Senaat omvormen tot inter-institutionele raad?

Brecht Arnaert 24-08-2008

In De Morgen van 4 augustus lanceert SP.A-parlementslid Bart Martens het voorstel om de Senaat om te vormen tot een inter-institutionele raad. Niet éénmalig, maar voor altijd. Een pleidooi voor meer Vlaanderen? Niet echt, maar wel een voorstel vanuit de vaststelling dat de huidige Belgische staatsstructuur niet (meer) werkt.

De Senaat werd bij de hervorming ervan in 1993 voor de eerste keer benoemd als “kamer waar de gemeenschappen elkaar kunnen ontmoeten”. Maar volgens Martens gebeurt dat helemaal niet in de parlementaire organen. “De dialoog (tussen de gemeenschappen nvba) zijn het exclusieve terrein van de uitvoerende machten.” In de schoot van het overlegcomité en de onderhandeling van de samenwerkingsakkoorden wordt het beleid gemaakt, het parlement holt die beslissingen achterna. Dat moet veranderen, aldus Martens.

Martens verder: “In een nieuwe staatshervorming die aanstuurt op efficiënter bestuur, dichter bij de burger, moeten verkozenen des volks daarom een grotere rol krijgen in de besluitvorming op interregionaal, Europees en internationaal vlak. Dat is de enige manier om de toekomst van onze regio's mee in de hand te nemen. Een verdere regionalisering die de parlementen nog meer buitenspel zet, ondergraaft verder de efficiëntie van en het vertrouwen in de politiek.”

Als middel daartegen stelt Martens geen afsgeslankte maar een anders samengestelde Senaat voor. Die verwordt tot een “interinstitutionele raad” (krijgt u het uitgesproken?) waarin zowel vertegenwoordigers van de Gemeenschappen, de Gewesten, het Federale niveau én Europa zitten.

Én Europa? Ja. Aansluitend hekelt Martens immers ook de “downloadcultuur” ten opzichte van Europa in onze parlementen. We zien onze volksvertegenwoordiging louter nog als een uitvoeringsinstrument van Europese regelgeving, die “voorgekauwd worden in ambtelijke coördinatiecomités en vastgelegd in interministeriële conferenties”. We moeten, aldus Martens, ook meer zelf standpunten toevoegen aan het Europees debat, zelf meer gaan uploaden.

Commentaar:

De hervorming van de Senaat is altijd al een heikel punt geweest. Als overblijfsel van het vroegste parlementaire model, waarbij nog twee kamers gehanteerd werden, heeft het veel van zijn functie verloren. Oorspronkelijk fungeerde het als “hogere kamer”, waar enkel edelen in toegelaten werden, wat als tegengewicht moest dienen voor de opkomende democratisering en de bijhorende “vertegenwoordigers van het volk”, die dan de “lagere kamer” bevolkten. Ook vandaag nog zijn in onze Senaat drie senatoren “van rechtswege”, namelijk de drie kinderen van de Koning. Democratie werd in de beginnende parlementaire structuren toegestaan, maar liefst niet te veel. Wetsontwerpen die door de Kamer (het volk) goedgekeurd werden, moesten ook door het alziend oog van de Senaat (de edelen) nog eens goedgekeurd worden. Door de verdere democratisering (ook voor de Kamer gold vroeger immers een elitair cijnskieskrecht) is de functie van de Senaat gaandeweg echter uitgehold. De nieuwe burgerij (les nouveaux riches, industrialisatie) verdrong immers stelselmatig de oude adel (les anciens riches, landbouw en gronden) waardoor het relatieve economische belang van de machthebbers in de Senaat zakte tegenover die van de Kamer.

Omdat geen enkel instituut van nature geneigd is zichzelf af te schaffen, werd de taakinvulling over de jaren heen gewijzigd. In federale landen ging de Senaat dienen als statenkamer, waarin een paritaire vertegenwoordiging gehanteerd werd. Dit als een vorm van “checks and balances”: zelfs al vindt een meerderheid van de bevolking in van de federatie, vertegenwoordigd in de Kamer een voorstel OK, dan nog moet ook een meerderheid van staten waarin die bevolking leeft er ook mee akkoord gaan. De deelstaten doen dus de besluitvorming ook nog eens geografisch over. Dit om te vermijden dat een sterk bevolkt deel van de federatie besluiten zou nemen over een materie die vooral een dunner bevolkt deel van de federatie zou benadelen. Zo helpt The Senate in de VS het evenwicht bewaren tussen het dicht bevolkte industriële noorden en het dunner bevolkte agrarische zuiden. Zelfs al zou in de House of Representatives de meerderheid van de afgevaardigden bestaan uit vertegenwoordigers van het drukker bevolkte noorden, dan nog kunnen zij geen landbouwwetten eenzijdig doordrukken die het zuiden van de federatie zouden benadelen. In de Senaat moet het voorstel immers nogmaals worden gestemd, en hier telt geen demografie meer, maar de geografische uitvoering van het beleid. Zolang staten als Texas bijvoorbeeld 26 staten bereid kan houden om dat voorstel te blokkeren gaat het niet door, hoe groot de meerderheid in de Kamer ook mag zijn.

De parallel met België wordt steeds duidelijker. Ware België een echte federatie, dan zou de Senaat inderdaad paritair moeten zijn. Zo zouden Vlaanderen én Wallonië elk 50 afgevaardigden kunnen hebben in een Senaat van 100 man. Maar een echte federatie zou ook inhouden dat voor deze geografische “check” ook een demografische “balance” ingebouwd is. Dat betekent niet enkel dat de vertegenwoordiging in de Kamer de demografische breuklijnen zou volgen – wat nu overigens niet compleet het geval is - , maar ook dat de regeringssamenstelling dat zou doen. En daar wringt het schoentje in het Belgisch systeem: niet een deel van de wetgevende macht is paritair samengesteld, maar de regering zelf!

Dit is de pure pervertering van het inzicht dat het beleid in een federaal land niet enkel door de meerderheid moet geaccepteerd worden, maar ook door alle delen van die federatie. Terwijl pariteit als principe in die omstandigheden zeker verdedigbaar is, leidt ze, eens geïnstalleerd in de uitvoerende macht, tot de totale dictatuur van de minderheid. Geen geografische “check” meer in relatie tot een demografische “balance”, maar een pure machtsgreep, waarbij de minderheid bij een regeringscrisis steeds de sleutel in handen houdt.

De meerderheid fungeert dan als een wilde stier met een neusring: hij mag zich proberen los te rukken uit zijn gevangenschap, maar pijnigt enkel zichzelf. De boer is dan wel fysiek zwakker dan de stier, hij heeft er toch macht over doordat hij bepaalt hoe lang het koord is die aan de neusring hangt. En met bepaalde boeren uit Wallonië hebben we nu niet meteen de beste ervaringen …



Terug naar de artikelenlijst.