Schiet CD&V in eigen voet?

Bart Maddens 21-02-2008

De journalisten raken maar niet uitgeschreven over de politieke crisis van vorig jaar en slaan ons nog dagelijks met straffe verhalen en pikante details om de oren. Maar ondanks al die onthullingen zullen de historici van de toekomst er nog een hele kluif aan hebben om het verhaal te ontwarren. Hoe is het zo ver kunnen komen dat de CD&V vlak voor kerstmis plotsklaps overstag is gegaan en haar belangrijkste hefboom (de druk om een Belgische regering te vormen) zonder boe of bah uit handen heeft gegeven ? En dan nog wel om aartsrivaal Verhofstadt eerste minister te laten worden in een regering met de vermaledijde PS.
 
Maar het meest intrigerend van al is eigenlijk de vraag hoe het komt dat CD&V zo lang voet bij stuk heeft gehouden zonder zich kennelijk veel gelegen te laten aan de oplopende imago-schade voor België in het buitenland en de alarmkreten van het establishment.  Het scenario waar het uiteindelijk op is uitgedraaid (het doorverwijzen van de staatshervorming naar een vrijblijvend Costa/Forum/Dialoog-achtig ding) stond van meet af aan hoog genoteerd bij de politieke bookmakers. Het was al bij al een gemakkelijke voorspelling, rekening houdend met het nogal zwakke communautaire profiel van CD&V tijdens de campagne en het overhaaste en weinig glorieuze ontslag van Yves Leterme als Vlaams minister-president. Dé verrassing van het jaar was dan ook dat CD&V zich zo lang heeft verzet tegen die (vanuit Belgisch oogpunt) voor de hand liggende “oplossing”.
 
Plat op de buik ?
 
Tot drie keer toe heeft het blijkbaar niet veel gescheeld of CD&V had zich al veel vroeger neergelegd bij het loskoppelen van de ‘grote’ staatshervorming en de regeringsvorming.
 
Dat was een eerste keer het geval toen Herman Van Rompuy’s verkenningsopdracht uitmondde in de fameuze ‘spooknota’.
 
Helemaal op het einde van Letermes tweede formatieopdracht heeft CD&V met tegenzin een soortgelijke voorlopige nota goedgekeurd, die uiteindelijk door de N-VA werd verworpen.
 
Maar wellicht het meest dramatische moment volgde op de BHV-stemming in de Kamercommissie. Toen leek CD&V op 8 november eerst volmondig in te stemmen met het (blijkbaar door Yves Leterme zelf ingefluisterde) voorstel van het Paleis om snel een sociaal-economische regering op de been te brengen en de staatshervorming door te schuiven naar een comité van wijzen. Maar op aansturen van de N-VA maakte de partij de dag nadien een halsbrekende bocht en luidde het opnieuw ondubbelzinnig: geen regering zonder staatshervorming.
 
Op de buik
 
Die terugkeer naar een beginselvaste houding valt voor een stuk te verklaren doordat er begin november nog een sfeertje heerste van “goed dat de Vlamingen eindelijk eens het been stijf houden”. “Plat op de buik”, kopte Het Nieuwsblad op 9 november, nadat CD&V eerst met het koninklijke scenario had ingestemd. Dat was ook de teneur van de andere kranten. Van enige lof over het Belgische staatsmanschap van CD&V viel op dat moment weinig of niets te bespeuren.
 
Maar toen dit scenario zich amper een maand later herhaalde werd er heel anders gereageerd in de kranten: CD&V moet nu maar eens blijk geven van redelijkheid in de plaats van zich te laten gijzelen door de extremisten van de N-VA. En Bart De Wever werd meer en meer voorgesteld als een vrolijk fluitende rattenvanger van Hameln die de verdwaasde CD&V- coryfeeën, en met hen het hele land, naar de ondergang leidde.
 
Het sentiment keert
 
Wat was er intussen veranderd? Het sentiment op de markten was gekeerd, om het maar eens in beurstermen te stellen. De stemming was omgeslagen naar “de speeltijd is voorbij”: het land staat er economisch slecht voor, de koopkracht daalt, en de politici moeten zich nu maar eindelijk eens gaan bezighouden met de echte problemen van de mensen, in de plaats van met die “communautaire kinderachtigheden”(dixit Louis Tobback).
 
Natuurlijk was de economische toestand niet plotseling drastisch veranderd. Maar in de media werd er opeens verdacht veel aandacht besteed aan een aantal evoluties die al langer bezig waren, zoals de stijging van de prijzen voor voeding en brandstof. Bovendien werden er (onder meer door de Nationale Bank) een aantal onheilsberichten de wereld ingestuurd over de negatieve impact van de communautaire crisis op de kredietwaardigheid van België en het investeringsklimaat. Op die manier ontstond er vanaf november een economisch crisisgevoel in de publieke opinie. Hierdoor werden de Vlaamsgezinde krachten in CD&V geleidelijk aan in het defensief gedrongen tot op het punt dat de balans (vlak voor kerstmis) uiteindelijk overhelde naar het kamp van de Belgische Realpolitici.
 
