Jeugdcriminaliteit: tijd om te handelen
Guy Tegenbos 25-04-2006
|
Tien jaar werd geruzied over de aanpassing van de jeugdbeschermingswet. Guy Tegenbos vat in zijn commentaarstuk (DS, 25 april) de tegenstellingen tussen Vlaanderen en Walloninë bondig samen.
Vlaanderen wou een jeugdsanctierecht, zoals de omringende landen. De politici van Franstalig België hielden vast aan de jeugdbeschermingswet van in de jaren zestig; en toen ze uiteindelijk dan toch moesten erkennen dat die niet langer werkte, kozen ze voor de ,,uithandengeving’’ van onhandelbare jongeren aan het volwassenengerecht, een oplossing die Vlaanderen niet ziet zitten.
Vandaag stemt de federale kamercommissie over een compromis dat uitgaat van de Franstalige visie, maar toch wat ruimte laat voor de Vlaamse. Het is geen goede wet.
Als beide gemeenschappen blijvend een andere aanpak willen, geef ze daar dan de mogelijkheid toe, in plaats van unitair te blijven knoeien. Maar dit wetsontwerp vandaag afkeuren, heeft ook geen zin. Werk er het komende jaar mee, zo goed en zo kwaad als het kan, en regel volgend najaar de defederalisering van minstens dat deel van de justitie, is het enige nuttige devies in deze materie.
De tweede reden waarom niet efficiënt opgetreden kon worden tegen de jeugddelinquentie, was het tekort aan opvangplaatsen en de slechte organisatie ervan. Alvast de Vlaamse regering bereikte onlangs een akkoord over een budget daarvoor, gespreid over meerdere jaren. Eindelijk.
Een derde vlak waarop nu moet worden gehandeld, ligt minder bij de politici en meer bij de politie. De politie moet de straten heroveren op de steamers.
Terug naar de artikelenlijst.
