Dertig jaar geleden Egmontpact
Jan Van de Casteele 25-05-2007
|
In Voor de Dag (25 mei) mocht Marc Platel nog uitgebreid terugblikken op de woelige politieke periode.
Het Egmontpact was een compromis, waarin ‘oplossingen’ waren uitgewerkt rond
- de oprichting van het Arbitragehof (pas later grondwettelijk hof)
- Brussel en de randgemeenten
- Afschaffing van provincies en vervanging door subgewesten
- Splitsing van BHV in ruil voor inschrijvingsrecht
De ochtend na de ondertekening zei toenmalig premier Leo Tindemans niets over het inschrijvingsrecht. Platel deed dat wel in het ochtendjournaal. Onmiddellijk kwam er een felle reactie vanuit Vlaanderen. De andere punten uit het pact kwamen nog nauwelijks in beeld.
Marc Platel: ‘Het pact was de blauwdruk van een federale staat, maar de onderhandelaars verkeken zich op het emotionele. De reacties in Vlaanderen waren fel en kwamen vooral van de toen nog bijzonder sterke Vlaamse Beweging (met de drie grote cultuurfondsen), van de Vlaamse pers (met uitzondering van Knack en Belang van Limburg), van de CVP-basis in de Vlaamse rand rond Brussel. Binnen de CVP was er ook veel verzet tegen de afschaffing van de provincies, waar die partij toen heel sterk stond. Voorts waren er ook heel wat praktische en juridische bezwaren (het pact was een heel ingewikkelde constructie)
Platel: ‘Ik was de enige die wist dat het inschrijfrecht in de overeenkomst stond. Door dat te vermelden kreeg ik later het verwijt dat ik het plan heb doen mislukken. Hoe dan ook, het kwam tot een felle strijd rond principes en vooral rond het inschrijvingsrecht. Al de rest werd nog nauwelijks bekeken.’
Hugo Schitz (VU) verdedigde het pact toen met de stelling dat het een oplossing bood voor Brussel ‘zonder de grenzen aan te passen’. Maar de facto verdedigde hij dus ook het inschrijvingsrecht. ‘In de politiek moet je geven en nemen. In België was het langs Vlaamse kant altijd geven en toegeven’, zei Schiltz toen. Maar zijn keuze leidde uiteindelijk tot de splitsing van de Volksunie en de oprichting van o.a. het Vlaams Blok. Het Egmontpact betekende ook het einde van de unitaire BSP-PSB.
De rol van Tindemans was wat dubbelzinnig. ‘Hij is nooit voor geweest, maar moest het pact verdedigen (zoals een vakbondsman ‘uitleggen aan de achterban’). Tindemans heeft het dan ook ‘voorgelegd als een goede notaris’, maar zonder enthousiasme. De rest van het verhaal is bekend. Tindemans trok naar het parlement. Het pact kwam er niét.
Dertig jaar later zijn veel punten uit het pact gerealiseerd via volgende stappen in de staatshervorming. In 1988 werd Brussel een ‘derde gewest’. Het Arbitragehof kwam er. ‘Het Egmontpact was uiteindelijk de zoveelste etappe in bibliotheek vol met teksten en voorstellen’. Maar andere pijnpunten van toen blijven nog altijd steken. Het probleem van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is vandaag nog niet geregeld. Wat de paarse onderhandelaars van Verhofstadt 2 hadden bedisseld (en wat op de valreep werd tegengehouden), leek sterk op het compromis van het Egmontpact. De discussie over ‘geven en nemen’ of ‘geven en toegeven’ blijft vandaag meer dan ooit actueel.
PS: Egmontpact-interviews met Tindemans en Schiltz op site van Radio 1
Terug naar de artikelenlijst.