Het zou naïef zijn om te denken dat die plotse obsessie met de economie een toeval was. Men kan zich moeilijk van de indruk ontdoen dat het ging om een door het Belgische establishment georchestreerd scenario. Begin december kwam Luc Coene (vice-gouverneur van de Nationale Bank) in de Kamercommissie voor Begroting en Financiën vertellen dat de economische prestaties van het land schade leden onder de politieke crisis. Maar nadien heeft hij (in De Tijd van 12 januari 2007) toegegeven dat het enkel maar zijn bedoeling was om een signaal te geven en dat het hooguit ging om een “potentieel gevaar”.  Het was met andere woorden enkel een overdrijving, om niet te zeggen een leugen, bedoeld om de politici aan te zetten tot Belgische redelijkheid. 
 
Twee vliegen in één klap
 
En dan was er op 15 december natuurlijk de groots opgezette nationale vakbondsbetoging om te protesteren tegen de dalende koopkracht. Een vreemde zaak vonden veel waarnemers, én omdat de overheid nu eenmaal weinig kan doen aan prijsstijgingen, én omdat de koopkracht hoe dan ook in grote mate gegarandeerd is door de automatische loonindexering.
 
Maar het werkelijke oogmerk van de betoging was natuurlijk communautair. Aanvankelijk hadden de vakbonden geprobeerd om een verregaande staatshervorming tegen te werken via de uitgesproken Belgicistische actie “Red de solidariteit”. Maar die actie was niet echt een overrompelend succes en de oorspronkelijk geplande grote slotmanifestatie op de Brusselse Grote Markt werd uiteindelijk afgeblazen. Bovendien had die actie het (vanuit vakbondsperspectief) perverse effect dat het communautaire thema nog hoger op de politieke agenda kwam te staan. Vandaar dat de vakbonden in december het geweer van schouder hebben veranderd en – in cadans met de andere regime-krachten - het economische thema opnieuw centraal hebben geplaatst.
 
Dit alles ging ongetwijfeld gepaard met een toegenomen druk van het ACW op CD&V.  Het kartel met N-VA heeft de positie van de Vlaamsgezinde vleugel binnen CD&V aanzienlijk versterkt.  Het daarnet geschetste flip-flop gedrag van CD&V valt voor een stuk te verklaren doordat de Vlaamse en Belgische tendensen elkaar min of meer in evenwicht houden, zodat de beslissingen nu eens de ene en dan weer de andere richting uitgingen.  En het leiderschap van Yves Leterme was kennelijk te zwak om een consistente koers uit te zetten.  
 
Voor het ACW was en is er veel aangelegen om de partij weer in Belgisch vaarwater te krijgen. Door een grondige staatshervorming te torpederen kan het ACW trouwens twee vliegen in één slag slaan: enerzijds de machtspositie binnen de unitaire structuren veilig stellen, en anderzijds een breuk forceren tussen N-VA en CD&V. Eerder heeft het ACW al gebruik proberen te maken van de zaak Dedecker om het kartel op te blazen, maar dat is toen mislukt. Tweede keer, goede keer ?
 
Verborgen kartels
 
Didier Reynders had het tijdens het eindspel van de regeringsvorming nogal verbitterd over het ‘verborgen kartel’ tussen CdH en PS. Nadien is ook door andere bronnen bevestigd dat CdH zich al in een zeer vroeg stadium aan de PS had vastgeklonken.
 
Maar ook aan Vlaamse kant lijkt er een soort van verborgen kartel te bestaan, namelijk het kartel CD&V-ACW. Verborgen is in dit geval natuurlijk een groot woord, maar toch ging men er tijdens de regeringsvorming doorgaans wat te licht overheen dat er nog zoiets bestaat als een sterk, goed georganiseerd én Belgischgezind ACW-blok binnen CD&V.
 
Hoe zwaar dit blok weegt kan trouwens gemakkelijk worden afgeleid uit het verkiezingsresultaat. Van de 159 kandidaten op de Kamerlijsten van CD&V-N-VA waren er 50 (31,4%) die officieel door het ACW werden ondersteund (tegenover slechts 29 of 15,3% N-VA kandidaten). Van alle voorkeurstemmen uitgebracht op CD&V-N-VA-Kamerlijsten ging niet minder dan 37,1% naar ACW-kandidaten, tegenover slechts 15,3% naar N-VA-kandidaten. Een ACW-kandidaat haalde gemiddeld 16.767 voorkeurstemmen, tegenover slechts 11.888,5 voor een N-VA-kandidaat en 13.462,4 voor een niet-ACW CD&V-kandidaat. De monsterscore van Yves Leterme (eveneens een officiële ACW-er) heeft overigens geen invloed op deze cijfers, aangezien Leterme enkel kandidaat was voor de Senaat.
 
Er moet ergens in december een moment geweest zijn dat het ACW hard op tafel heeft geklopt bij CD&V, wie weet met de hierboven vermelde cijfers in de hand. Maar hoe de boodschap ook is gebracht, de CD&V-top heeft ze blijkbaar goed begrepen, met het gekende resultaat: CD&V schiet in eigen voet, en dus, paradoxaal genoeg, ook in die van het ACW.  
 
Bart Maddens


Terug naar de artikelenlijst.