

2. Artikel 4, § 4, bepaalt dat de Nederlandstalige en Franstalige afdelingen van de op te richten Raad voor Deontologie van de Gezondheidszorgberoepen afzonderlijk kunnen vergaderen. Die mogelijkheid wordt echter beperkt door twee voorwaarden : · een lid van de Regering van een gemeenschap of gewest, of een voorzitter van een Parlement van een gemeenschap of een gewest moeten eerst om een advies verzoeken binnen het kader van de bevoegdheden van hun gemeenschap of gewest · een advies wordt geblokkeerd wanneer een meerderheid van twee derden van de andere afdeling er zich tegen verzet. Deze bepalingen hollen de mogelijkheid van beide afdelingen om afzonderlijk te vergaderen en te beslissen in grote mate uit en geven een vetorecht aan een afdeling over een onderwerp waarvoor die afdeling territoriaal niet bevoegd is. Die blokkeringsmogelijkheid is derhalve ongrondwettelijk.

3. Op 3 maart 1999 keurde het Vlaams Parlement een resolutie goed : “de normerings-, uitvoerings- en financieringsbevoegdheid betreffende het volledige gezondheids- en gezinsbeleid moeten integraal naar de deelstaten worden overgeheveld, dus ondermeer met inbegrip van gezondheidszorgverzekering en gezinsbijslagen.” In de Vlaamse regeringsverklaring van juli 2004 engageerden de Vlaamse regeringspartijen er zich uitdrukkelijk toe om die eis op korte termijn te realiseren. Welnu, het vernoemde wetsvoorstel gaat frontaal in tegen bovenvermelde resolutie van het Vlaams Parlement en tegen de Vlaamse regeringsverklaring : het verstevigt immers de unitaire structuur van de gezondheidszorg en leidt tot federale recuperatie van de gezondheidszorg, die volgens de bijzondere wet van 8 augustus 1980 een bevoegdheid van de gemeenschappen is.

Om al deze redenen vraagt het VGV aan de Vlaamse politici om het vernoemde wetsvoorstel niet goed te keuren.

Namens de Raad van Bestuur van het VGV

Dr. Jan Van Meirhaeghe, voorzitter Dr. Robrecht Vermeulen, ondervoorzitter Prof. Dr. Eric Ponette, oud-voorzitter

Terug naar overzicht