Groter Brussel (BMR) niet onomstreden
Jan Van de Casteele 24-09-2009
|
De militant-francofone krant Le Soir reageerde enthousiast op de handtekening van Voka onder het platform “Brussels Metropolitan Region” (BMR) van de Belgische werkgeversorganisaties. Het gaat om een regio met 81 gemeenten die samen 2 miljoen inwoners tellen: 1 miljoen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 630.000 voor Halle-Vilvoorde en 370.000 voor Waals-Brabant.
Met dit juridisch platform willen de werkgevers Brussel samen met een rist gemeenten uit Halle-Vilvoorde en uit Waals-Brabant uitroepen tot één economische en culturele grootstad, die internationaal als een aparte entiteit gepromoot moet worden. BMR concentreert zich op ruimtelijke ordening, mobiliteit en werkgelegenheid. Dat de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka eind augustus de platformtekst BMR ook tekende, wordt niet overal op applaus onthaald. Zeker niet in Vlaams-Brabant.
Bevestigt het plan de politieke ambities van de Franstaligen? Zal het leiden tot de uiteindelijke uitbreiding van Brussel? Staat het doel haaks op het beleid dat Vlaanderen voert? Dat stelt alvast Bart Laeremans (Vlaams Belang), die ervoor pleit om niet die Brussele Metropool, maar heel Vlaanderen economisch te promoten.
Voor Jan Van Doren (Voka) vindt het BMR wél gunstig voor Brussel én Vlaanderen. Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Rand zijn sterk verweven, de Brusselse metropool is ook duidelijk verankerd met de Vlaamse Ruit. Geen kwestie van grenzen te verleggen, aldus Van Doren. De finale doelstelling van Crols (Brussel loslaten en nadien samenwerken) noemt hij ‘niet zo tegendraads. In zijn visie komt er na de scheiding sowieso een samenwerkingsverband’. Alleen is dat ommetje riskant. De psychologische, culturele en politieke kloof tussen Vlaanderen en Brussel zal dieper zijn dan ooit.
Verschroeiend was het commentaar van Rik Van Cauwelaert in Knack (24 sept.): 'Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is één grote leugen, door subsidies in stand gehouden... Binnenkort wordt daar nog een tweede leugen aan toegevoegd: de Brussels Metropolitan Region , het nieuwste glijmiddel, zo hopen ze stilletjes in de federale regering, om alsnog het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde opgelost te krijgen. Want het gaat hier om een feitelijke uitbreiding van Brussel, zeg maar een raid op de groene vastgoedreserves van Halle-Vilvoorde en de nationale luchthaven in Zaventem. De Leuvense regio wordt opmerkelijk genoeg buiten het project gehouden. 'Er is veel minder economische wisselwerking tussen Leuven en Brussel dan je zou denken', suste de vertegenwoordiger van de Vlaamse werkgevers, die zo te horen nog nooit 's morgens of in de vooravond de autoweg Leuven-Brussel nam. Zou het echt waar zijn dat de economische wisselwerking tussen de hoofdstad en het landelijke Galmaarden vele keren groter is dan die met Leuven? Hoe dan ook, als de promotoren van Brussels Metropolitan Region hun zin krijgen, genieten de inwoners van Halle-Vilvoorde binnenkort eindelijk van de bestuurlijke weldaden die de bewoners van Molenbeek, Sint-Gillis, Vorst, Sint-Joost-ten-Node en Schaarbeek dagelijks te beurt vallen.'
Twee bijdragen uit het oktobernummer van Doorbraak over dit onderwerp vindt de lezer verderop in dit KORT-bericht.
