Waar Vlaanderen verdwijnt
Jan Van de Casteele 02-05-2007
|
Nederlandstalige scholen vangen al ongeveer eenderde van alle schoolgaande kleuters op. In de Nederlanstalige basissscholen is bij 70% van de kinderen het Nederlands niét de thuistaal. In de “Nederlandstalige” gemeentelijke basisschool van Sint-Joost-ten-Node is bijna 100% van de leerlingen anderstalig.De meerderheid is van Turkse origine, de school telt 37 nationaliteiten. Nog maar 37% van de leerlingen in het Brusselse middelbaar onderwijs komt uit homogeen Nederlandstalige gezinnen.
Onlangs publiceerde socioloog Jan Hertogen nog indrukwekkender cijferreeksen (zie Megafoon, blz 14) die hij op 20 maart voorstelde op de jaarlijkse studiedag van de Vlaamse Gemeenschaps Commisie (VGC). Over vijftien jaar is driekwart van de Brusselaars van vreemde afkomst, berekent hij. In 1961 was 7,3% van de Brusselaars van vreemde afkomst. In 2005 was dat al 56,5 procent. De jongste 15 jaar zijn er in Brussel 166.316 nieuwe immigranten bijgekomen, kinderen geboren uit deze nieuwe vreemdelingen inbegrepen.
Nog elders in deze Doorbraak (blz. 13) hebben we al even zorgwekkende cijferreeksen van Bart Laeremans (VB). In zijn boek “VerBrussseling, tegengaan of ondergaan” beschrijft hij de ‘verBrusseling, verfransing en internationalisering’ van grote delen van Vlaams-Brabant.. Anders gezegd, wat in Brussel is gebeurd, dreigt ook daar te gebeuren.
Laeremans ontleedt cijfers uit onverdachte bron, onder meer van Kind & Gezin. In heel Vlaams-Brabant werd in 2005 nog amper in 71% van de jonge gezinnen met een boreling Nederlands gesproken. In Halle-Vilvoorde nog maar in 57,4% van de gezinnen en in gemeenten als Vilvoorde en Zaventem respectievelijk maar in 36,9% en 33,3%. Bovendien wordt de situatie elk jaar dramatischer. In de Zaventemse deelgemeente Sint-Stevens-Woluwe spreekt nog 17% van de jonge gezinnen Nederlands. ‘De Vlamingen zijn daar gewoon compleet aan het verdwijnen’, stelt de auteur.
Het zijn maar drie voorbeelden die tonen hoe de Vlaamse samenleving in en om Brussel onder druk staat. En het minste wat kan gezegd worden is dat debat hierover meer dan dringend moet worden gevoerd.
Bovenvermelde ontwikkelingen en de bijhorende cijfergegevens zijn bekend bij onze beleidsmakers, maar veel gebeurt er niet mee. Politici reageren voorlopig nauwelijks. De media dansen quasi-verdoofd verder rond de eigen navel. Men hoeft het niet eens te zijn met de interpretatie van bovenvermelde auteurs, maar worden naakte cijfers leugens of lucht als een VB’er ze publiceert?
De hele commotie rond de splitsing van de kieskring (en het gerechtelijk arrondissement) Brussel-Halle-Vilvoorde moet in die context worden gezien. Niet de Franstalige die in Halle-Vilvoorde komt wonen is een probleem, wel de gemakzucht waarmee wordt ontkend dat “bijzonder veel” Franstaligen die zich daar komen vestigen wél een probleem vormen als integratie achterwege blijft. Als die Franstalige mensen via onder meer faciliteiten of een archaïsche kieskring wordt voorgehouden dat ze geen Vlaming onder de Vlamingen hoeven te worden. Politici van Vlaanderen die dit anachronistisch gedoe nog tolereren, verdienen een electorale afstraffing.
Niet de migrant die zich in een Vlaams dorp of Vlaamse stad vestigt is een probleem, wel de onwezenlijke kortzichtigheid van een generatie politici die niet willen zien dat “bijzonder veel” migranten in een te korte tijd en op een te kleine ruimte de samenleving onder té hoge druk zetten. Onderwijs, werk, sociale opvang en huisvesting organiseer je niet gratis. De middelen van een gemeenschap om die dingen voor haar burgers te organiseren zijn niet oneindig. Ook op dat punt heeft Vlaanderen nood aan politici met moed.
Terug naar de artikelenlijst.

