Nederlands in Brussel derde taal

Jan Van de Casteele 18-01-2008

Recent taalonderzoek bevestigt dat het Nederlands als gesproken taal en thuistaal in Brussel terrein verliest. Engels werd er de tweede taal.

Rudi Janssens publiceerde een nieuwe studie over ‘Taalgebruik in Brussel en de plaats van het Nederlands’ (Centrum voor de Interdisciplinaire Studie van Brussel). Gebaseerd op 2500 face-to-face bevragingen, en dat kan tellen. Deze Taalbarometer 2 werd samengesteld na een studie door het Nationaal Instituut voor de Statistiek. De bevindingen werden gepubliceerd in Brussels Studies, nr. 13 (7 januari 2008)

Als academicus blijft Janssens in zijn ‘Besluit’ vrij vaag. De balans van het Nederlands noemt hij ‘gematigd positief’. Toch is duidelijk dat de groep Nederlandstaligen die de taal van huis uit sprak kleiner. Een compensatie zou zijn dat het Nederlands goed scoort in het onderwijs.
 
Het Frans blijft de belangrijkste taal en verstevigt als tweede huistaal van anderstaligen haar positie als lingua franca (dominant in publieke taalgebruik). Dit weerlegt de standpunten dat Frans ook in Brussel een minderheidstaal zou worden. Net zoals in Wallonië is Engels nu de tweede taal in Brussel, na het Frans.
 
Janssens vergelijkt de bevindingen van 2006 met die van eerder onderzoek in 2000. Enkele gegevens:
 
Meest gesproken taal (goed tot uitstekend)
-         Frans: 95,55% (status-quo tgo. 2000)
-         Engels 35,4% (versus 33,25% in 2000)
-         Nederlands 28,23% (versus 33,29% in 2000)
-         Spaans 7,39% (versus 6,90% in 2000)
-         Arabisch 6,36% (versus 9,99% in 2000)
Voorts scoren meer dan 1%: Italiaans (5,72%), Duits (5,56%), Turks (1,47%), Portugees (1,67%). Weggevallen in die categorie in vergelijking met 2000: Berbers (0,36%)
 
Thuistaal op basis van gezin van herkomst:
-         Frans: 56,8% (versus 51,6%)
-         Frans/andere: 11,3% (versus 9,3%)
-         Nederlands/Frans: 8,6% (versus 9,9%)
-         Nederlands: 7% (versus 9,5%)
 
Meer info: zie vermeld artikel in Brussels Studies, in PDF (bijlage)
 
Taal: andere bronnen
 
Een andere relevante informatiebron over taalverschuivingen en taaltoestanden zijn bvb. de onderwijscijfers. ‘Nog maar 37% van de leerlingen in het Nederlandstalig middelbaar onderwijs komt uit homogeen Nederlandstalige gezinnen. In de basisscholen is gemiddeld 70 procent van de kinderen het Nederlands NIET de thuistaal’. (Knack, 28 maart 2007)
 
Een derde belangrijke bron zijn de kiezerslijsten en de verkiezingsuitslagen. Ook hieruit blijkt dat de Vlaamse aanwezigheid in Brussel almaar minder groot wordt.
 
Vreemdelingen
 
Taalinformatie zegt niets over het aantal vreemdelingen in Brussel. In 1961 was 7,3% van de Brusselaars van vreemde afkomst. In 2005 was dat al 56,5 procent. In 2020, over vijftien jaar dus, zal 75% of driekwart van de Brusselaars van vreemde afkomst zijn. In 1991 woonden er in Brussel 28,5% vreemdelingen en 4,5% nieuwe Belgen. In 2005 is het aantal vreemdelingen gestabiliseerd op 26,3% maar het aantal nieuwe Belgen, hun geboortesaldo inbegrepen, met 25,5% gegroeid tot 30,2%, ‘een indrukwekkende en unieke evolutie in Europees of zelfs wereldperspectief ‘, aldus Jan Hertogen (lees op deze webstek in de Rubriek Actueel, 4 april 2007)
 

Bijlage



(163 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.