Open VLD lekgeslagen? Wil De Gucht peilingen verbieden?
Frank Thevissen 29-05-2007
|
'Slachting dreigt voor Open VLD' zo titelde De Standaard op 22 mei op amper 20 dagen voor de verkiezingen, bij de bekendmaking van de jongste resultaten van de nieuwe peiling van VRT/De Standaard. Meteen stond de Wetstraat op diverse plaatsen weer in lichterlaaie. Nu De Stemmenkampioen is opgedoekt, hebben de onheilstijdingen zich voor sommigen blijkbaar snel verplaatst van De Persgroep (De Stemmenkampioen) naar Corelio (VRT/De Standaard-peiling).
Hoewel Karel De Gucht bij dit soort evenementen altijd benadrukt dat hij geen statisticus en methodoloog is - en hij dat in zijn uitspraken en publicaties desbetreffende ook voortdurend op een zeer consequente wijze bewijst - mocht hij als studiogast in Terzake zijn analyse, commentaren en bedenkingen komen ventileren bij de peilingsresultaten. De uitkomsten van deze peiling werden - voorspelbaar - over de hele lijn als onbetrouwbaar afgedaan. De Gucht maakte daarbij evenwel één uitzondering: om de electorale niet-levensbaarheid van de Lijst Dedecker aan te tonen was deze peiling merkwaardig genoeg wél een betrouwbare bron.
Bart Somers had net tevoren in het journaal wanhopig hoop zitten puren uit het feit dat ruim de helft van de kiezers onbeslist waren en er nog een aantal dagen resten om het belabberde peilingsresultaat voor 10 juni boven de 20% te tillen. Ook Karel De Gucht verwees als niet-statisticus met een nagenoeg wetenschappelijke ernst naar het indrukwekkende aantal onbesliste en dus nog potentieel veroverbare kiezers.
Het wordt dringend tijd dat de Open VLD een strategisch manager inhuurt die deze partij eens uitlegt dat het beeld van een electorale markt die vlak voor de verkiezingen overloopt van de onbesliste kiezers die middels een eenvoudige electorale campagnevingerknip veroverd kunnen worden, een volsterkte illusie is.
In het SwitchPoll-onderzoek dat nagenoeg twee jaar ononderbroken in opdracht van Het Laatste Nieuws heeft gelopen onder de merknaam 'De Stemmenkampioen', werd regelmatig benadrukt dat de hoge percentages onbesliste kiezers die voortkomen uit sommige traditionele peilingen complete nonsens zijn.
In klassieke peilingen zijn 'onbesliste kiezers' bovendien in belangrijke mate het product van de gebruikte bevragingstechniek. Het gebruik van telefonische of face-to-face methoden bij electorale peilingen genereert immers hoge aantallen zogenaamde onbeslisten (i.c. pseudo-onbeslisten), onder meer omdat het label onbeslist voor vele ondervraagden de gedroomde vluchtroute is om zich in een peiling niet te moeten uitspreken over z'n electorale voorkeur.
De Stemmenkampioen berekende dat het aantal reële onbeslisten op korte termijn voor de verkiezingen 10 tot maximaal 15 % oploopt. Nu duikt dit percentage plotseling ook op in de media en wordt het nu plots aangehaald door andere onderzoekers (Walgrave berekende zelf 25% via een internetpeiling bij de gemeenteraadsverkiezingen, maar ‘zelf denkt hij dat 10 tot 15% de werkelijkheid dichter benadert’ - De Standaard van 23 mei 2007, p. 4). Dezelfde politicoloog volgt nu blijkbaar ook de nochtans gecontesteerde stelling die De Stemmenkampioen herhaaldelijk heeft aangetoond, nl. dat de meeste - significante - nettoverschuivingen van electorale voorkeur zich niet voordoen tijdens maar buiten de campagne - (cfr. Walgrave in De Standaard van 23 mei 2007, p. 4 – red.).
Censuur van Karel
Vooraf was De Gucht nog even op zijn redacteursstoel bij De Morgen gaan zitten om een uitspraak af te drukken waarin hij zich afvraagt of de publicatie van peilingen in de laatste maand voor de verkiezingen ‘wel verantwoord’ is? Tussen de regels werd de hang naar censuur niet eens onderdrukt.
Als ik de afgelopen jaren iets heb geleerd over de beoordeling van peilingen door politici, dan is het dat velen de onweerstaanbare neiging hebben om de waarde en kwaliteit van een peiling te beoordelen in functie van de omvang van het berekende marktaandeel. Uiteraard heeft een peiling - net zoals zovele elementen - invloed; te beginnen bij de partijhoofdkwartieren zelf. Alleen over de aard, de richting en de omvang van die invloed doen de meest wilde theorieën de ronde. Zelden zijn die theorieën wetenschappelijk getoetst of empirisch gestaafd - ze verdienen daarom hooguit het predicaat speculatie.
Trouwens, de betaalde electorale campagne is niets minder dan een prijzige en veelal overbodige oefening om kiezers in de weken voor de verkiezingen te beïnvloeden. Tot strategische managers gepromoveerde communicatieadviseurs als Noël Slangen, zijn bij uitstek de ‘vervalsers bij uitstek van het politieke spel’, om in dezelfde termen van Karel De Gucht te spreken. Om (oneigenlijke) invloed uit te schakelen zal De Gucht dus niet alleen de peilingen in de media, maar ook z'n spin doctors, politieke marketeers en interne pollsters aan de deur moeten zetten. Idealerwijze wellicht ook nog z'n politieke tegenstrevers? Dergelijke verzuchtingen moeten dan ook straal genegeerd worden.
Verstandiger ware het trouwens geweest om De Standaard van 17 maart 2007 even geraadpleegd te hebben. Karel De Gucht en Bart Somers zouden dan opgemerkt hebben, dat op een verwaarloosbare variatie binnen de statistische foutenmarge na, de resultaten van de nieuwe peiling van mei identiek zijn aan de peiling van maart 2007. Het resultaat van de peiling van maart 2007 is op zijn beurt quasi identiek aan de peilingsresultaten van november 2007.
De benoeming van Noël Slangen, het vierde Burgermanifest van Verhofstadt, de naamswijziging van VLD naar Open VLD, de gratis catalogus '8JV', het heeft allemaal geen indruk gemaakt op de kiezer. Misschien heeft de Open VLD dringend nood aan én een strategisch manager én een statisticus/methodoloog?
Frank Thevissen
Hoofddocent Strategische Bedrijfscommunicatie en Politieke Marketing
Vrije Universiteit Brussel
(artikel uit Doorbraak juni 2007)
Bijlage

(12 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.

