Brussel deze Week en Knack over Brusselboek DF en VVB

Jan Van de Casteele 02-12-2008

Het Brusselboek dat Vlaamse Volksbeweging en Davidsfonds onlangs publiceerden, wordt uitvoerig besproken in de Brusselse stadskrant "Brussel deze Week" ('VVB en Davidsfonds geven toekomstscenario's voor Brussel'). Ook Knack geeft een korte bespreking. Hieronder de teksten.
 
Brussel Deze Week
 
Voor de twintigste verjaardag van het Brussels Gewest staat in 2009 een hele reeks boeken op stapel. Vlaamse Volksbeweging (VVB) en Davidsfonds vroegen nu al elf auteurs van zeer diverse pluimage hun visie op (de toekomst van) de hoofdstad neer te pennen. Het resultaat is een boeiend overzicht.

Een eigenzinnige, zelfingenomen club die de complexe Brusselse werkelijkheid niet ziet, en ook niet wil zien. Dat is zowat de meest flatterende definitie die in hoofdstedelijke, zelfverklaard progressieve kringen over de Vlaamse Volksbeweging (VVB) te horen valt. Met Wat met Brussel? laat de VVB (die voor Vlaamse onafhankelijkheid pleit) zien dat ze wel oren heeft naar verschillende meningen.

In het boek komen zowel Marc Platel als Els Witte aan het woord, zowel Frans Crols als Philippe Van Parijs. Wat de VVB zelf wil, wordt niet verhuld. VVB-voorman Peter De Roover schrijft: "Wij hopen dat de bijdragen in dit boek mogen helpen om het taboedenken over Brussel te overstijgen, zodat we wegen kunnen vinden om de belangengemeenschap tussen Vlaanderen en zijn hoofdstad voor de toekomst een vorm te geven die de bestaande (dikwijls wederzijdse) achterdocht kan overwinnen."

En Peter Peene, voorzitter van het Davidsfonds, voegt eraan toe: "Niet alleen de politiek weet geen blijf met Brussel. Ook binnen de Vlaamse Beweging is er lang geen eensgezindheid. Sommigen willen Brussel laten vallen, anderen 'laten Brussel nooit los.' De meeste organisaties hebben geen standpunt, want geen degelijk onderbouwde visie." Klinkt behoorlijk zelfkritisch.

Nogmaals De Roover: "De criteria die doorwogen bij de keuze van auteurs, waren hun doordachte visie op Brussel, hun warme sympathie voor onze hoofdstad en onze voorliefde voor het open debat."

Vijandig gebied

Die liefde voor Brussel neemt vele vormen aan en ontbreekt eigenlijk maar bij één van de elf auteurs: Frans Crols. 'Brussel heeft ons nodig, wij kunnen zonder' heet zijn bijdrage veelbetekend – met 'ons' bedoelt Crols 'de Vlamingen'. Crols is voormalig hoofdredacteur van Trends en lid van de denktank In de Warande. Zijn oordeel over Brussel klinkt bijzonder bitter: "De stad keert zich in haar daden vierkant tegen Vlaanderen, een Vlaanderen dat elk jaar zo'n twee miljard euro transfereert naar deze ondankbare, vijandige agglomeratie."

Een heel andere teneur bij de Brusselse historicus Paul De Ridder. De Ridder levert een mooi historisch stuk, bijzonder aangenaam om te lezen in een tijd waarin een begrip als eruditie hoe langer, hoe vreemder in de oren klinkt. De Ridder waarschuwt de Vlamingen voor zelfgenoegzaamheid. Vlaanderen ontvoogdde zich ten koste van Brussel, is een van zijn stellingen. En: "De in Vlaanderen nog al te vaak versmade Brusselaars zijn in feite de eerste en ergste slachtoffers geworden van het meest verfransende regime dat de Zuidelijke Nederlanden ooit gekend hebben: het Belgische."

De Ridder klinkt militant, maar zijn betoog overstijgt verzuring en heimwee. Bij voormalig Wetstraat-journalist Marc Platel daarentegen klinkt vooral heimwee door, zoals in zijn vorig jaar verschenen boek Brussel is ook van ons – Een Vlaamse Randbewoner getuigt. Dat de negentien Brusselse gemeenten nog altijd ontsnappen aan de grootschalige fusieoperatie die in de jaren 1970 het aantal gemeenten reduceerde van 2.300 tot 589, is de Vlaamsgezinde Marc Platel een doorn in het oog: "Vandaag zijn er die volhouden dat het zelfs een Belgische politieke afspraak is om niet aan de 19 Brusselse gemeenten te raken, terwijl de Brusselaars in ruil niet meer zouden proberen te morrelen aan de grenzen van het Brussels geheel. Een afspraak die men alleen van horen zeggen kent."

Philippe Van Parijs is Platels tegenpool. Hij is hoogleraar aan de Franstalige UCL en woordvoerder van de Paviagroep, die pleit voor een federale kieskring. Van Parijs: "Wie in zelfbeschikking gelooft en iets over de toekomst van Brussel te zeggen wil hebben, moet er eenvoudigweg komen wonen. Toch mag je niet redelijk verwachten dat Vlamingen massaal de keuze maken zolang de Brusselse Rand zoveel groener, rustiger, veiliger, kindvriendelijker, goedkoper en Vlaamser blijft."

