Jan Verheyen over politieke correctheid en Vlaming zijn
Jan Van de Casteele 06-01-2009
|
Op 9 december 2008 vond in het Gemeenschapscentrum De Markten te Brussel de uitreiking plaats van de erepenning Albert De Cuyper aan cineast Jan Verheyen. De penning wordt jaarlijks toegekend aan mensen die zich op een bijzondere manier hebben ingezet voor de Brusselse Vlamingen of voor de positie van de Vlamingen in Brussel.
Terzijde: Het Vlaams Komitee voor Brussel is recent gestart met een vernieuwde werking. Een nieuwe lichting jongere Vlamingen neemt zich voor om meer op het terrein aanwezig te zijn om de Vlaamse belangen in Brussel te vrijwaren, onder meer via interne vorming, debatten en lezingen. Het Komitee, dat oorspronkelijk een koepelvereniging was van het Vlaams verenigingsleven in de hoofdstad, evolueerde gaandeweg tot een Vlaamse strijdvereniging die vooral waakt over de toepassing van de taalwetgeving en de institutionele architectuur van de Vlaamse hoofdstad. Het VKB geeft het blad De Brusselse Post uit.
Verheyen, lid van de Gravensteen-groep, verwondert zich over het feit dat ‘Vlaams’ in de culturele sector haast een scheldwoord geworden is. Hij plaatst ook enige kritische noten bij de houding van sommige Brusselse ‘Dansaert-Vlamingen’.
Hieronder het dankwoord van laureaat Verheyen. Johan Sanctorum, medewerker van Doorbraak, sprak op uitnodiging van het Vlaams Komitee voor Brussel de lofrede uit (lees: http://www.visionair-belgie.be/Artikels/Jan_Verheyen.htm).
Dankwoord bij ontvangst erepenning Albert De Cuyper (Jan Verheyen)
‘De Vlaamse Kring Brussel wou dit jaar iemand uit de culturele sfeer onderscheiden, en is dus bij mij terechtgekomen - een duidelijker schrikbeeld van hoe weinig hip het adjectief “Vlaams” is in de culturele sferen, is nauwelijks denkbaar. Als zelfs een sympathieke, a-politieke collega als Erik Van Looy zich in interviews nadrukkelijk positioneert als belgicist en wel eens aanschuift voor een bouchée à la reine in Laken, mag je aannemen dat dezer dagen het zich outen als Vlaming - of daar gewoon al niet beschaamd voor zijn - het equivalent is van het uit de kast komen van Will Ferdy in de jaren stillekens.
Overigens heeft het nog niet eens te maken met al dan niet gepaste fierheid. Het volstaat om in Vlaanderen geboren te worden om Vlaming te zijn. Daar is, net als verjaren, geen verdienste aan. Het is meer een feitelijkheid. Vanwaar dan die drang van onze culturele en artistieke intelligentsia, ook bekend als “de smaakpolitie”, om dat bij voorkeur te negeren of, liever nog, beschaamd te verloochenen.
Ik vermoed dat het voor een groot deel te maken heeft met het collectieve trauma dat links heeft opgelopen op Zwarte Zondag, en de vele Zwarte Zondagen daarna. Het begrip “Vlaams” was plots bezoedeld, gekaapt als het ware door uiterst rechts.
Andere kant
En vanuit een bijna Pavloviaanse reflex - rechts is fout, dus Vlaams is fout - en uit angst om uit de politiek-correcte kerk te worden gebannen, rende onze elite blind de andere kant uit alwaar zij zich - bien etonnées de se trouver ensemble - aanschurkten tegen de monarchie. Waar in normale landen de artistieke wereld bijna per definitie kritisch staat tegenover kerk en staat, is ze hier verworden tot de schoothond van de meest antidemocratische instelling die er bestaat: het koningshuis, laatste symbool van de erfelijke macht. Arno op het verjaardagsfeestje van de koning, alleen in dit land wordt dat niet als toppunt van absurdisme beleefd.
Overigens denk ik, hoop ik, dat het hier niet zozeer om een krachtig politiek statement gaat, dan wel een soort groepsgedrag waarvan het politieke gewicht niet hoger moet worden ingeschat dan de bereidheid opiniestukken en petities te ondertekenen waar de juiste namen onderstaan. De meeste mensen willen nu eenmaal tot een club behoren, Dirk Draulans zou dat ongetwijfeld op onderhoudend-wetenschappelijke wijze kunnen terugbrengen tot de stammen in de oertijd.
Minderheidsgroep
Het lijkt me in ieder geval een plausibele en niet-bedreigende analyse, gezien het wereldbeeld van nogal wat culturo's zich situeert ter hoogte van de eigen navel en enig politiek engagement zich doorgaans beperkt tot het op de barricades springen voor om het even welke al dan niet bedreigde minderheidsgroep. Béétje jammer dat daarbij over het hoofd wordt gezien dat ze, als Vlamingen in denial, zo onderhand zélf behoren tot een minderheidsgroep. Meer : als een minderheidsgroep die, als het enigszins zou kunnen, zichzelf zou uitroeien om zo het stigma van Zwarte Zondag voor eens en altijd uit te wissen.
