In de kijker

Kalender

Grondvest

Stap voor stap naar Catalaanse onafhankelijkheid? (deel III)
24-6-2016
In twee vorige bijdragen gingen we in op de actuele toestand in CataloniŽ. De Spaanse regering zit in slechte papieren; er zijn nieuwe verkiezingen uitgeschreven voor deze maand (26 juni). In CataloniŽ is een regering aan de macht die, in zetels althans, een parlementaire meerderheid bezit voor onafhankelijkheid.
 


In twee vorige bijdragen (1, 2) gingen we in op de actuele toestand in Catalonië. De Spaanse regering zit in slechte papieren; er zijn nieuwe verkiezingen uitgeschreven voor deze maand (26 juni). In Catalonië is een regering aan de macht die, in zetels althans, een parlementaire meerderheid bezit voor onafhankelijkheid. Toch knelt het schoentje aan alle kanten. Daarom belden we met Anna Arqué, voorvrouw van de Catalaanse autonomisten. Zij ziet de situatie somber in, want het partijpolitieke gekrakeel overstemt stilaan de ruim gedeelde volkswil van de Catalanen om uit Spanje te stappen. Laten we haar zelf aan het woord (een getuigenis zegt meer dan 1.000 analyses op evenveel kilometer afstand):

“Wanneer we erop terugkijken, zijn er twee grote keerpunten in de recente politieke geschiedenis van Catalonië geweest. Eerst en vooral was er de enorme betoging voor zelfbeschikking van 9 november 2014. Jammer genoeg respecteerde de Catalaanse regering de Spaanse rechtsorde. Al bij al waren de gevolgen dus niet zo duidelijk. Maar de wil van een belangrijk deel van het Catalaanse volk om onafhankelijk te worden was vanaf dan kristalhelder. Daarom was een ander belangwekkend omslagpunt de verkiezingen van 2015. In zetels leverden deze verkiezingen een meerderheid voor onafhankelijkheid op. Op papier tenminste zag alles er dus goed uit. Er waren echter twee valkuilen waar de Catalaanse politiek in terechtkwam.

Om te beginnen had de Catalaanse president Artur Mas de kenmerken en mogelijkheden van een referendum verward met de typische eigenaardigheden van verkiezingen en hun resultaten. De politieke formaties die voorstander zijn van onafhankelijkheid verwierven wel degelijk de meerderheid van de zetels in het parlement, maar ze konden niet bogen op de meerderheid van de kiezers zélf. Bovendien kan je je de vraag stellen wat de betekenis is van de zetels die zijn binnengehaald door partijen zonder een eensluidend standpunt over Catalaanse zelfbeschikking. Moeten we ze begrijpen als feitelijke onthoudingen over dit vraagstuk? In een echt referendum zou de kwestie duidelijk zijn geweest: er zou maar één vraag zijn geweest, ongewijzigd door de ideologische en pragmatische opstellingen van de verschillende politieke partijen, zoals CDC, ERC (samen in in Junts pel Sí) of CUP.

Daarnaast zijn er de ideologische verschillen tussen de politieke partijen en de verschillen in politiek personeel, die hebben geleid tot een blijkbaar nooit eindigende discussie over hoe naar Catalaanse onafhankelijkheid toe moet worden gewerkt. In elk geval is er een blauwdruk over onafhankelijkheid. Uit deze blauwdruk kunnen evenwel uiteenlopende prioriteiten worden afgeleid. Een van de mogelijke doelstellingen is een grondwetgevend proces. Het is het onverkorte en radicale doel waarvoor de CUP wenst te gaan. Een andere krachtlijn in het staatsvormende proces is het stemmen van wetten die de nationale bevoegdheden van het Catalaanse volk verruimen en die een overgang aanvatten richting onafhankelijke republiek. Dat is de manier waarop de ERC het ziet. Allerminst als laatste piste zijn er dan rechtstreekse onderhandelingen met de Spaanse staat over zelfbeschikking, zoals de CDC dat bepleit.

Deze patstelling waarin het Catalaanse zelfbeschikkingsproces lijkt terechtgekomen, maakt duidelijk dat er een probleem rijst met democratische vertegenwoordiging. Het gaat hier om een fundamenteel probleem dat veel minder speelt in Schotland, waar er veel meer sprake is van een eenheid tussen de basisbeweging voor onafhankelijkheid en ‘de’ politieke partij SNP. Op het eerste zicht lijkt de diversiteit in Catalonië van politieke partijen het volmaakte bewijs van een democratisch draagvlak. Dat is nochtans niet zo. Daarom kan enkel een nieuw en écht referendum het Catalaanse volk wegleiden uit deze autodestructieve toestand. Het draagvlak voor zelfbeschikking kan niet verder worden verruimd door de initiatieven van politieke partijen, zoals de Catalaanse president Puigdemont beweert. Dat draagvlak dient te worden geconsolideerd en verbreed door hernieuwde actie van basisbewegingen. Dat het volk van Catalonië een soevereine gemeenschap is, moet worden bewezen, niet onderhandeld. Slechts een volksraadpleging is een rechtmatige manier om dat bewijs te doen leveren.”