Meer info: www.metropolitanbrussels2018.eu
Business Route 2018 for Metropolitan Brussels
------------------------------------------------------------
'Halle-Vilvoorde is geen metropool'
Bart Laeremans in Doorbraak (Vrije Tribune), oktober 2009
Op 31 augustus pakte de militant-francofone krant Le Soir op haar voorpagina uit met de grote kop ‘Les patrons se mobilisent pour le Grand-Bruxelles’. De krant doelde op het project ‘Brussels Metropolitan Region’ of BMR, waarmee aan Brussel het statuut van Europese metropool wordt gegeven ‘qui corresponde à la realité de sa puissance économique et démografique.’ Het gaat om een gigantische ruimte, die alle 81 gemeenten van Brussel, Waals-Brabant en Halle-Vilvoorde beslaat. De Franstalige media hadden hierover lange tijd in bedekte termen geschreven, maar toen eind augustus, na de Waalse, Brusselse en Belgische werkgevers, ook de Vlaamse patroonsorganisatie VOKA, de platformtekst van het BMR had onderschreven, kon de euforie niet op.
De basis voor dit BMR werd reeds in november 2008 vastgelegd en ook toen al hebben we zeer kritisch gereageerd. Na een grote voorstellingsavond waaraan nogal wat Franstalige politici, maar ook Vlaams minister-president Kris Peeters deelnamen, was voor ons meteen duidelijk dat achter dit samenwerkingsplatform politieke ambities verscholen zaten. Voor de Franstalige politici is dit project de bevestiging van hun grote gelijk: ‘Brussel is te klein en moet uitbreken uit zijn carcan.’ Zo pleitte Brussels minister-president Picqué er openlijk voor om aan dit BMR concrete beleidsbevoegdheden te geven zoals werkgelegenheid, ruimtelijke ordening en mobiliteit.
Kiemen
De werkgevers zelf ontkennen dat met dit BMR een nieuw beleidsniveau gecreëerd wordt en stellen met klem dat er aan de administratieve grenzen van Brussel niet geraakt wordt. Toch worden de kiemen gelegd van een nieuwe administratieve entiteit. Zo verklapte Le Soir dat de afbakening van de BMR-contouren door een Zwitsers studiebureau niet willekeurig gebeurde: ‘Het tracé heeft het voordeel une zone administrative homogène af te bakenen’. Heel toevallig gaat het dus om precies diezelfde zone waar de Franstaligen hun ongrondwettelijke kiesprivileges willen handhaven. Landbouwgemeenten als Galmaarden en Gooik, die ver van Brussel liggen, worden dus een onderdeel van de metropool, terwijl het aan Brussel grenzende Tervuren buiten schot blijft. En bijzonder logisch is uiteraard ook dat de katholieke universiteit van Louvain-La-Neuve wel deel uitmaakt van de metropool, terwijl de universiteit van Leuven er volledig buiten valt. Kan men zo’n afbakening ernstig noemen?
Natuurlijk zullen de voorstanders van dit megalomane project blijven beweren dat dit niets met politiek, maar alles met economie te maken heeft en in hoofde van de VOKA-mensen zal dit ongetwijfeld ook zo bedoeld zijn. Maar wanneer men heel dit gebied zowel nationaal als internationaal gaat promoten als één grote metropool, dan zullen steeds meer inwoners zich met Brussel gaan identificeren en niet langer met Vlaams-Brabant of met Vlaanderen. Na verloop van tijd en na een reeks nieuwe immigratiegolven zullen steeds grotere delen van dit gebied automatisch rijp worden voor de inlijving bij Brussel.
In ieder geval is het onaanvaardbaar dat het grotendeels landelijke Halle-Vilvoorde het etiket zou krijgen van “metropool”, die bovendien ‘tegen 2018 moet uitgroeien tot het kloppende hart van Europa zowel cultureel als economisch. De Europese dimensie van BMR moet duidelijk zichtbaar worden in het straatbeeld en onlosmakelijk verbonden zijn met het imago dat we wereldwijd uitdragen.’ Men kan dit zinnetje uit de ‘Business Route 2018 for metropolitan Brussels’ onmogelijk verkeerd verstaan: volgens de ondernemers moet Vlaanderen de bescheiden inspanningen om het Vlaams karakter van de Rand te beschermen voorgoed laten varen.