Terwijl dat stigma zeer relatief is, en in essentie niet veel meer dan een hysterische overreactie - ik zie nog altijd niet in waarom je niet Vlaams én verdraagzaam én solidair kan zijn én open naar de wereld, drie eigenschappen waarvan het alleenrecht nu wordt geclaimd door de leden van de politiek-correcte kerk. Aanmatigende onzin die ondertussen wel zo diep is doorgedrongen in het maatschappelijk discours dat het voor waarheid wordt aangenomen. Immers, als je iets maar lang genoeg en luid genoeg roept, en daarvoor ook een aantal welwillende media ter beschikking hebt, wordt het op den duur inderdaad ook voor waar aangenomen.
Mischien is dit ook het moment om te bekennen dat ik een en ander weliswaar met verbazing en, toegegeven, soms irritatie gadesla maar dat het me verder niet buitengewoon veel kan schelen. Ik lig niet wakker van Europa, België of Vlaanderen, ik zal allang blij zijn als we efficiënt bestuurd worden - wat dus uitdrukkelijk niét betekent dat een op wereldschaal onbetekende stad als Brussel recht heeft op iemand die zich, zonder daarbij zelf in lachen uit te barsten, minister-president noemt. Ik bedoel maar: New York heeft een burgemeester. Ik geloof dat een land - of het er nu één is van tien dan wel van zes miljoen inwoners, en bij voorkeur een republiek - beter af is met één regering, en een belastingdruk die zich niet noodzakelijk in de Europese top drie hoeft te situeren. En ja, er is een oorzakelijk verband.
Eigen cultuur
Ik geloof ook dat Vlamingen evenveel recht hebben op het uiten van hun eigen cultuur dan pakweg Denen, Ieren, Basken, Portugezen. Ik vind dat vanzelfsprekend,
en ik vind zelfs dat dat los staat van trots of chauvinsme of nationalisme. Het is simpelweg een deel van wie we zijn. Ik ben dus Vlaams, verdraagzaam, solidair en open voor de wereld.
Maar ik vind wél dat het schijten op of kleineren van die Vlaamse cultuur, of dat nu gebeurt door de smaakpolitie, de muziekmaffia, of welke andere zelfuitgeroepen groep poortbewakers ook, misplaatst, unfair en vooral getuigen van een pover zelfbeeld.
Verengelsing
Een andere interessante vaststelling is dat die jammere breuklijn zich cultureel vertaalt in een aanscherping van de veronderstelde tegenstellingen tussen de zogenaamde high culture en de low culture. Grof gesteld komt het erop neer dat wie zingt in het Engels en/of wel eens in een rokerige club in een voorstad van London performt, meer au sérieux zal worden genomen dan de kloefkapper die in het Vlaams optreedt. 'I love you' is geloofwaardiger dan 'Ik zie u graag', dat fenomeen. Idem voor theater waar je toch alleen maar kan vaststellen dat het repertoiretheater bijvoorbeeld op een paar decennia tijd moedwillig is uitgeroeid, en het alternatieve - wat, voor alle duidelijkheid, nodig is en zuurstof levert aan een creatieve sector - de norm is geworden. Jan Decorte played Shakespeare last night. Shakespeare lost.
Idem voor film, waar een prijs op een festival waar je voorheen nog nooit van had gehoord in appreciatie zwaarder weegt dan hoge bezoekcijfers in eigen land. Ik citeer in dit verband graag een Vlaamse filmmaker die in een radio-interview beleefd werd gevraagd of het niet teleurstellend was dat er ondanks al die prijzen zo weinig mensen naar de film waren komen kijken. Ze zei : "Dat kan me niet zoveel schelen. Al komen er maar duizend mensen kijken, zolang het maar de juiste mensen zijn". Nu moet ik toegeven dat dit soort gedrag niet noodzakelijk uniek is voor Vlaanderen. Ook in andere landen ontstaat op cultureel vlak vaak een omgekeerde marginalisering : het is nog altijd knus toeven in de ivoren toren, en succes is per definitie verdacht en uiteraard artistiek corrupt.
Dat brengt me bij één van mijn favoriete anekdotes: een paar jaar geleden, het moet in 2001 geweest zijn of daaromtrent, werd ik door de lezers van het weekblad Knack uitgeroepen tot Man van het Jaar in de categorie Cultuur. Het was het jaar van “Team Spirit”, dus u heeft weinig fantasie nodig om u de identiteitscrisis binnen de cultuurredactie van Knack voor te stellen. Bij de uitreiking werd ik in het laudatio op subtiele wijze geschoffeerd en het jaar daarna werd het reglement aangepast : om dit soort uitschuivers te vermijden zouden voortaan de lezers niet langer worden geraadpleegd. De verschillende redacties zouden voortaan zélf nomineren en uit die genomineerden de laureaut kiezen. Democratie, de stem van het volk, allemaal goed en wel maar we moeten daar ook niet in overdrijven, nietwaar.
Ik dank de Vlaamse Club Brussel voor deze erepenning, ik dank Johan Sanctorum voor zijn niet schofferende laudatio, en ik beloof dat ik mijn uiterste best zal doen om de komende jaren nog meer mooie, relevante Vlaamse films voor een zo breed mogelijk publiek te maken.’
Jan Verheyen
Terug naar de artikelenlijst.
