Hypermigratie (Brussel) en Vlaams exclusie-beleid
Jan Van de Casteele 04-01-2010
|
Zich baserend op recent cijfermateriaal blijft socioloog Jan Hertogen volharden in een erg voluntaristische interpretatie van het migratieprobleem. Nu ook weer in zijn analyse over de migratie in Brussel ("Brussel zorgt voor 40% van Belgische bevolkingsgroei tot 2020", BuG Jan Hertogen, 18 december 2009)
Eerst de cijfers. Hertogen haalt die bij de demografen. Brussel zou over tien jaar (2020) 382.000 inwoners meer tellen dan in 2007 (migratiesaldo: +254.000, natuurlijk saldo geboorten/overlijdens +128.000).
Hiermee staat Brussel voor 46% in voor de Belgische bevolkingsgroei in die periode. Wie denkt dat Hertogen lichtjes overdrijft, bekijkt best eerst de cijfers van 2007. De Brusselse bevolking groeide in dat jaar 13,3 procent sneller dan door de demografen was voorzien…
In de andere gewesten volgt men die ontwikkeling best op de voet. ‘Niet België maar Brussel zou barsten wanneer haar bevolkingsgroei van 382.274 niet gedraineerd werd naar de andere gewesten. Niet minder dan 213.381 Brusselaars zouden vanuit Brussel naar vooral Wallonië (115.806) en in mindere mate het Vlaams gewest (55.630) verhuizen’, stelt Hertogen. Na alle externe en interne migratiebewegingen zal het aandeel van het Vlaams gewest in de bevolkingsgroei 469.125 of 49,2% bedragen, in Brussel 168.893 of 17,7% en in Wallonië 315.588 of 33,1%.
Hertogen geeft enkele overwegingen die een bijdrage kunnen zijn in het Brussel-debat dat de jongste tijd onder Vlaamsgezinden wordt gevoerd.
Binnen die groep zullen nogal wat mensen niet zo gelukkig zijn met de bemerking van Hertogen dat de vraag naar meer bevoegdheden voor het Brussels gewest ‘noodwendig scherper’ zal worden gesteld.
Meer dan een babbel waard is zijn vraag dat Vlaanderen meer inspanningen moet doen om de migranten naar het Nederlands onderwijs en gemeenschapsleven te oriënteren (verdubbeld onderwijsaanbod, versterkt cultuuraanbod). ‘Zo zal de Vlaamse aanwezigheid opnieuw op een bredere basis kunnen verankerd worden in Brussel.’
In Vlaanderen zelf moet meer geïnvesteerd in onthaal, opvang, begeleiding, inburgering, onderwijs en werk in Brussel, ‘eerder dan de Nederlandstaligheid als voorwaarde of buffer te hanteren’. Met opvallend weinig zin voor nuance omschrijft hij dat laatste als een ‘’late erfenis van het 'bloed en bodem' denken’ en ‘Vlaams exclusie-beleid’, dat deze migranten naar de Franstaligheid heeft gedreven. ‘Wie Vlaanderen echt liefheeft, kan nu voor historische herstel zorgen.’
Hertogen is inzake migratie een voluntarist. Zoals gebruikelijk ook in zijn Brussel-analyse geen woord over de problematiek van hypermigratie. Liever spreekt hij van ‘een vernieuwende dynamiek’, die neerkomt op een ‘structurele verbetering van de leefomstandigheid voor vele nieuwe migranten’. ‘Onderwijs, sociale zekerheidssystemen, (overheids)tewerkstelling moeten meer dan vroeger de middelen krijgen om hieraan tegemoet te komen.’
Dat nieuwkomers het hier beter hebben dan thuis, is meer dan waarschijnlijk. Minder duidelijk is waar Vlaanderen de middelen moet (blijven) vinden om die ongebreidelde migrantenstroom op te vangen. In tegenstelling tot Wallonië en Brussel heeft het geen stevige buur die met miljardentransfers over de brug komt om een inefficiënte overheidseconomie draaiende te houden.
Meer tabellen, grafieken en technische situering: zie http://www.npdata.be/BuG/120-Evolutie-vreemdelingen-gewest
Volledige tekst Hertogen: zie bijlage
Lees over dit onderwerp ook:
http://www.vvb.org/actueel/141/32071
Dat omzichtig moet worden omgesprongen met demografische voorspellingen probeerden we eerder al aan te tonen in een Actueel-bijdrage op deze webstek:
http://www.vvb.org/actueel/141/24287

Terug naar de artikelenlijst.