Verfransing
Economische samenwerking en beleidsafstemming over de gewestgrenzen heen, kan geen probleem zijn. Wanneer de werkgevers de overheid daartoe willen aanzetten, dan kan niemand hen dat verwijten. Maar Halle-Vilvoorde bewust gaan voorstellen als een soort verlengstuk en wingewest van Brussel, staat haaks op het beleid dat Vlaanderen al jaren probeert te voeren. Een overconcentratie van bedrijven in de onmiddellijke Rand rond Brussel is trouwens nefast. Niet alleen omwille van verkeerstechnische redenen (we staan er vandaag al vele uren per dag stil), maar ook omwille van demografische. Wanneer we het economische weefsel van Brussel blijven verplaatsen naar de Rand, zal ook de uitstroom van de actieve Brusselse bevolking verder aangewakkerd worden, uitgerekend naar die gemeenten die vandaag reeds het meest onder verfransingsdruk staan.
Vlaanderen promoten
Bedrijven en investeerders die aangetrokken worden door de internationale uitstraling van Brussel moeten zoveel mogelijk aangezet worden om zich in Brussel zelf te vestigen. Daar waar de nood aan extra werkgelegenheid het grootst is. En binnen Vlaanderen moet werk gemaakt worden van een doordacht economisch spreidingsbeleid, binnen de ruimte van de zogeheten “Vlaamse ruit”. Het is in de eerste plaats Vlaanderen zelf dat we internationaal moeten promoten. De werkgevers moeten hun huiswerk hermaken.
Bart Laeremans
Bart Laeremans is volksvertegenwoordiger voor het Vlaams Belang en Voorzitter van de Commissie Bedrijfsleven in de Kamer
---------------------------------------------------------------------------------
Toekomstplan Brusselse metropool is geen politiek statement
Groot-Brussel of klein-Vlaanderen?
Jan Van Doren, artikel gepubiceerd in Doorbraak oktober 2009
‘Brusselse vrienden, laten we scheiden’, besloot Frans Crols zijn oproep op de IJzerwake eind augustus. Luttele dagen nadien kopte Le Soir dat de werkgevers de weg bereiden voor de creatie van een Brussels metropool, van Vilvoorde tot Nijvel. Klein-Vlaanderen of Groot-Brussel, is dat de keuze? De keuze tussen cholera en de pest? Neen, er is wel degelijk een derde optie voor een sterk partnership Brussel-Vlaanderen waar beide beter van worden.
Vooreerst even een misverstand rechtzetten over het initiatief van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka om samen met de twee andere regionale werkgeversorganisaties Beci (Brussel) en UWE (Wallonië) en met de steun van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) een economisch toekomstplan voor de Brusselse metropool te lanceren (en waar ondergetekende bij betrokken is). Het is inderdaad zo dat dit plan – Business Route 2018 for Metropolitan Brussels - de Brusselse metropool ziet als een gebied dat grote delen van de arrondissementen Halle-Vilvoorde en Nijvel omvat. Dat is echter een loutere vaststelling van een economische realiteit, namelijk. dat dit gebied economisch sterk verweven is. Het is geenszins een politiek statement voor de creatie van een Groot-Brussel, middels uitbreiding van Brussel of de creatie van een nieuwe bestuurslaag. Le Soir neemt hier zijn wensen voor werkelijkheid.
Vlaamse Ruit
Het initiatief van de werkgevers is een economisch project, gericht op het bevorderen van ondernemingsactiviteit en creatie van jobs. Opzet is om voor het eerst een globale ontwikkelingsstrategie voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Rand samen te ontwikkelen, vanuit de vaststelling dat Brussel en de Rand sociaaleconomisch sterk verweven zijn. De werkgevers willen zelf nieuwe projecten ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld de creatie van een kenniscentrum voor Europese zaken en intercultureel management, of een centrum voor logistiek verbonden met de luchthaven. Het plan doet ook een appel aan de betrokken overheden, inzonderheid de drie gewesten, om hun beleid in deze zone beter op elkaar af te stemmen, in domeinen als ruimtelijke ordening, mobiliteit, vestiging van bedrijven, werkgelegenheid en opleiding.
