Waar eindigt Verhofstadt? De gespletenheid van Open VLD
Jan Van de Casteele 07-12-2007
|
Volgens sommige polls willen 87% van de Franstaligen dat de regering-Verhofstadt de rol van noodregering opneemt. Maar 67% van de Vlamingen wil dat dan weer niet. Het is een mooi voorbeeld van de scheiding der geesten in dit land. Maar ook een duidelijke illustratie van de gespletenheid van de VLD.
De partij heeft haar federale machtsgreep van 1999 - deels gestolen op de demagogie rond een overroepen dioxinecrisis - willen consolideren met een merkwaardige koerswijziging. De Vlaamse kaarten werden weggestopt, beloften en woorden uit het eigen geheugen gewist. VLD profileerde zich almaar meer staatsbehoudend, zeg maar: Belgisch.
De VLD werd door de kiezers op 10 juni weggeborsteld (min 7 zetels), maar blijft kiezen voor een vreemde strategie: niet het bondgenootschap met Vlaamse partijen, wél dat met de overkant van de taalgrens is prioritair.
De VVB wees er bij monde van Ivan Mertens in 1999 al op dat de partij afstand nam van de besluiten van het VLD-congres van einde april 1998, toen de partij liet verstaan dat zij maar in een federale regering zou stappen als er werk zou worden gemaakt van de defederalisering van gezondheidszorg, kinderbijslag en fiscaliteit.
Het Sint-Elooisakkoord (einde 1999) benadeelde het Vlaams onderwijs en kwam tot stand in een sfeer van geheime akkoorden en politiek bedrog. In Brussel (Franstalige Brusselse rechters) werd de taalwetgeving met alle gemak omzeild. De splitsing van landbouw en buitenlandse handel werd minimaal opgevat. De Costa werd een grap.
Ondertussen wonnen de Franstaligen de politieke strijd rond de tabaksreclame op Francorchamps, de nachtvluchten over Brussel, de wapenuitvoer, meer geld voor Brussel, duidelijker dan ooit derde gewest en werd de recuperatie ingezet met plannen rond een paritaire Senaat, werd het transfertendebat taboe, bleef de 60/40-verdeelsleutel bij de NMBS overeind, kwam er niets terecht van een splitsing van de sociale zekerheid, een eigen werkgelegenheidsbeleid, een eigen mobiliteitsbeleid, de regionalisering van justitie, een essentiële toename van fiscale autonomie, een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde
Dossiers waarin Vlaanderen vragende partij was werden verwezen naar doodlopende straten (het twaalfkoppig paritair Overlegcomité van de federale regering en van gewesten en gemeenschappen, een Forum met regeringen en partijvoorzitters)
Confederalisme
Meer België, dat werd de nieuwe koers van de VLD, onder meer uitgetekend in “De weg naar de open dialoog” (studiedag 3 februari 2003), totaal iets anders dan de ‘definitieve keuze voor een confederaal model’, goedgekeurd door het VLD-congres van november 2002. ‘Maar dat weten ze zelf niet meer’, zei een cynische Karel Poma (debat Nova Civitas, 13 nov. 07)
De liberale congresgangers hadden het nog zo gezien: ‘Het zwaartepunt komt bij de deelstaten te liggen die bepalen welke bevoegdheden ze aan het federale niveau laten. Het aantal bestuursniveaus moet verminderen. Vlaanderen moet minstens bevoegd worden voor de gezondheidszorgen, de kinderbijslagen, het tewerkstellingsbeleid en het mobiliteitsbeleid. Taalfaciliteiten moeten uitdoven. Elk bestuursniveau krijgt de volledige fiscale autonomie. Wat op een lager bestuursniveau kan, hoeft niet hogerop te worden beslist. Solidariteit kan er nooit toe leiden dat de betalende partij op het eind minder middelen krijgt dan de ontvangende partij. Daartoe is het noodzakelijk dat de solidariteit transparant is’. Herman De Croo lachte het Congres vierkant uit.
In een interview met Doorbraak (23 april 2003) noemde Karel De Gucht het Lambermontakkoord een stap in de goede richting (meer fiscale autonomie, regionalisering van de gemeente- en provinciewet, de regionalisering van de buitenlandse handel, landbouw, ontwikkelingssamenwerking). Vlaanderen zou volgens hem snel bevoegd worden voor gezondheidszorg en mobiliteit en ‘onterechte miljardentransfers’ zouden op verzet stuiten.
