Splitsing BHV: waarover het gaat:: hét Arrest van 2003
Jan Van de Casteele 25-11-2009
|
In het debat over de splitsing van BHV gaat het over moeten/kunnen/willen. Vaak wordt verwezen naar het arrest van het Grondwettelijk Hof. Hieronder enkele essentiële punten voor het debat over de splitsing van de kieskring. Als bijlage het integrale arrest.
De wet van 13 december 2002 tot wijziging van het kieswetboek en zijn bijlage heeft overal in het land provinciale kieskringen ingesteld, met uitzondering van de provincie Vlaams-Brabant.
Het arrest van het Arbitragehof van 26 mei 2003 (arrest nr. 73/2003) stelde dat de indeling in kieskringen, inzonderheid de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde geen rekening houdt met de grondwettelijke indeling van het land in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen, zoals deze bepaald wordt door de artikelen 1 tot 4 van de grondwet. Deze kieskring is derhalve strijdig met de grondwet.
Genoemd arrest nr. 73/2003 vernietigde de regeling voor Vlaams-Brabant. De kernoverwegingen van het arrest op dit punt zijn de overwegingen nrs B.9.2 (over de vroegere situatie) en de overwegingen .B.8.4, B.9.5 tot en met B.9.8 (over de nieuwe situatie en de toekomstige regeling).
- B.8.4 : “doordat het aantal kandidaten dat wordt verkozen in de kieskringen Brussel-Halle-vilvoorde en Leuven niet afhangt van de respectieve bevolkingscijfers van die kieskringen, wordt aan de kiezers en de kandidaten van twee van de kieskringen van het Rijk op discriminerende wijze de waarborg ontzegd waarin artikel 63 van de Grondwet voorziet”. (gelijkheidsbeginsel)
- B .9 .2 : Het Hof oordeelt, verwijzend naar zijn arrest nr. 90/94, dat, hoewel het handhaven van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, in 1994, bestaanbaar kon worden beoordeeld met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, diezelfde bepalingen die handhaving op dat ogenblik niet vereisten, noch thans vereisen .
- B.9.5. : Door de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te handhaven (terwijl elders provinciale kieskringen werden ingesteld) behandelt de wetgever de kandidaten van de provincie Vlaams-Brabant op een andere wijze dan de kandidaten van de andere provincies.
- B.9.6. : “de maatregel gaat weliswaar uit van de bekommernis, die reeds in het arrest nr. 90/94 werd vatgesteld, om te zoeken naar een onontbeerlijk evenwicht tussen de belangen van de verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat. De gegevens van dat evenwicht zijn niet onveranderlijk. Het Hof zou evenwel in de plaats van de wetgever oordelen, indien het zou beslissen dat onmiddellijk een einde zou moeten worden gemaakt aan een situatie die tot op heden de goedkeuring van de wetgever had, terwijl het Hof niet alle problemen kan beheersen waaraan de wetgever het hoofd moet bieden om de communautaire vrede te handhaven”
- B.9.7. “In geval van behoud van provinciale kieskringen voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, kan een nieuwe samenstelling van de kieskringen in de vroegere provincie Brabant gepaard gaan met bijzondere modaliteiten die kunnen afwijken van degene die gelden voor de andere kieskringen, teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in die vroegere provincie te vrijwaren”.
Besluit
Aan alle hierboven gestelde grondwettelijke vereisten kan worden voldaan door de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen (zowel voor Kamer, Senaat als voor Europees Parlement), volgens de taal- gewest- en provinciegrens. Dit betekent dat de kieskring Halle-Vilvoorde bij de Vlaamse kieskring wordt gevoegd (voor Senaat en Europees Parlement) en dat voor de parlementsverkiezingen de provinciale kieskring Vlaams-Brabant wordt ingesteld (arrondissementen Leuven + Halle-Vilvoorde).
Dit kan bij gewone wet, in wezen door wijziging van de tabel gevoegd bij artikel 87 van het Kieswetboek (Kamer van Volksvertegenwoordigers), door aanpassing van artikel 87 bis van het Kieswetboek (kieskringen Senaat) en artikel 9 van de wet 23 maart 1989 betreffende de verkiezingen van het Europese Parlement.
Het arrest van het Arbitragehof handelt formeel enkel over de verkiezingen van de Kamer, maar dezelde redenering gaat (a fortiori) op voor Europa en Senaat: wanneer men niet mag discrimineren tussen kiezers en kandidaten van verschillende provincies, geldt dat nog veel meer voor discriminatie tussen kiezers en kandidaten van verschillende gewesten en taalgebieden, de fundamenten waarop het hele federale bestel is gebouwd.
(Bron: tekst Luc Deconinck, 21 juni 2007)
Bijlage

(227 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.
