Eyskens en De Roover over de keuze van de christendemocraten

Jan Van de Casteele 12-09-2008

Dat Marc Eyskens het kartel wil breken is duidelijk. Heeft hij goede argumenten tegen het Vlaams-nationalisme? Niet volgens Peter De Roover.

Hoeft er een kloof te zijn tussen christendemocratie en Vlaams-nationalisme? Mark Eyskens, de spits van de belgicisten binnen CD&V, vindt van wel (“Christendemocratie versus nationalisme”, DS, 9 september, zie bijlage). Zijn gestook tegen de Vlaamse vleugel van zijn partij en tegen Kris Peeters (“Leve de Franstalige B-ploeg”, HLN, 12 sept.) en zijn geflirt met B-Plus openen makkelijk de deuren tot de pers van de oud-premier, die volgens Hugo Camps nog zot loopt van ambitie om toch nog eens premier te worden, maar dit tussendoor. Kort samengevat de repliek van Peter De Roover in De Standaard van 12 september (“Welke onderbroek dragen Vlaamse christendemocraten”).

De definitie van Eyskens:

‘Het nationalisme behoort tot het natuurlijke instinct van alle volkeren en heeft te maken met het gevoel van lotsverbondenheid tussen mensen die zich solidair voelen door hun geboorteverwantschap en dan ook gezamenlijk hun belangen verdedigen.’

De variant van De Roover, ‘perfect verenigbaar met christendemocratie’, klinkt als volgt: ‘Het nationalisme behoort tot het natuurlijke instinct van alle volkeren en heeft te maken met het besef van bijzondere lotsverbondenheid tussen mensen die zich extra solidair voelen door hun gedeeld verleden en/of toekomst en dan ook gezamenlijk een aantal van hun belangen verdedigen’.

Grenzen en vrede

Eyskens koppelt nationalisme aan ‘onverdraagzaamheid, agressiviteit, veroveringsdrang’. Dit is ‘niet zelden’ het geval. Niet per definitie dus. Tegenover het spookbeeld van ‘ontaard nationalisme’ stelt De Roover de kracht van het nationalistisch beginsel van ‘respect voor grenzen’. Dat beginsel zorgde in West-Europa nu sinds zestig jaar voor vrede. ‘De vaders van de EU opteerden voor het model Zaventem, Liedekerke of Overijse, niet voor dat van de Franstalige imperialisten in Kraainem of Wezembeek-Oppem’, aldus De Roover.

Meer Vlaamse solidariteit

Eyskens suggereert dat nationalisten niet ‘solidair’ zouden zijn. Nationalisten zijn niet tegen solidariteit, maar willen de grenzen tussen solidariteitsniveaus (familie/kennissen – nationale (interpersoonlijke) – internationale) hertekenen. Voor Vlaams-nationalisten is het tweede niveau Vlaanderen, niet België, maar een onafhankelijk Vlaanderen moet op het derde niveau (internationaal) ‘een veelvoud besteden van de zelden bereikte doelstelling van 0,7% van het bbp).

Efficiënte solidariteit
Waar Eyskens suggereert dat Vlaanderen de Walen aan hun lot zou overlaten, repliceert De Roover dat Eyskens beeld van de Waalse sukkelaar niet door moderne nationalisten, maar precies door figuren als Eyskens wordt gecreëerd. Transfers kunnen verlammend werken en zijn binnen België pijnstillers in plaats van medicijnen. Bovendien, wie echt internationaal denkt, zou even solidair moeten zijn met Moldavische armen dan met Waalse’.

Onverenigbaar?

Er bestaat geen onverenigbaarheid tussen christendemocratie en nationalisme, wel tussen een christendemocratie die vasthoudt aan het Belgische dogma en Vlaams-nationalisme. ‘De houdbaarheid van de kartelformule zal bepaald worden door het antwoord op de vraag in hoeverre de CD&V zich kan bevrijden van het Belgisch-dogmatisch staatsdenken’.

Invulling van Vlaanderen een probleem?

De Roover reageert ook op Reynebeau. Diens vraag ‘Hoe moet het nieuwe Vlaanderen er dan uitzien?’ zouden nationalisten niet kunnen invullen. Hoeft ook niet, zegt De Roover. ‘Ons Vlaams-nationaal streven beoogt niet het beëindigen, maar juuist het begin van het politieke debat in Vlaanderen, zonder Belgische hindernissen die dat debat alleen maar vervuilen.

Integrale tekst van beide tribunes: zie bijlage

Bijlage



(31 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.