BHV zou dan weer moeilijk worden, omwille van het verzet van de Vlaamse Brusselaars.
Maar na Lambermont gingen de boeken dicht.
Met de paarse regering verdwenen de communautaire verzuchtingen helemaal in de rugzak. Guy Verhofstadt liet Albert II in januari 2006 – weer een verkiezingsjaar - zwaar uithalen tegen de ‘separatisten’. Dat werd de blauwe prioriteit. Republikeinen uit de VLD en ex-VU'ers werden het bos in gestuurd. Het was collaboreren of vertrekken.
Huidig VVB-voorzitter Eric Defoort formuleerde het toen zo: ‘Dat uitgerekend een meneer die zegt koning te zijn mijn democratische politieke keuze voor separatisme anachronistisch noemt is een lolbroek waardig. Meteen voorspelt hij wel een succesvolle toekomst voor het separatisme, want zijn voorzaat en diens toenmalige hovelingen verkochten vele decennia geleden gelijkaardige denigrerende praatjes over het federalisme.’
De VLD bewees alleen in macht te zijn geïnteresseerd (Eric Donckier in BVL, 29 maart 2006).
Ondertussen was de absolute terugtocht ingezet. Marc Verwilghen (BVL, 13 mei 2006) pleitte voor een herfederalisering van het jeugdrecht, ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse handel. Karel De Gucht volgde (ontwikkelingssamenwerking). Dewael (BVL, 25 nov. 2006) voegde geluidsnormen en buitenlands beleid toe aan het lijstje. Verhofstadt sprak niet meer over de splitsing van BHV, maar over ‘een oplossing voor de Rand’.
Paars putte uit de uitslag van 8 oktober 2006 (gemeenteraadsverkiezingen) moed voor de federale verkiezingen, gesteund door ‘het sociaal-economisch establishment, dat van geen staatshervorming wil weten’, schreef Herman Van Rompuy (15 okt. 2006).
Toen de nieuwe voorzitter Bart Somers de VLD ‘de enige progressieve partij’ noemde, hekelde Derk Jan Eppink (Knack, 8 nov. 2006) het ‘gespartel in het leugenpaleis van de VLD’. ‘In zeven jaar paars werd de waarheid een hoer’, aldus de Nederbelg.
‘Als het gaat om een verdere staatshervorming maakt die partij eerder conservatieve keuzes...’, aldus Jo Vandeurzen (DM, 6 nov. 2006)
De peilingen keerden zich intussen tegen de VLD (‘het kompas kwijt’) en Somers moest de Vlaamse flank afdekken, maar had op communautaire vragen letterlijk ‘niets’ te zeggen (DS, 6 nov.)
Vlaams parlementsvoorzitter Marleen Vanderpoorten kwam met het lachwekkende idee om nog maar eens over de staatshervorming te bakkeleien in een ‘parlementscommissie’. De Resoluties van 1999 en afspraken in het regeerakkoord was ze even vergeten.
Flamingante Belgen
In zijn toespraak tot de gestelde lichamen begin 2007 begraaft Verhofstadt de Vlaamse eis om de splitsing van gezondheidszorg. Onverklaarbare verschillen zijn weggewerkt. Om dezelfde reden is de splitsing van werkgelegenheidsbeleid wellicht zonder voorwerp.
Voorts deed hij druk over ‘versterkte samenwerking’ tussen de deelgebieden, een gelijke toepassing in de verschillende deelgebieden van “federale taken”, ‘wezenlijke solidariteit’ en het ‘versterken van federatieve instrumenten’. Wetstratees van hoog Belgisch gehalte. Weg Vlaamse eisen, leve België.
De werkgroep staatshervorming van de VLD mocht het congres van 11 februari 2007 voorbereiden, maar van haar nota bleef weinig over. “De weg naar de open dialoog. Aanzet voor een nieuwe staatshervorming” (publicatie n.a.v. studiedag VLD, 3 februari) was gebakken lucht. De VLD stapte terug naar het verleden. De VLD’er noemden zich voortaan (even) ‘flamingante Belgen’… De verwarring was compleet.
