De toekomst is aan de kleine landen

Jan Van de Casteele 21-12-2007

Het toeval zit soms in een klein zakje. Nadat we gisteren een kortje publiceerden ovezr een uitspraak van Vincent Kompany en die koppelden aan een interessant artikel in de Financial Times over de voordelen van kleine staten (Small is Beautifull), publiceert De Tijd vandaag vrijdag 21 december dit opiniestuk van Gideon Rachman.
Hieronder (en als bijlage in PDF) de inegrale tekst van het artikel.

De toekomst is aan de kleine landen
 
GLOBALISERING
Kleine landen worden homogener en dus minder kwetsbaar voor burgeroorlogen en dictators
 
Dat landen uit elkaar vallen in kleinere staten hoeft niet altijd nefast te zijn. Integendeel, er zijn verschillende redenen te bedenken waarom kleine landen net voordeel halen uit hun lilliputterstatus. De klassieke nadelen armoede en onveiligheid zijn grotendeels weggevallen, en dus blijven alleen de voordelen over. Kleine landen zijn nu doorgaans welvarend en concurrentieel, en gedijen vreedzaam. Het tijdperk van de kleine staten is aangebroken.
Europa lijkt geneigd zichzelf op te splitsen in steeds kleinere stukken. Waarschijnlijk verklaart Kosovo zich komende maand onafhankelijk en wordt het zo het zevende nieuwe land dat verrijst uit de ruïnes van Joegoslavië. Uit de Sovjet-Unie zijn 15 nieuwe staten geboren. In West-Europa is sprake van een uiteenvallen van België, terwijl in Schotland een partij pro afhankelijkheid de macht heeft gegrepen.
Europa lijkt geneigd zichzelf op te splitsen in steeds kleinere stukken. Waarschijnlijk verklaart Kosovo zich komende maand onafhankelijk en wordt het zo het zevende nieuwe land dat verrijst uit de ruïnes van Joegoslavië. Uit de Sovjet-Unie zijn 15 nieuwe staten geboren. In West-Europa is sprake van een uiteenvallen van België, terwijl in Schotland een partij pro afhankelijkheid de macht heeft gegrepen.
Landen die zich opsplitsen, worden doorgaans een beetje behandeld als een getrouwd koppel dat uit elkaar gaat. Het is een droevige gebeurtenis. En het is waar dat een eenzijdige Kosovaarse onafhankelijkheidsverklaring een nieuwe crisis kan veroorzaken in de Balkan. Maar indien de vorming naar nieuwe landen vreedzaam verloopt, is er doorgaans reden tot feestvieren. We bevinden ons in het tijdperk van de kleine staten.
KLEIN DOMINEERT
Raadpleeg eender welke rangschikking van nationale welvaart en de kleine landen domineren die. De landenranking van het Internationaal Monetair Fonds naar bruto binnenlands product (bbp) per hoofd toont dat vier van de rijkste vijf landen ter wereld minder dan 5 miljoen inwoners tellen. De VS, op de vierde plaats, zijn de uitzondering. De Global Peace Index van de Economist Intelligence Unit rangschikt landen via criteria als aantal moorden en aantal gevangenen, en ook die is aangename lectuur voor kleine landen. De meeste vreedzame plaats op aarde is klaarblijkelijk Noorwegen (beetje koud wel), en acht van de meest vredevolle tien landen hebben minder dan 10 miljoen inwoners.
Ook de concurrentierangschikking van het World Economic Forum suggereert dat vijf van de meest 'concurrentiële' zeven landen minder dan 10 miljoen inwoners hebben, en de Human Development Index, die landen rangschikt naar levensverwachting en opleiding, duldt alleen Japan als groot land bij de eerste tien.
Bekijk het eens van de andere kant van de telescoop, en je zult zien waarom het loont zo klein te zijn. Van de meest bevolkte vijf landen zijn alleen de Verenigde Staten rijk. Brazilië, China, India en Indonesië groeien snel, maar het zijn nog altijd ontwikkelingslanden. Ze besturen is een enorme uitdaging.
Ik herinner me een bezoek van enkele jaren geleden aan Palaniappan Chidambaram, de toenmalige Indiase minister van Handel die nu minister van Financiën is. Chidambaram leek wat gedeprimeerd, dus vroeg ik hem wat er scheelde. Hij zuchtte en vertelde dat hij de Finse minister van Handel op bezoek had gehad. Omdat dat bezoek op zich me geen reden leek voor melancholie, drong ik aan. 'Weet je hoeveel mensen er in Finland wonen?' vroeg hij me. 'Vijf miljoen. In India zijn de blinden alleen al met vijf miljoen.'
Natuurlijk zijn de Indiërs niet altijd terneergeslagen door de omvang van hun land. Soms scheppen ze erover op dat India op koers zit om China in te halen als het land met de meeste inwoners.
Maar eer halen louter uit de grootte van je land wordt meer en meer een anachronisme. Traditioneel is groot zijn voor een land altijd goed geweest om twee redenen: voorspoed en veiligheid. Een groot land staat gelijk met een grote markt en dus meer handel en rijkdom. Een groter land had ook meer macht en maakte minder kans het slachtoffer te worden van een invasie. In de moderne wereld lijken deze twee voordelen echter te verdwijnen.