Van Parijs tekent vier scenario's uit voor een toekomstig Brussel na het uiteenvallen van België. Maar in tegenstelling tot de meeste Brusselse Franstalige politici vindt Van Parijs dat de hoofdstad ook intern orde op zaken moet stellen, niet door een fusie van gemeenten – ook voor hem is dat vreemd genoeg een stap te ver –, maar door een overheveling van bevoegdheden van gemeenten naar Gewest. Maar ook: "De minister-president moet de enige baas van de Brusselse politie worden. En hij moet ook burgemeester van Brussel-stad worden, gereduceerd tot de Vijfhoek en de Europese wijk. Zo wordt het stadhuis opnieuw het symboolgebouw van alle Brusselaars."

Onberekenbaar

Hoe boeiend ook, niet elke bijdragen stemt vrolijk. Zo kaarten Naima Charkaoui en Veerle Huwé van het Minderhedenforum de duale stad en de hoge jeugdwerkloosheid bij etnisch-culturele minderheden aan. Toch is hun conclusie bemoedigend: "Brussel heeft genoeg troeven in huis om ambitieus te mogen zijn."

De elf auteurs samen zijn erin geslaagd de vele facetten voor een toekomstig Brussel te belichten. Johan Van den Driessche van Voka-Brussel zet zwaktes en sterktes van Brussel op een rij; publicist Derk-Jan Eppink ontleedt recente trends in Brussel: internationalisering en islamisering. Historica en voormalig VUB-rector Els Witte belijdt haar geloof in het samenwerkingsfederalisme. Het boek sluit af met het erg mooie 'Brussel en zijn onberekenbare eeuw' van Geert van Istendael.

Zelf willen we eindigen met een citaat uit de tekst van AB-directeur Jari Demeulemeester, die volgens ons goed de ambiguïteit van de Vlaams-Brusselse relatie weergeeft. "Brussel heeft vanzelfsprekend veel meer middelen nodig om aan de veelheid van uitdagingen tegemoet te komen. La capitale de la Belgique begint zich echter steeds meer als een achttiende-eeuwse stadstaat op te stellen: een brandschattersmentaliteit (...), het weren van pottenkijkers, vooral uit Vlaanderen. Of ik nog zoveel van deze stad hou? Als ik haar parken ruik, haar eeuwenoude gemoedelijkheid hoor, haar gastvrijheid beluister, haar onbevangenheid tegenover tientallen andere talen en culturen betast, ja, dan is dat nog steeds mijn stek." Maar tegelijk ziet Demeulemeester "(...) de politieke machteloosheid om voor dit schone plekje een roeping te ontwikkelen tot een zacht wereldstadje op mensenmaat." Hij hoopt voor Brussel op eigentijds schoeisel, en dat kan volgens hem niet zonder de schoenmaker uit het achterland.

Knack (3 dec.)
'Elk scenario voor de toekomst van Vlaanderen moet een belangrijk luik over Brussel bevatten. Daarbij is creativiteit nodig.' Dat schrijft Peter De Roover, erevoorzitter van de Vlaamse Volksbeweging (VVB) in het voorwoord bij Wat met Brussel?, een bundel met elf essays van Brusselaars en Brusselkenners over de hoofdstad. Onder anderen historicus Paul De Ridder, artistiek leider van de Ancienne Belgique Jari De Meulemeester, publicist Derk Jan Eppink, voormalig VUB-rector Els Witte en oud-journalist Frans Crols leverden op verzoek van de VVB en het Davidsfonds een bijdrage. Maar ze waagden zich niet allemaal aan een toekomstscenario voor de stad. Een aantal bijdragen schetst in de eerste plaats de bewogen geschiedenis, die bijwijlen heel verhelderend is met het oog op de huidige ingewikkelde taaltoestand. Anderen onderzoeken dan weer de anatomie van de Brusselse instellingen en sociaaleconomische toestand, wat best interessant is, maar ook nogal wat overlappingen oplevert. Veel boeiender zijn de essays waarin de auteurs hun visie over de toekomst van de stad uit de doeken doen. Eppink pleit bijvoorbeeld voor een Europees statuut voor Brussel, en Johan Van den Driessche voor de samensmelting van het Vlaams en het Brusselse Gewest. Volgens Philippe Van Parijs van de Pavia-groep bestaat er dan weer geen enkel geloofwaardig scenario waarbij Brussel met Vlaanderen zou samengaan na de opsplitsing van België. Maar over één ding is haast iedereen het eens: het huidige statuut en de ingewikkelde bestuursstructuur van de hoofdstad zijn op termijn onhoudbaar. Door het hele boek wordt er ook voor gepleit om álle inwoners van Brussel bij de toekomst van de stad te betrekken: Franstaligen en Vlamingen, allochtonen en Europese ambtenaren. Want dat ook de Brusselse bevolking een stem moet hebben in die moeilijke discussie, wordt dezer dagen al te vaak vergeten.
 
 


Terug naar de artikelenlijst.