Ook regionalisering van het arbeidsmarktbeleid sneuvelt bij de VLD. ‘Het afsluiten van de arbeidsmarkten van Brussel, Vlaanderen en Wallonië gaat in tegen de Europese en mondiale evolutie, tegen de moderniteit’. (Le Soir; Radio 1, 9 jan.). Alsof Vlaanderen zich met een eigen onderwijsbeleid, havenbeleid, sociaal huisvestingsbeleid ‘afsluit’?
Ondertussen werden nieuwe wapens uitgedeeld om België overeind te houden. De Croo wou ‘terug naar een nationale kiesomschrijving’(‘omdat dit het electorale succes van het Vlaams Belang kan doen stoppen’, RTBf 13 jan.), VLD’ers pleitten voor een paritaire Senaat, voor samenvallende verkiezingen, voor ‘nationale partijen’ en Verhofstadt ‘zag wel iets’ in een federale kieskring. Patrick Dewael pleitte voor ‘één beleid voor het hele land’ (LLB, 10 jan.)
Was niet eerder een kiesdrempel al efficiënt gebleken om N-VA en Groen! van het toneel te sturen? Electorale technieken om andere partijen uit te sluiten, als dat geen perfide invulling is van ‘eigen volk eerst’.
Verhofstadt wou als oppositieman de nutteloze Senaat weg. Maar nu moest hij plots weer blijven en bovendien nog eens paritair worden: voor 60% Vlamingen evenveel zetels als voor 40% Franstaligen. ‘Een nieuwe molensteen rond de nek van de Vlaamse democratie’, waarschuwde Bart De Wever.
Vlaamse eisen waar de VLD zelf altijd achter stond werden plots eisen van ‘oude demonen’ en ‘kaakslagflaminganten’. Subsidiariteit werd plots niet meer besturen op het laagste, maar op het ‘beste’ niveau… Faciliteiten moesten afgeschaft, maar… vervangen worden door ‘een nieuwe gastenbeleid’. Vlaams-nationalisten werden ‘gevaarlijk’.
Op het VLD-congres van 5-6 mei schaarden de brave soldaten van Open VLD zich achter ‘Open Samenleving’, waarin in één puntje nog sprake was van ‘denken aan’ meer autonomie inzake arbeidsmarktbeleid en huisvestingsbeleid.
De Croo noemde de Vlaams-nationalisten ‘mentaal gehandicapt’, Matthias zoon van De Clercq sprak van ‘dodelijk gif’ (DM, 4 mei) en zette zich af tegen elke regionalisering ‘omdat we ons land moeten bijeenhouden’.
De VVB bundelde de recuperatie onder Verhofstadt in een nota-Suykerbuyk (juni 2007). In zijn (schaarse) verkiezingsdebatten koppelde Verhofstadt elke Vlaamse vraag naar meer autonomie aan de voorwaarde van ‘het versterken van België’.
‘Het wordt tijd dat de Vlaamsgezinden binnen de VLD op de vlucht staan, voor de Vlaamse kiezers hen straks verjagen’, schreven we kort voor 10 juni in dit blad…
Verhofstadt kreeg applaus van de Franstaligen (Di Rupo was ‘opgetogen’, Van Cauwenberghe sprak van ‘een uitzonderlijke stap vooruit’). De kiezer was op 10 juni minder enthousiast. Open VLD verloor zeven zetels en 7,2 procent van zijn kiezers. De analyse van politologen was duidelijk: veel VLD'ers hebben zich ‘bewust tot de christendemocratie bekeerd omwille van het communautaire thema’, aldus Jo Buelens (die evenwel Dedecker vergat in zijn beschouwing)...
Over pakweg een jaar moeten de VLD-militanten beginnen aan een nieuwe kiescampagne (2008-2009). De verliezer die hun partij als numero uno in de gracht reed zegt nu weer dat ‘een grote staatshervorming’ noodzakelijk is. Dat klinkt ‘Vlaams’, maar is ‘Belgisch’.
‘Als Leterme geen premier wordt, dan wordt hij een politieke martelaar. En ik heb geen zin om een martelaar als tegenstrever te hebben. Hij heeft de opdracht en de verantwoordelijkheid om een regering te maken’, zei De Gucht (DS, 1 sept.) Liberalen leven van tegenspraak.
Afwachten waar Verhofstadt als tweetrapsraket van het Belgische establishment belandt.
Jan Van de Casteele
Terug naar de artikelenlijst.
