Veel clichés in Eurosong, maar geen zege voor het Engels

Jan Van de Casteele 13-05-2007



In de parfumerie van het songfestival ruik je een brok Europese populaire cultuur. Velen vinden dit een hoogmis van wansmaak, maar kijken toch.

Wallonië werd uit de halve finale geflikkerd, zoals nogal wat West-Europese landen. Ook de Walen verloren zich in het Engels.

De stemmen vielen opvallend vaak in de potgrond van de buren. Zeker in Oost-Europa en de Balkan, maar ook in Scandinavië en elders was dat zo. Een Nederlands onderzoek van Laura Spierdijk en Michel Vellekoop (Technische Universiteit Twente) bevestigt dat dit al altijd zo is. Misschien houden mensen gewoon het meest van muziek uit landen met een cultuur die op die van hunzelf lijkt.

Ook opvallend is dat de landgenoten in immigratielanden stevig aan één zeel trekken, wisten we ook al. Dat ondervinden vooral de Turken, met dit keer onder meer een eerste prijs in Duitsland.

De politieke en maatschappelijke clichés zijn er om gevreten te worden en al evenmin nieuw: (een in zilverpapier verpakte travestietenact van Oekraïne, de vrouwenliefde, het vredesthema (bloedvlek op de borst van Hayko uit Armenië …).

De dwangbuis leek al jaren de uittocht uit eigen taal en identiteit. Ook nu weer aanwezig in onder meer de viertalige ‘song’ van de Roemenen, het “Frengels” van de Fransen. Dat Engels was nochtans niet nodig voor de winnares Marija Serifovic (met Molitva, Gebed), die zowel met inhoud als verpakking nochtans wél op zeker speelde.

Hoe dan ook, de Oost-Europeanen flirten met succes met extravagantie en clichés. Blijkbaar een troef voor het volkse tv-medium.

West-Europese landen lijken wel even uitgezongen en vullen de onderkant van het klassement, als ze al mochten deelnemen. Tussen ouderwets en wat potsierlijk nieuwerwets ligt geen weg naar de zege.

Volgend jaar trekt het circus naar Belgrado. Naar de televisiestudio’s die in 1999 nog door de NAVO werden gebombardeerd.


Terug naar de artikelenlijst.