Splitsing van België niet voor de centen, maar voor de democratie

Jan Van de Casteele 15-09-2008

In deze rubriek verscheen al een repliek op de jongste publicatie van Rudy Aernoudt, die meent de kost van de splitsing van België te kunnen berekenen. Misschien zal Aernoudt niet verwacht hebben dat hij vanuit de Vlaamse Beweging applaus kreeg voor zijn telraam. ‘Als het dat maar is’, is de reactie. Uitgerekend een Belgicist rekent voor hoe goedkoop de onafhankelijkheid wel is… Bovendien is het wetenschappelijk gehalte van Aernoudts cijfergeschuif verre van indrukwekkend, de berekening van de “winst” van een splitsing ontbreekt compleet.

In een opiniestuk in De Standaard (15 sept.) had Brecht Arnaert het ook over Aernoudts steriel boekhoudkundig relaas, maar voegde daar een dimensie aan toe. ‘Het Belgisch probleem is in essentie een probleem van democratie’ en niet van geld of taal’.

‘Ik wil een staatshoofd dat ik kan verkiezen, één parlement en geen acht, 15 ministers en geen 58, en 150 volksvertegenwoordigers en geen 524’… Maar dat kan niet omdat je niet enkel binnen je eigen democratie tot consensus moet komen, maar daarna nog eens met minstens vier andere. In België is de hoeksteen van elke democratische samenleving onderuit gehaald. Pariteit in de regering, belangenconflicten, alarmbelprocedures, de hele Belgische constructie is erop gebouwd om de meerderheid te muilkorven’.

Integrale tekst: zie bijlage

Bijlage



(24 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.