Roger Pauly: gezinsbeleid hoort thuis op Vlaams niveau
Jan Van de Casteele 29-05-2007
|
Vlaanderen moet zijn eigen gezinsbeleid kunnen voeren en bevoegd zijn voor de kinderbijslagen. Wie kiest voor kinderen, is hier nog altijd achtergesteld, zowel inzake inkomen als inzake levensstandaard. Kinderbijslagen moeten de minimumkost voor voeding en kleding van kinderen (niet onderwijs) compenseren, maar dat is vandaag bij ons geenszins het geval.
Roger Pauly: ‘Vlaanderen zou hieraan iets kunnen doen, maar de kinderbijslagen zitten nog altijd waar ze niét moeten zitten, namelijk in de sociale zekerheid en dus op federaal niveau’.
Sociale zekerheid
Pauly onstpint een hele reeks argumenten. ‘België is het enige land waar de kinderbijslagen worden gefinancierd via bijdragen van de werkgevers. Bovendien worden twee miljard euro uit de kinderbijslagenveloppe (gefinancierd via werkgeversbijdragen) gebruikt om op andere terreinen putten te vullen’. Kinderbijslagen en overigens ook de gezondheidszorg moeten volgens de voorzitter van de Gezinsbond dus uit de sociale zekerheid worden gehaald en rechtstreeks door de overheid worden gefinancierd.
Maar vanuit Wallonië houdt men angstvallig vast aan dat systeem omwille van sociale bescherming, omwille van transfers, enz. Terwijl eigenlijk in de grondwetswijziging van augustus 1980 duidelijk was vastgelegd dat alle hulp en bijstand aan gezin en kinderen gemeenschapsmaterie werd. Opvoedingsondersteuning, kinderopvang is gecommunautariseerd, de kinderbijslagen niet.
‘Zo’n halfslachtige oplossing is geen uitzondering’, aldus Pauly, die vergelijkt met gelijkaardige ongerijmdheden in de Belgische structuren. ‘Tewerkstelling is Vlaams, maar alle uitkeringen zijn federaal gebleven. Huisvesting is Vlaams, maar de btw op de bouw of bvb. iets als de fiscale aftrek voor de isolatie van woningen zijn federaal gebleven. De bejaardenzorg is Vlaams, maar de pensioenen zijn federaal. Voor gezondheidszorg zijn er acht ministers die een woordje moeten meepraten. We hebben zes regeringen en zeven departementen, vijftig ministers, meer dan 600 politieke mandatarissen. ’t Is één grote poespas, ook naar die bevoegdheden toe. Dat is niet houdbaar op termijn.’
Een ander argument voor een “Vlaamse” oplossing zien sommigen in het debat over ontgroening en vergrijzing?
Pauly: ‘In Frankrijk is het vruchtbaarheidscijfer 2,1. Dat is net voldoende, dankzij een genereus gezinsbeleid (tijdelijk een betekenisvolle uitkering). Wij hebben hier een geboortecijfer van 1,55, absoluut veel te laag om onze bevolking in stand te houden. In Wallonië is dat 1,72, dus daar is het probleem minder urgent. Anders geformuleerd: in vergelijking met 1964 is het aantal geboorten in Vlaanderen teruggelopen met 43%, in Wallonië met 28%. Dat wijst op een enorme kloof. Ook de vergrijzing bvb is hier veel scherper dan in Wallonië. De actieve bevolking daalt hier, in Wallonië nog niet.
Het gezinsbeleid moet kunnen inspelen op de maatschappelijke situatie. Bij voorbeeld op de denataliteit (terugval van het aantal geboorten), door de minimumkosten te dekken, door de combinatie van gezin en arbeid makkelijker te maken, door een goed ouderschapsverlof uit te bouwen, door op alle bestuursvelden een gezinsmodulering toe te passen (een kindereffectenrapport, dat beleidsmaatregelen onderzoekt op hun gezinsimpact)’.
Vlaanderen en Wallonië hebben dus een ander demografisch beleid nodig?
Pauly: ‘Vlaanderen zou na een splitsing de weg kunnen inslaan van Denemarken of Frankrijk, die een genereus gezinsbeleid voeren. Of van het kleine Luxemburg, waar de geboortepremie een heel stuk hoger is dan bij ons. Maar in Wallonië lijkt men ervan uit te gaan dat per definitie alles wat sociale zekerheid is, unitair moet blijven. Vlaanderen zit dus ook op al die terrein geblokkeerd’.
Waar zie je die beperkingen nog?