Tijdverlies

Anna Arqué betreurt dus het immense tijdverlies (op achttien maanden, zo was beloofd, zou het staatsvormende proces van de Catalaanse republiek achter de rug zijn), maar ziet wel nog een perspectief: een nieuw en definitief referendum dat het draagvlak voor onafhankelijkheid ondubbelzinnig bevestigt. Moeilijk punt is dat een referendum altijd ook duidelijk maakt hoeveel mensen zich níet kunnen vinden in een exit. Volstaat een eenvoudige democratische meerderheid om te beslissen over zoiets ingrijpend als de onafhankelijkheid van Catalonië? Een referendum kan zich bezwaarlijk beperken tot de vraag of Catalonië over zijn eigen lot moet kunnen beschikken (‘zelfbeschikkingsrecht’, waarmee tot voor kort ook tegenstanders van Catalaanse onafhankelijkheid konden worden gepaaid). Een nieuw referendum moet man en paard noemen en moet het hebben over staatkundige onafhankelijkheid zelf. Het van rechtswege als ongeldig weggezette referendum van 2014 noemde wel degelijk een kat een kat. Opnieuw dus, zo’n raadpleging, maar nu zonder omwegen tégen Madrileense oekazen in. De internationale gemeenschap erbij betrekken biedt een mogelijkheid.

Een eventuele oplossing van een (‘te’) kleine meerderheid vóór onafhankelijkheid zou zijn om de penetratiegraad in de Catalaanse samenleving van de republikeinse gedachte aan te tonen. Gaat het om een maatschappelijke patstelling tussen voor- en tegenstanders die cultureel en sociodemografisch voor het overige ook heel verschillend zijn? Lopen de levensbeschouwelijke en sociaaleconomische breuklijnen dwars door de kampen van voor- en tegenstanders? Zo ja, dan is er geen enkele reden om de eenenvijftigste Catalaan niet tot ‘kingmaker’ van het staatsvormende proces uit te roepen en de republiek te vestigen. Dat is een zienswijze die internationaal wel verf pakt. De vurige wens volkomen baas in eigen huis te zijn, zit dan namelijk werkelijk óveral. En heeft dan eveneens een democratische meerwaarde, omdat in eigen kring (gezin, werk) het debat voortdurend wordt gevoerd. Want ook de tegenstanders zitten dan (nog) overal. Het debat leeft en wordt democratisch gevoerd; voor de internationale gemeenschap weegt dat zwaarder door dan de discussie over een eenvoudige meerderheid dan wel een gekwalificeerde meerderheid. De breedte van het draagvlak is belangrijker dan de dikte ervan. Als dat niet kan worden aangetoond, dan is een referendum wellicht niet de aangewezen weg en ligt het antwoord alsnog in het Catalaanse parlement, dat in dat geval de loodzware hypotheek die de onwerkbare structuur van de Spaanse staat op Catalonië legt verder moet problematiseren.

En wij?

Het is in deze laatste situatie dat Vlaanderen zich binnen België bevindt. Vlaanderen is voor het merendeel van de Vlamingen het voornaamste referentiekader geworden. De aloude breuklijnen die door België liepen (en die bijvoorbeeld Limburg lang ‘buiten’ Vlaanderen hielden), namelijk de levensbeschouwelijke (katholiek vs. vrijzinnig) en sociaaleconomische (welstellend vs. behoeftig), zijn sinds de Tweede Wereldoorlog steeds sneller en steeds vollediger in eenklank gekomen met de communautaire breuklijn (Vlaanderen vs. Franstalig rest-België). Overigens brengen we hier graag nog eens het referendum over de terugkeer van Leopold III in herinnering, dat ei zo na uitliep op een burgeroorlog. Een parlementaire weg om tot Vlaamse onafhankelijkheid te komen, lijkt daarom voor België de meest aangewezen weg. Zeker de taalkundige situatie in Brussel en Vlaams-Brabant indachtig, is het niet onwaarschijnlijk dat Franstalige diplomaten een referendum over Vlaamse onafhankelijkheid ook tégen de territoriale integriteit van de Vlaamse republiek zullen gebruiken.

Heet van de naald bereikt ons ondertussen het bericht dat in Catalonië een heuse broederstrijd is uitgebroken tussen de nationalistische formaties die de dienst uitmaken in het Catalaanse parlement. President Puigdemont heeft zijn troepen niet meer in de hand. De aanleiding is het debat over de begroting, waarbij de uiterst-linkse CUP heeft tegengestemd omdat de Catalaanse regering zich geen ruime fiscale autonomie wil toe-eigenen. Zonder die autonomie blijft Catalonië steken in zelfbestuur en geraakt het stappenplan naar onafhankelijkheid niet van de grond. Wordt vervolgd...

Terug naar overzicht