Dag uit het leven van een huisarts in de Rand
Jan Van de Casteele 31-10-2007
|
Dit land is zwaar ziek. Laat Vlamingen hun gezondheidszorg toch zelf besturen. Het verrukkelijke verhaal van zomaar een huisarts over de gezondheidszorg in zijn regio. Het verhaal van huisarts Chris Geens, gepubliceerd in De Standaard van 31 oktober.
Vijfendertig jaar geleden vestigde ik mij als huisarts in het dorp waar ik mijn jeugd sleet.
Van de kleuterschool bij soeur Angélique en soeur Anselma, over de gemeenteschool, de misdienaars en de chirojeugd, leerde ik het dorp en zijn bewoners kennen bij naam en toenaam. In de grote school van de zusters verliep in de vroege jaren vijftig alles in het Frans, net als in de instituten van de ons omringende dorpen. Weinigen van de huidige regeringsonderhandelaars weten dat nog en mijn eigen kinderen denken dat ik fantaseer bij dit verhaal.
Mijn ouders waren bewuste Vlamingen die hun land en hun volk op meer dan behoorlijke wijze dienden, zij waren meertalig en leerden ons respect te hebben voor al wie dit ook voor ons opbracht.
Van uit die optiek hebben wij onze medische professie steeds erg ruim opgevat en naast de artsenpraktijk ook in belangrijke mate deelgenomen aan de opleiding, het verenigingsleven en verantwoordelijkheden gedragen in organisaties en overheidsorganen , en blijven dit doen.
Onze praktijk is gevestigd in de Brusselse Rand tussen Zennevallei en Pajottenland , biedt multidisciplinaire zorg aan en is erkend als opleidingspraktijk
Zelf sta ik met twee voeten nog stevig in de praktijk die hoofdzakelijk door lokale mensen wordt bezocht waaronder toch ook een ruim percentage anderstaligen voorkomt.
Hier wil ik nu wat materiaal ter overweging aanbieden aan diegenen die er aan twijfelen dat er nog heel wat kan verbeteren aan de gezondheidszorg in onze regio en dat de terechte toewijzing van de gezondheidszorg aan de gemeenschappen hiertoe een wezenlijke bijdrage zou leveren. Niet alleen besparen wij onze mensen hierdoor heel wat leed, verminderen wij de irritatie bij een ruim aantal gezondheidszorgwerkers en verantwoordelijken, maar de factuur wordt er zeker een stuk goedkoper door.
Ik neem u mee in een dagdeel van het huisartsenleven
Zo gebeurt het dus dat wij om 17.05u op vrijdagavond een dringende oproep krijgen om onder de kerktoren van het dorp een man dringende hulp te gaan verlenen. Binnen enkele minuten glippen wij de openstaande deur binnen. Snel wordt duidelijk dat het een ernstige situatie betreft. Niet pluis denkt de huisarts daarbij.
Wat is hier haalbaar of niet? Wat kan ter plaatse en wat levert een opname als meerwaarde?
Wat denkt de omgeving en wat kan de patiënt nog inbrengen?
Opname luidt ons besluit als beste keuze.
Wij drukken nummer 100 : de Franstalige telefonist antwoordt snel en begrijpt en praat Nederlands. De juiste straatnaam spellen wij een drietal keer en herhalen dat het om een man gaat, nog bewust , maar op de rand van een coma, waarbij een MUG dringend gewenst is.
Het verhaal van de “Filips Kouter “ in Sint-Pieters-Kapelle , die na een uur zoeken door de anderstalige urgentie groep nog niet werd gevonden staat ons flink voor de geest en speelde zich slecht enkel dorpen verder af twee jaar geleden.
Niet lang daarna komt de eerste ziekenwagen aan. De bemanning praat het lokale dialect en wij kunnen melden dat de toestand van de patiënt stabiel is , vragen zuurstof aan te sluiten. Snel daarop komt ook de MUG toe en ontplooit haar macht.
Intussen heb ik ook een verwijsbrief klaar met verslag van de vorige opname, lijst van medicatie en laatst gemeten parameters.
Aan de persoon die zich eerst aanbiedt leg ik in korte woorden de situatie uit en die geeft slechts matige reactie, begrijpt hij mij wel?. Snel daarop neemt een dame, blijkbaar de urgentiearts , het woord en verklaart mij in de taal van Voltaire dat zij uit Frankrijk komt en dus enkel in het Frans kan communiceren.