MARKTTOEGANG
De globalisering heeft in de hele wereld markten geopend. China en India worden voornamelijk rijker omdat ze toegang hebben tot de markten van de ontwikkelde wereld, niet door de omvang van hun binnenlandse markt. Kleine landen kunnen zich zelfs nog sneller naar het succes handelen. Denk maar aan Singapore of Zwitserland.
Klein is ook niet langer synoniem van onveilig. In Europa hebben heel wat kleine vissen hun veiligheid verbeterd door toe te treden tot de NAVO. Soms wordt dat gehekeld als 'free-riding'. België en Luxemburg kunnen het zich veroorloven klein, veilig en zelfvoldaan te zijn omdat ze schuilen onder de veiligheidsparaplu van de grote, genereuze Uncle Sam. Maar lid worden van een collectieve veiligheidsorganisatie is geen absolute noodzaak voor een klein land. Ierland en Zwitserland zijn niet bij de NAVO, en geen van beide loopt acuut gevaar op een invasie.
Het is een feit dat grote landen nu veel minder instinctief expansionistisch zijn dan in het tijdperk van de grote rijken. Tegenwoordig kan het binnenvallen en bezetten van een klein land flink pijn doen, zoals de Verenigde Staten hebben ondervonden in Irak en Afghanistan.
 
IDENTITEIT
Aangezien de traditionele nadelen van kleine landen aan het verdwijnen zijn, blijven dus alleen de voordelen over.
Bovenal neigen kleine landen naar meer homogeniteit. Dat maakt ze minder kwetsbaar voor burgertwisten of dictatoriale regimes. Het sociale vertrouwen is er ook hoger. Dat is misschien een van de redenen waarom Scandinavische staten bereid zijn zoveel te investeren in gezondheid en onderwijs en zo hoog scoren op indices van menselijke ontwikkeling.
De regeringen in kleine landen hebben het ook makkelijker om een beleid uit te tekenen en uit te voeren. Kleine, homogene landen zouden ook minder in de verlokking moeten komen geld te verkwisten aan stemmenlokkende projecten, bedoeld om ontevreden minderheden mild te stemmen.
Jezelf onafhankelijk verklaren is ook een fantastische marketingtruc. Wie bekommerde zich om de Baltische staten toen ze nog deel uitmaakten van de Sovjet-Unie? Nu heeft een land als Estland een onderscheiden internationale identiteit. En dat is heel nuttig om toeristen en investeringen aan te trekken.
Om al deze redenen is het weinig verwonderlijk dat het aantal nieuwe staten zich uitbreidt. In 1945 telden de Verenigde Naties 45 lidstaten. Tegen 1968, na de dekolonisering, waren het er 126. Nu zijn 192 naties vertegenwoordigd bij de VN. Laten we het glas heffen op het tijdperk van het kleine land als we de 200 halen.
 

 

Bijlage



(153 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.