Parlement kan kieswet nog aanpassen

Jan Van de Casteele 04-05-2010

Burgemeesters van Halle-Vilvoorde en de werkgroep BHV stellen regering en parlement in gebreke. Ze gaan er van uit dat de kieswet nog kan worden aangepast.

De federale regering, de Kamer en de Senaat worden officieel in gebreke gesteld (*) voor grondwetsontduiking. De ingebrekestelling wordt ingediend door de burgemeesters van Halle-Vilvoorde, de werkgroep BHV (Vlaamse Volksbeweging, Halle-Vilvoorde Komitee en Taal Aktie Komitee) en individuele burgers. Zij gaan ervan uit dat de kieswet nog steeds kan worden aangepast op donderdag 6 mei. Dat blijkt uit een persmededeling van de Werkgroep BHV, die voor juridische aspecten van de zaak verwijst naar prof. Matthias Storme, raadsman van de werkgroep.

De Kamer is (op aandringen van de regering) van plan ‘een verklaring van herzienbaarheid van de Grondwet aan te nemen en zo zichzelf te ontbinden en bewust verkiezingen uit te lokken zonder eerst de kieswet aan te passen aan de Grondwet’. Hiermee zou de Kamer een handeling stellen die onwettige verkiezingen niet alleen vergemakkelijkt, maar ze meteen zelfs wil organiseren. Dat komt neer op een vorm van grondwetsontduiking (in het Frans "fraude à la constitution"). ‘Dergelijke grondwetsontduikende handeling is nietig en onrechtmatig, en de wetgevende en uitvoerende macht zijn verantwoordelijk voor alle schade die daardoor wordt veroorzaakt’, aldus de mededeling.

‘Niettegenstaande de regering ontslagnemend is en een alarmbelprocedure hangende, kan de kieswet nog steeds aangepast worden. De ontslagnemende regering moet het door de Grondwet voorgeschreven advies bij alarmbelprocedure onmiddellijk verlenen aan het parlement. Dat ’behoort namelijk onmiskenbaar tot de lopende zaken, gelet immers op het dringend karakter en de ongrondwettigheid van verkiezingen ingeval van niet-aanpassing van de grondwet. Vervolgens moet de kamer de kieswet aanpassen op een grondwetsconforme manier alvorens zichzelf te ontbinden’.

Iedere burger kan de brief afhalen van de webstek van het Halle-Vilvoorde Komitee en ook zelf versturen (zie http://www.haviko.org of http://haviko.org/acties/burgerzin/verkiezingen_juni_2010/In_gebreke_stelling_4mei.doc ).
Meer info: www.burgerzin.be

(*) Ingebrekestelling
De ingebrekestelling is de schriftelijke mededeling van de schuldeiser waarbij de schuldenaar wordt aangemaand om de overeengekomen prestatie te verrichten, waarbij tevens een redelijke termijn wordt gegeven om alsnog die prestatie te verrichten. Als de schuldenaar dan niet binnen die termijn heeft gepresteerd dan is hij in verzuim. Uiteraard moet de prestatie van de schuldenaar dan wel opeisbaar zijn.
Wettelijke regeling
De ingebrekestelling wordt genoemd in artikel 6:82 van het Burgerlijk Wetboek. De wet spreekt van een schriftelijke aanmaning. Dat houdt in dat ook een 'gewone' brief een ingebrekestelling kan zijn. In de praktijk zal een ingebrekestelling vrijwel altijd door middel van een 'aangetekende brief' gaan, maar dat is geen vereiste. De schuldeiser kan dan echter makkelijker bewijzen dat zijn wederpartij in gebreke was gesteld.
De wet geeft geen definitie van de 'redelijke termijn'. Wat redelijk is zal derhalve van de concrete situatie afhangen. Overigens zal een verweer dat in een ingebrekestelling geen redelijke termijn was gegeven niet veel kans maken als overigens vaststaat dat de schuldenaar zijn prestatie niet had verricht.

De federale regering, de Kamer en de Senaat worden officieel in gebreke gesteld (*) voor grondwetsontduiking. De ingebrekestelling wordt ingediend door de burgemeesters van Halle-Vilvoorde, de werkgroep BHV (Vlaamse Volksbeweging, Halle-Vilvoorde Komitee en Taal Aktie Komitee) en individuele burgers. Zij gaan ervan uit dat de kieswet nog steeds kan worden aangepast op donderdag 6 mei. Dat blijkt uit een persmededeling van de Werkgroep BHV, die voor juridische aspecten van de zaak verwijst naar prof. Matthias Storme, raadsman van de werkgroep.

De Kamer is (op aandringen van de regering) van plan ‘een verklaring van herzienbaarheid van de Grondwet aan te nemen en zo zichzelf te ontbinden en bewust verkiezingen uit te lokken zonder eerst de kieswet aan te passen aan de Grondwet’. Hiermee zou de Kamer een handeling stellen die onwettige verkiezingen niet alleen vergemakkelijkt, maar ze meteen zelfs wil organiseren. Dat komt neer op een vorm van grondwetsontduiking (in het Frans "fraude à la constitution"). ‘Dergelijke grondwetsontduikende handeling is nietig en onrechtmatig, en de wetgevende en uitvoerende macht zijn verantwoordelijk voor alle schade die daardoor wordt veroorzaakt’, aldus de mededeling.

‘Niettegenstaande de regering ontslagnemend is en een alarmbelprocedure hangende, kan de kieswet nog steeds aangepast worden. De ontslagnemende regering moet het door de Grondwet voorgeschreven advies bij alarmbelprocedure onmiddellijk verlenen aan het parlement. Dat ’behoort namelijk onmiskenbaar tot de lopende zaken, gelet immers op het dringend karakter en de ongrondwettigheid van verkiezingen ingeval van niet-aanpassing van de grondwet. Vervolgens moet de kamer de kieswet aanpassen op een grondwetsconforme manier alvorens zichzelf te ontbinden’.

Iedere burger kan de brief afhalen van de webstek van het Halle-Vilvoorde Komitee en ook zelf versturen (zie http://www.haviko.org of http://haviko.org/acties/burgerzin/verkiezingen_juni_2010/In_gebreke_stelling_4mei.doc ).
Meer info: www.burgerzin.be

(*) Ingebrekestelling
De ingebrekestelling is de schriftelijke mededeling van de schuldeiser waarbij de schuldenaar wordt aangemaand om de overeengekomen prestatie te verrichten, waarbij tevens een redelijke termijn wordt gegeven om alsnog die prestatie te verrichten. Als de schuldenaar dan niet binnen die termijn heeft gepresteerd dan is hij in verzuim. Uiteraard moet de prestatie van de schuldenaar dan wel opeisbaar zijn.
Wettelijke regeling
De ingebrekestelling wordt genoemd in artikel 6:82 van het Burgerlijk Wetboek. De wet spreekt van een schriftelijke aanmaning. Dat houdt in dat ook een 'gewone' brief een ingebrekestelling kan zijn. In de praktijk zal een ingebrekestelling vrijwel altijd door middel van een 'aangetekende brief' gaan, maar dat is geen vereiste. De schuldeiser kan dan echter makkelijker bewijzen dat zijn wederpartij in gebreke was gesteld.
De wet geeft geen definitie van de 'redelijke termijn'. Wat redelijk is zal derhalve van de concrete situatie afhangen. Overigens zal een verweer dat in een ingebrekestelling geen redelijke termijn was gegeven niet veel kans maken als overigens vaststaat dat de schuldenaar zijn prestatie niet had verricht.


Terug naar de artikelenlijst.