In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

“Wij zijn de negers van Europa!”
27-3-2018
“De negers ginder mogen niet weten dat er ook in Vlaanderen negers zijn, die men witte negers noemt, die evenals de anderen worden miskend en verdrukt.” Maart 1927, Karel Leopold Van Opdenbosch spreekt de Kamer toe. De Daensistische Vlaams-nationalist stond bekend om zijn stoutmoedigheid en zijn rebelse houding!

“Wij zijn de negers van Europa!”

 

Op 14 januari 2011 waren Jean-Pierre Van Rossem en Urbain Servranckx, beter bekend als Urbanus, te gast in de talkshow ‘Paul en Witteman’. Ze hadden het daar hoofdzakelijk over de regeringscrisis na de verkiezingen van 2010. Samen gaven ze een beknopte evaluatie van de communautaire wantoestanden, die aan de oorzaak lagen van de crisis. Urbain had het over vernederingen tijdens zijn legerdienst en hoe Vlamingen in Brussel verplicht worden Frans te spreken, terwijl Van Rossem toelichting gaf over het Waalse ‘hangmatsocialisme’ en de uitsluiting van grote overwinnaar N-VA.


Tijdens de uitzending deed de komiek van het gezelschap de volgende uitspraak: “Als je zo rond Brussel woont (…) ik had altijd het gevoel een euhm… Een witte neger, ik was gewoon een witte neger.” Aan het einde van de aflevering kwam aan bod hoe Vlamingen zowel door de Franstaligen als door Nederlanders door de band afgezet worden, terwijl ze erbij staan. Lacherig en afsluitend stelde Urbain nog: “Wij zijn de negers van Europa!” Hij is niet de enige die die mening ooit toegedaan was!

 

Urbanus mag zichzelf dan geen ‘echte’ flamingant noemen, toch kunnen we dankzij deze uitspraak de link leggen naar een discussie in het Belgisch parlement op 23 maart 1927. Negentig jaar geleden sprak Karel Leopold Van Opdenbosch immers aan zijn collega’s: “De negers ginder mogen niet weten dat er ook in Vlaanderen negers zijn, die men witte negers noemt, die evenals de anderen worden miskend en verdrukt.” 

Van Opdenbosch nam vlak na de Eerste Wereldoorlog de stilvallende Daensistische beweging onder zijn hoede en was daarnaast sympathisant van de fronters van 14-18. Als zelfbewuste Vlaming en waarnemend burgemeester van Aalst verving hij op 11 juli 1925 de Belgische vlag aan het stadhuis door de Vlaamse. Hiervoor werd hij uit het burgemeester- en schepenambt ontzet.

 

De volksvertegenwoordiger haalde in zijn redevoering in het parlement een brief van een anonieme vriend aan. Afgaande op de inhoud spreekt hij over discriminatie, pesterijen, vervolging en onrechtstreekse doodslag:

“Nergens meer dan dáár (in Congo) is het enge, haatdragende, hoogmoedige franskiljonisme meester en daar er op dit ogenblik aanvragen te veel zijn gewaardigen zij zich meestal niet op een Vlaamsch schrijven te antwoorden. Vlaamsche jongens die geen Fransch kennen worden er met den nek aangekeken, Vlaamsche jongens, die Vlaamsch denken, voelen en handelen worden vervolgd, gestraft of in de dood gezonden.”

Vervolgens sprak hij:

“Daarom zeggen we tot de Vlaamsche jongens: “Als 't u belieft, blijft uit dat wespennest! (…) Bij gevolg, voor onze Vlaamsche jongens, zijn er geen plaatsen in onze kolonie! 't Is goed om weten. Ge kunt er Walen heen sturen, die zijn er immers in overvloed!”

 

Ten slotte richtte hij zich direct tot zijn Vlaamse volk, meer specifiek vereenzelvigde hij zich ook met ‘zijn’ “Vlaamse jongens”, die net als hem gestraft werden omwille van hun weerspannigheid en door te pronken met de Vlaamse leeuwenvlag:

“Bij de intrede van Prins Leopold in Congo had Ringoir (een jongeman, die ook zijn wortels had in Aalst) de stoutmoedigheid- een leeuwenvlag uit te steken. 't Was een heel zware misdaad en hij móest gestraft daarom, evenals ik het werd te Aalst. Er werd rondom zijn zaak heel wat herrie geschopt.

De heer minister noemde die vlag ‘Het symbool van het separatisme! De leeuwenvlag, de vlag van 't oude Vlaanderen, het symbool van het separatisme’. De heer minister weet niet dat in de plooien van de leeuwenvlag heel wat meer roem en glorie liggen besloten dan in deze van de Belgische driekleur.

Ringoir wordt gestraft: hij stelt een slecht voorbeeld in Afrika. De negers ginder mogen niet weten dat er ook in Vlaanderen negers zijn, die men witte negers noemt, die evenals de anderen worden miskend en verdrukt. Ringoir moest dus gebroken! Ik ken de Ringoirs, 't 'zijn Aalstenaars, brave, deftige, eerlijke en werkzame menschen, die nu in Antwerpen gevestigd zijn, maar de voorvaderlijke deugden trouw behielden. De franskiljonsche goudgieren in Congo hebben Ringoir willen treffen in zijne eer en zijn goeden naam willen schenden, dat hebben ze niet gekond, hoor! Zedelijk is die man groter en schoner geworden, én om zijn Vlaamsche daad, én om den maatregel die zoo onhandig tegen hem werd getroffen, en Vlaanderen draagt hem een goed hart toe.

Ik eindig hier, heren; ik zal de eer hebben op het bureel het amendement neer te leggen waarover ik daareven heb gesproken.”


 Nick Peeters

Terug naar overzicht