In het Nederlands zeg ik dat ik daar geen boodschap aan heb en herhaal mijn samenvatting van de situatie. Gelukkig is het voetvolk van de MUG dan al aan de slag en krijgt de man snel de gepaste zorgen.
Weer brengt de vrouwelijke collega haar verhaal en repliceer ik dat dit de kwestie niet is.
Dit verhaal heb ik nu al zo dikwijls gehoord dat ik de moed niet meer heb om er iets tegenover te stellen
De verpleger die blijkbaar best mijn uitleg had begrepen vertaalt nu naar de collega die mij eerder wil verslinden dan de patiënt verzorgen.
Intussen is ook de lokale politie opgedaagd en die blijft wat verveeld op de achtergrond meekijken. Bij navraag over het gebeuren reageert een van hen erg spontaan: “ dat maken wij hier alle dagen mee “ . Wanneer ik hen voorstel een proces verbaal op te maken over de toestand zeggen zij mij dat ik voor klachten ter zake bij de Orde van Geneesheren moet zijn. Wie heeft hen dat wijsgemaakt?
Na dank aan de collegae voor de hulp en afscheid van patiënt en familie verdwijn ik met valavond voor een volgend huisbezoek aan de andere kant van de gemeente.
De lieve Franstalige patiënte, hoog bejaard, woont reeds meer dan vijftig jaar in ons dorp en weigert ook maar een gebenedijd woord Nederlands te praten, ook zij is niet alleen.
Bijna 18.00 u nu, op naar Brussel, daar vergadert op de FOD volksgezondheid de werkgroep huisartsen eens per maand. Wat dacht u dat daar de voertaal was? Juist!
Recent levert de overheid daar twee administratieve krachten die beleefde pogingen doen om het Nederlands te begrijpen en zich hoogst zelden en eigenlijk beter niet aan een poging wagen om het te praten.
In deze commissie blijkt ook al jaren hoe verschillend de situatie tussen Vlaanderen en Wallonië geworden is op het terrein van de volksgezondheid en zeker op de weg van de opleiding daar toe . In de geachte vergadering Nederlands praten doe je enkel om met de gemeenschapsgenoten te overleggen want het merendeel van de collegae uit het zuiden hoort het bijna letterlijk in Keulen donderen.
Een notoir en hooggeplaatst collegae van de werkgroep, die tot onze taalrol behoort, en zeker niet kan verdacht worden van grote Vlaams gezindheid, heb ik al enkele malen betrapt op de uitspraak: “ vrienden laat ons scheiden”
De rest van de vergadering bespaar ik u, maar hier gaat veel geld en tijd verloren en Echternach is ook hier niet ver af.
Dezelfde avond om 20.30u ben ik terug in eigen dorp want de lokale Rode Kruis afdeling organiseert samen met de artsenkring een trainingsavond rond reanimatie en gebruik van de defibrillator. Het is algemeen bekend dat steden en gemeenten , net als bedrijven , grote inspanningen doen om de Europese regelgeving te volgen en defibrillatietoestellen binnen handbereik te plaatsen.
Er komt een grote opleidingscampagne voor de leek, maar intussen houden ook de hulpverleners en zorgverstrekkers regelmatig eigen trainingsmomenten;
Deze samenkomst leek mij een goed moment om even te ventileren en mijn MUG verhaal kwijt te geraken, ik ben immers ook maar een mens
En weerom kreeg ik dezelfde reactie. Zowel de mensen van het Rode Kruis als de collegae van de artsenkring onderschreven volmondig mijn verhaal. Dit is dagelijks kost in onze regio! Steeds opnieuw en voortdurend worden onze Vlaamse patiënten in hoogste nood binnen de eigen gemeente niet in eigen taal bediend. En wat erger is, er treedt een zekere gelatenheid op bij de zorg –en hulpverleners, die nauwelijks nog klachten indienen bij de overheid omdat er weinig of geen reactie komt en de toestand enkel verder verziekt.
Laat de gemeenschappen toch , zoals wettelijk voorzien, de gezondheidszorg met eigen hand besturen. Dit is niet enkel nodig voor het welzijn van de eigen bevolking maar draagt ook bij om de anderstaligen zich beter in ons deugdelijk systeem te laten inpassen.
Een beetje moe van steeds hetzelfde te moeten herhalen mag de gemeenschap er evenwel gerust in zijn dat wij steeds op dezelfde nagel blijven kloppen, een Vlaming houdt koppig vol.
Chris Geens
Huisarts
Gastdocent Faculteit Geneeskunde KU Leuven
Terug naar de artikelenlijst.
