Een kwestie van weerbaarheid: in Vlaanderen Vlaams
Jan Van de Casteele 09-09-2008
|
In de vakantie suggereerden sommigen om de institutionele impasse te doorbreken door (o.m.) de taalwet te wijzigen. Interessant was de reeks tegenargumenten in een opiniestuk van Geert Van Istendael, zelfverklaard belgicist, maar op dat punt absoluut genietbare bondgenoot van ‘le Ménapien’… (Geert Van Istendael, ‘Blijf met je fikken van de taalwet af’, De Morgen, 6 augustus 2008). Van Istendael nam het ook op voor de Vlaamse gemeenten die maatregelen nemen tegen de verfransing.
Van Istendael noemt zich ‘een doodgewone belgicist’, maar ook ‘een legalist’, die groot belang hecht aan de taalwet en, logisch gevolg, aan de taalgrens. Dat Franstalige politici nu willen morrelen aan de taalgrens lijkt hem ‘staatsgevaarlijk’.
Zijn de maatregelen van sommige Vlaams-Brabantse gemeenten onrustwekkend en betreurenswaardig en een teken van minachting? Neen, aldus Van Istendael, in tegenstelling tot het omgekeerde: de minachting die de Franstalige bourgeoisie al jaren lang complexloos ten toon spreidde. ‘Hun minachting voor de grofstoffelijke Vlaming, le Ménapien, was bij momenten even tastbaar als onwelriekend.’
Is het – zoals zelfs sommige Vlamingen zeggen (DM, 31 juli) - ‘bedenkelijk’ dat de ambtenaren aan de loketten van de gemeente Zaventem Nederlands moeten spreken met de ingezetenen. Neen! ‘Die ambtenaren passen gewoon de taalwet toe, niet meer, niet minder, en die taalwet is een wet van het Belgische volk’.
Alle taalwetten (van 1873 tot de vastlegging van de taalgrens in 1962) werden goedgekeurd door Nederlandstalige én Franstalige parlementsleden, welke taal die ook spraken. En de taalwet zorgde voor taalvrede. ‘Op die zeldzame plekken waar, althans volgens sommige (Franstalige) politici, de taalgrens niet echt 100 procent gefixeerd werd, kregen we heibel, gegarandeerd, vroeger in Voeren, maar die episode is gelukkig afgesloten, nu aan de Brusselse rand.’
En dan volgt de duidelijkste alinea: ‘Blijf dus in godsnaam met je fikken van de taalwet af en laat die ambtenaren in Zaventem of Sterrebeek of Vilvoorde Nederlands spreken en alleen Nederlands. Kunnen de talrijke buitenlandse bewoners uit de Brusselse rand dat niet snappen?... Als ik, Belg, naar het Rathaus in Hamburg ga, spreek ik toch Duits zeker. Of naar de town hall in Southampton, dan spreek ik toch Engels zeker. In de mairie van Châteauroux Frans. In het gemeentehuis van Zaventem Nederlands… Zijn sommige talen misschien beter dan andere omdat ze groter zijn? Met dat argument hebben de machthebbers van mijn vaderland mijn taal tientallen jaren lang de toegang tot de universiteit ontzegd. Mijn taal was niet geschikt voor wetenschap, zeiden ze. On parle le flamand aux animaux et aux domestiques. In die volgorde.’
Van Istendael vindt de hele Vlaamse emancipatiebeweging ‘uitermate eerbiedwaardig’. Zij heeft ervoor gezorgd dat de taal van de kleine man, van de kleine vrouw het gewonnen heeft van de prestigieuze, internationale, grote elitetaal, het Frans. ‘School, leger, gerecht, ambtenarij, allemaal werden ze van hoog tot laag vernederlandst. De overwinning is totaal. En dat is niet meer dan rechtvaardig.’
‘Daarbij heeft de Vlaamse beweging, op de twee onvergeeflijke, aartsdomme en criminele episodes van de collaboratie na, zich nooit laten verleiden tot geweld, en ook dat is eerbiedwaardig.’ Sommige flaminganten zeggen dat de Vlamingen om die reden een slap zootje zijn. Ze moeten er dan maar meteen bij vertellen waar hun voorkeur naar uitgaat: Noord-Ierse kettingzagen, Baskische bommen of Balkansluipschutters.
Voor Van Istendael kan er geen sprake zijn van de uitbreiding van Brussel, ‘al was het maar met een bospaadje’. Maar laat het duidelijk zijn dat de ‘ommelanden, op zes dorpen na’ eentalig zijn.
Hij vindt tenslotte dat het moment gunstig is om door middel van een nieuwe, grote, rationele staatshervorming wat orde te scheppen in onze onoverzichtelijke institutionele koterij.’
Terug naar de artikelenlijst.