Interregionale samenwerking is wel wat anders dan de creatie van Groot-Brussel. Overigens is het geenszins de bedoeling van het project om nieuwe grenzen te gaan trekken. De Brusselse metropool is als economische zone een dynamisch geheel. Geografische studies geven aan dat de sociaaleconomische interactie tussen Brussel en het omliggende het sterkst is voor een 62 gemeenten, waarvan het merendeel in Halle-Vilvoorde en enkele in het arrondissement Nijvel. Daarbuiten zijn er uiteraard ook economische banden, zij het wat minder intens, waarbij we in eerste instantie denken aan de banden met Antwerpen en met Leuven.
Zoals andere geografische studies aangeven: de Brusselse metropool is duidelijk verankerd met de Vlaamse Ruit, het grootstedelijk gebied tussen Brussel-Gent-Antwerpen-Leuven. Ook binnen dit ruimer verband is een samenwerking tussen Brussels en Vlaams gewest aangewezen.
Overigens zit de nieuwe Vlaamse regering volledig op de golflengte van de nood aan een doorgedreven samenwerking met Brussel, ook in gewestmateries, zo blijkt uit de lectuur van het regeerakkoord. Daarin wordt het voornemen geuit om met Brussel te komen tot een meer structurele samenwerking, rond concrete projecten, “met respect voor elkaars grenzen en bevoegdheden”. Ook in het Brussels regeerakkoord wordt meer interregionale samenwerking vooropgezet, terwijl de nieuwe Waalse regering resoluut gaat voor een versterking van de as wallo-Brux, ook economisch.
Klein-Vlaanderen
Daar tegenover staat het pleidooi van Frans Crols om vanuit Vlaanderen Brussel los te laten. Kan de tegenstelling met wat ondernemingsmiddens en de Vlaamse regering voorstaan groter zijn? Crols kreeg meteen zware tegenwind, ook uit Vlaams-nationale middens. Maar bij nadere lectuur van zijn boodschap lijkt de finale doelstelling van Crols niet zo tegendraads. In zijn visie komt er na de scheiding sowieso een samenwerkingsverband tussen Brussel en Vlaanderen, naar het model van het Europees samenwerkingsverband Rijsel-Kortrijk-Doornik, dat staatsgrenzen overschrijdt.
De vraag is dan of het zinnig is om eerst de scheiding tussen Brussel en Vlaanderen door te voeren, om nadien een nieuw samenwerkingsverband te creëren. Gaan er zo niet vele jaren tijd en energie verloren? Met het grote risico dat inmiddels de Brusselse metropool verstikt in files, oplopende werkloosheid en ruimtelijke chaos, en verlies aan internationale aantrekkingskracht en Europese status, waar Vlaanderen mee de dupe van is. Er liggen andere steden op vinkenslag om de Europese rol van Brussel over te nemen, Bonn bijvoorbeeld.
Het is ook maar de vraag of Vlaanderen na een scheiding van Brussel sterker staat in een onderhandeling over samenwerking met Brussel. De invloed van Vlaanderen binnen de Brusselse beleidsstructuren zal verdwenen zijn en Vlaanderen zal er meer dan ooit botsen op een vijandbeeld. De psychologische, culturele en politieke kloof zal dieper zijn dan ooit. Geen vruchtbare voedingsbodem voor een goed partnership, waar ook Vlaanderen alle belang bij heeft.
Jan Van Doren
Jan Van Doren is in het Kenniscentrum van Voka verantwoordelijk voor het werkveld staatshervorming en Brussel. Hij is medewerker van Doorbraak.
Terug naar de artikelenlijst.
