Nog lang geen Waalse lente
Jan Van de Casteele 11-01-2010
Houd ze maar in de gaten, de Franstaligen en de Vlaamse analisten die toeters en bellen bovenhalen bij het minste bericht dat de geldstroom naar Wallonië ietwat zou relativeren. Ze slaan er ons straks mee om de oren: de werkloosheid stijgt sinds kort weer sneller in Vlaanderen dan in Wallonië, dat ten hemel stijgt op de vleugels van het Marshallplan. Er is evenwel nog geen sprake van een Waalse lente, stellen Ellen Cleeren en Gwen Declerck vast in De Tijd. Ze spraken onder meer met Wallonië-kenner Pascal Verbeken, auteur van “Arm Wallonië” (nog enkele dinsdagen op tv).
Kan de tragere toename van de werkloosheid in Wallonië een eerste schuchtere overwinning zijn van het Waalse Marshallplan? Helaas niet. ‘Het is nog veel te vroeg en misschien zelfs misplaatst om van een Waalse lente te spreken’.
Verbeken is een degelijke journalist en publicist, maar geen historicus. Dan wil het wel eens fout gaan. De vergelijking die hij in zijn documenaire maakte met de 19de eeuwse toestanden, toen een groot deel van ‘Arm Vlaanderen’ in Wallonië ging werken en het de Walen waren die ‘sakkerden dat ze mee moesten betalen voor de Vlaamse crisis en voor al dat kindergeld van die kroostrijke Vlaamse gezinnen', berust op een mythe. De Gentse professor Juul Hannes heeft als geen ander die historische transfers onderzocht en beschreven in zijn boek “De mythe van de omgekeerde transfers” (Roularta Books, 2007). Lees hierover Jules Hannes in Doorbraak
Verbeken waarschuwt de Vlamingen voor triomfalisme. Volgens hem zijn we arrogant geworden. Zijn driedelige televisieserie Arm Wallonië, gemaakt samen met Luckas Vander Taelen (Groen!) besluit hij met de piekende werkloosheidscijfers in Vlaanderen. De recentste statistieken vormen inderdaad geen reden tot Vlaamse euforie. Maar goed toch, dat de journalisten van De Tijd die recente werkloosheidsprik even nader toelichten: ‘In Vlaanderen steeg het aantal werkzoekenden in 2009 met ruim 42.000 of 23,8 procent tot 220.375 personen. In Wallonië steeg de werkloosheid met maar 3,4 procent tot weliswaar nog steeds een leger van 252.223 man.’ Met de helft minder inwoners toch nog meer werklozen registreren… Er is dus vooral voor de Walen nog veel minder reden tot Waalse euforie…
Cleeren en Declerck zijn niet te beroerd om in dat verband ook kritisch een zwaargewicht als Luc Coene, vicegouverneur van de Nationale Bank, onderuit te halen. Coene liet verstaan dat Wallonië Vlaanderen wel eens zou kunnen inhalen. Dat zal nog wel enige tijd duren.
Overheid
Dat de stijging van de werkloosheid in Wallonië beperkt blijft, stemt Franstalige Waalse ondernemers en academici heus niet optimistisch. Nog altijd in De Tijd zegt Didier Pacuot, directeur van het economisch departement van het ondernemersnetwerk UWE, de Waalse tegenhanger van Voka: ‘De Waalse werkloosheid mag in tijden van crisis dan al minder snel stijgen dan in Vlaanderen, dat is vooral te danken aan het feit dat 45 procent van onze actieve bevolking voor de overheid werkt of voor andere door de overheid gesubsidieerde sectoren zoals het onderwijs of de gezondheidszorg'… '29 procent of bijna een derde van alle beroepsactieve Walen werkt voor de overheid in de strikte zin van het woord. In Vlaanderen is dat maar 16 procent.'
Ook Verbeken heeft wel door dat de overheidstewerkstelling in Wallonië een deel van de verklaring is: ‘Ambtenaren hebben in tijden van crisis een veel grotere werkzekerheid dan arbeiders of bedienden in de privé. In de ambtenarij vallen niet zo snel ontslagen.’
Naast die structureel hoge werkloosheid in Wallonië ziet Paquot ook een conjuncturele reden voor de minder frappante stijging van de werkzoekenden in Wallonië. 'In Vlaanderen kregen bepaalde zwaar wegende sectoren zoals de automobiel of de basischemie al zwaar af te rekenen met de crisis. Bij ons in Wallonië zijn opkomende sectoren zoals de biotechnologie, de farmaceutische industrie en de voeding veel minder blootgesteld aan die economische fluctuaties.'
In 2008 lanceerde Wallonië een Marshallplan, officieel voorgesteld als Contrat d’Avenir. De Waalse regering besloot toen, gespreid over vier jaar, 1 miljard euro uit te trekken om de economische activiteit in Wallonië te stimuleren (opleidingssteun, fiscale voordelen, een betere coördinatie van allerhande ondersteunende diensten en de oprichting van zogenaamde 'pôles de compétitivité', samenwerkingsverbanden van onderzoekscentra en bedrijven om niet alleen nieuwe producten te ontwikkelen maar ook om ze te commercialiseren). Paquot waarschuwt dan ook de Marshall-optimisten: ‘Een echte balans kan je pas opmaken tegen eind dit jaar.'
Ook Bruno Vanderlinden, arbeidsmarktspecialist aan de Luikse universiteit UCL, vindt het nog veel te vroeg voor conclusies. En Pascal Verbeken ziet eveneens weinig concrete bewijzen van een effectieve heropleving via een ‘goednieuwsshow’. De werkloosheidscijfers waren voor het uitbreken van de crisis aan een lichte terugloop bezig, maar zijn intussen ook in Wallonië weer aan het stijgen.
Wallonië beschikt over enkele troeven: een jongere bevolking, een ondernemingsvriendelijker klimaat (al trekken sommige werkgevers dat in twijfel), en ‘(bedrijfs)ruimte zat’… Maar daar tegenover staat een erbarmelijk onderwijs, dat bovendien versnipperd blijft tussen Waals Gewest en Franstalige Gemeenschap.
Ter herinnering...
We herinneren nog even aan wat de Waalse arbeidsbemiddelingendienst Forem in november 2009 liet weten: de staat financiert bijna de helft van de jobs in Wallonië (La Libre Belgique, Belga 14 nov.)
De voorbije 20 jaar is het verlies aan jobs in de industriële sector vooral gecompenseerd door een groeiend aantal werknemers in de openbare sector en in de non-profit. Momenteel werkt zelfs 45 procent van de Walen in de openbare of niet-commerciêle dienstverlening.
Net zoals in andere delen van het land is het aantal loontrekkenden sinds 1993 gestegen. Voor Wallonië gaat het om een stijging van 19 procent. De daling van het aantal jobs in de industrie wordt vooral opgevangen door twee andere sectoren. Eerst en vooral door de dienstensector. Sinds 1993 is het aantal jobs in de tertiaire sector namelijk met 32 procent ofwel 77.000 jobs gestegen. Ook in de quartaire sector, de sector van de openbare dienstverlening, kende een groei van 85.000 jobs sinds 1993. Momenteel werkt 45 procent van de Walen in die sector.
Terug naar de artikelenlijst.