Pauli: ‘In de gezondheidszorg zijn de verschillen tussen de deelstaten bijzonder groot tal van terreinen (radiologie, gynaecologie, ziekenhuisgeneeskunde, specialistenconsultaties…). Onder de 25 duurste ziekenhuizen is er maar één Vlaams. Men beweert nu dat de verschillen in uitgaven verminderd zouden zijn tot “slechts” 150 miljoen euro. Dat komt niet omdat Wallonië zuiniger werd, maar omdat de uitgaven rond welvaartsziekten ook in Vlaanderen fors zijn toegenomen. Solidariteit moet er zijn, is een belangrijk kenmerk van een fatsoenlijke samenleving. Maar de verschillen zijn te groot om ze met één gemeenschappelijk beleid aan te pakken.’
Hoe zit het met de daadkracht van Vlaamse politici terzake?
Pauly: ‘De jongste tijd merken we dat sommige Vlaamse politici op federaal niveau – onbegrijpelijk - de tegenovergestelde kant uitgaan. In plaats van de gemeenschappen bevoegd te maken, proberen ze zaken terug naar het federale niveau te trekken. Een mooi voorbeeld hiervan is het Fonds voor de Collectieve Uitrustingen dat kinderopvangprojecten financiert. Welnu, kinderopvang is een gemeenschapsmaterie. Een ander voorbeeld: twee paarse regeringen hadden een staatssecretaris voor het Gezin, bevoegd op een terrein waarvoor de gemeenschappen bevoegd zijn. Nog een voorbeeld: de organisatie vanuit federaal niveau van een Staten-Generaal van het Gezin.’
Betekent een splitsing van het beleid minder geld voor de Franstaligen?
Pauly: ‘Er is een scheefgroei in de geografische uitkering van de kinderbijslagen. Verhoudingsgewijs met de bevolking zien we voor de gewone kinderbijslaguitkeringen dat Vlaanderen 60% van budget krijgt, en Wallonië 29%.
Maar in de verhoogde schaal (die voor wezen, langdurig werklozen, gepensioneerden, invaliden) krijgt Vlaanderen amper 36% en Wallonië 45%. Twaalf procent van de Vlaamse kinderen ressorteert onder de verhoogde schaal, 26% van de Waalse kinderen. Als de verhouding in Wallonië dezelfde zou zijn als in Vlaanderen, dan zou de kost in Wallonië verminderen met 195,6 miljoen euro op jaarbasis. Acht miljard Belgische frank.’
Tegenstanders van uw opinie zullen zeggen dat verschillen “objectief verklaarbaar” zijn?
Pauly: ‘De verschillen inzake wezen en gepensioneerden, zijn niet zo groot. Voor verschillen inzake werkloosheid wordt er een verband gelegd met de hoge Waalse werkloosheid. Maar er komt geen antwoord op de vraag waarom de verschillen zo groot zijn inzake verhoogde kinderbijslagen voor invaliden (Vlaanderen: 4,5% van het budget voor gewone bijslagen). Indien de lat gelijk zou liggen, zou het budget in Wallonië dalen met 54% (op jaarbasis bijna 40 miljoen euro). Wie de gemeenschappen bevoegd wil maken voor de kinderbijslagen is niet tegen solidariteit, wel tegen het toepassen van dezelfde regels op een verschillende manier.’
In de aanloop naar de verkiezingen zijn de Vlaamse partijen zich nu toch wel Vlaams op?
Pauly: ‘Alle Vlaamse partijen zijn voor de overheveling van de kinderbijslagen. De vraag is alleen hoe hard dat ze dat punt maken. Vaak luidt het antwoord ‘dat je om iets te wijzigen een akkoord moet bereiken’. Veel politici vinden hun post belangrijker dan principes. Zo lang als de welvaartsituatie in Vlaanderen groot is, is de druk vanuit de bevolking niet erg groot. Maar dat kan snel veranderen. Moet ook veranderen, want Vlaanderen staat voor grote uitdagingen.
De Franstaligen zouden zich redelijk moeten opstellen in de communautaire dossiers (taalwetgeving, Brussel-Halle-Vilvoorde), maar dat doen ze niet. Waarom in Vlaanderen een aantal mensen op stang jagen voor iets dat in feite een detail is? Dat heeft met welvaart niets te maken. Eigenlijk moest men daar vanuit Wallonië niet over discussiëren. Het is verwonderlijk dat de dossiers waarin de Franstaligen zich hard opstellen, wel ‘opgelost’ geraken (tabaksreclame, Francorchamps). Zonder compensaties.’
En hoe regel je een splitsing in Brussel?
Pauly: ‘Hoe los je Brussels probleem op als je twee stelsels hebt na communautarisering? Door de Brusselaars te laten kiezen tussen twee stelsels. Dat is één optie. Anderzijds is het maar de vraag: Brussel als hoofdstad van Vlaanderen, is dat nog houdbaar? Een tweede optie is de weg naar een apart statuut voor Brussel, waarin ook Europa betrokken partij is. In dat geval moet een specifiek beleid voor Brussel worden uitgestippeld.’
Roger Pauly
(artikel uit Doorbraak, juni 2007)
Terug naar de artikelenlijst.

