Vlaamse pensioenen voor het eerst hoger dan Waalse

Brecht Arnaert 04-08-2008

Het leek een raar nieuwsbericht vandaag: Vlaamse pensioenen voor het eerst hoger dan Waalse. Had u zich dan overslapen en was het land gesplitst? Helemaal niet. De verschillen in pensioenen zijn te wijten aan de verschillen in ... bevolking. Het zoveelste bewijs dat  België eigenlijk bestaat uit twee landen.

Volgens een rapport van de Rijkdienst Voor Pensioenen (de bekende Zuidertoren in Brussel) bedroeg in 2007 het gemiddelde uitbetaalde pensioen in Vlaanderen 1.071 euro per maand. Dat is twee euro meer dan in Wallonië, waar een gemiddeld pensioen 1.069 euro bedraagt, en drieëntwintig euro meer dan in Brussel, waar je als oudere 1.048 euro krijgt. Niks om over naar huis te schrijven dus. Maar toch.

Hoe zijn die verschillen dan te verklaren? Tot nader order zijn de pensioendiensten toch nog steeds federaal? Wel, in feite hebben de pensioenen al altijd communautaire trekjes vertoond, zij het dan in het voordeel van Wallonië. Dit heeft niets te maken met een onrechtvaardige solidariteit, maar gewoon met het feit dat Wallonië een compleet andere economische achtergrond heeft.

Tot 2007 waren de pensioenen in Wallonië hoger, omdat in de twintig jaar daarvoor een cohorte van mensen op pensioensgerechtigde leeftijd aankwam die nog de laatste gouden tijd van de Waalse economie meegemaakt hadden: hoge inkomens betekent veel bijdragen voor de belastingen en dus veel pensioen.

In 1966 echter werd al een eerste kantelpunt bereikt, dat zich nu laat merken in de pensioenen. In dat jaar steeg het Vlaams Bruto Regionaal Product voor het eerst uit boven het Waals BRP: in dat jaar werd in Vlaanderen voor het eerst meer toegevoegde waarde gecreëerd dan in Wallonië.

Terwijl in Wallonië de zware industrie (staalnijverheid, koolwinning) een langzame dood stierf, vestigden zich in Vlaanderen, onder invloed van de expansiewetten van '61 stilaan meer en meer, vooral Amerikaanse, multinationals. Vlaanderen had door zijn lagere industrialiseringsgraad ook minder conversiekosten dan de Waalse economie, waardoor de doorstart naar de tertiaire sector (Handel, vervoer, diensten) zich veel sneller kon voltrekken.

Terwijl  de Belgische overheid in de jaren tachtig het oude Keynsiaanse recept toepaste van deficit spending (als overheid veel geld uitgeven om de koopkracht te verhogen en dus de vraag aan te wakkeren) vergrootte dit enkel nog maar de crisis: de slechte toestand van de Waalse economie was niet conjunctureel maar structureel: aardgas verving steenkool, en staal kon elders veel goedkoper geproduceerd worden.

In plaats van eerlijk te zijn met de Waalse bevolking, werden miljarden in dubieuze holdings gepompt, waar geen enkele Waal beter van werd. Tenzij één: Albert Frère, die in die dagen doorgroeide tot de top van de rijkste mensen van de wereld. Meneer Frère is nu op rust en moet zich nu tevreden stellen met een luttele ... 224ste plaats op die lijst.

Om een lang verhaal kort te maken zet die economische scheiding zich nu ook door in de pensioenen. Zo lang er geen sociale zekerheid was (geboortejaar georganiseerde sociale zekerheid = 1956) vielen deze verschillen niet op, nu dus des te meer. Doordat in de jaren 80 bovendien nog de werkloosheid in Vlaanderen spectaculair daalde - en ze nu drie keer lager is dan in Wallonië nvda -  krijgt de breuk in de cijfers nog een extra duw die in de komende jaren enkel maar duidelijker zal worden.

Belgicisten mogen dan wel beweren dat de solidariteit in de sociale zekerheid interpersoonlijk is, wie gemiddelden neemt over alle pensioenen heen, ziet ook daar onmiskenbaar communautaire trends.

BA


Terug naar de artikelenlijst.