De Roover en Eppink over voetbal

Jan Van de Casteele 29-03-2006

In het discussieprogramma van Goedele Liekens (VTM) speelde Peter De Roover een debatje tegen Anderlecht-ikoon Michel Verschueren. (Vermoedelijk meer hierover in Doorbraak mei, blz 11)

Het dossier is voor Vlaams-nationalisten misschien geen prioriteit, maar de argumenten van Verschueren waren niet meer dan enkele klassieke dooddoeners. Vlaanderen is toch zo klein, en wat met die arme derdegewesters uit Brussel?... De Roovers verwijzing naar de leuke prestaties van tal van kleinere landen (Ieren en Denen bvb), naar de communautaire strubbelingen in de "nationale" sportwereld, naar de evidentie van het doortrekken van sport als gemeenschapsmaterie, naar spetterende sportieve derby's tussen Walen en Vlamingen enzomeer waren beleefd en correct. Brulbeer Verschueren moest het vooral hebben van nogal lompe onderbrekingen ('U zegt wat ik denk, da's makkelelijk...') en eindigden voorspelbaar in 'het verscheurde Joegoslavië'...

 

Toevallig gaf ook Derk Jan Eppink zijn column in Knack (5 april) een invulling die bij dit debat aansluit: ‘In Wallonië is voetbal net zo corrupt als de politiek. Voorzitter Fillipo Gaone van La Louvière richt bedrijven op om ze weer failliet te laten gaan. Bij een huiszoeking vond de politie 2,5 miljoen euro. Gaone was 'vergeten' waar het geld vandaan kwam. Uiteraard had Ping Ping Foetsie meteen beet in La Louvière. Gaone blijft zitten als ware hij een Waals minister. Voor Waalse clubs zijn er amper beperkingen op het gebied van sponsoring of Waalse overheidssteun. In Vlaanderen zijn die er wel.

Sport is een regionale bevoegdheid. In feite bestaat de federale profliga uit twee financieringssystemen. Bondsvoorzitter Jan Peeters probeert de Voetbalbond bijeen te houden als laatste unitair monument. Hij hanteert hetzelfde mechanisme als de federale regering: de wet van de zwakste gemene deler. Op voorstel van Peeters hebben de voorzitters (behalve Duchâtelet wegens verblijf in Maleisië) beslist de resultaten van de competitie te erkennen, ondanks mogelijke vervalsingen. Maar dat front valt uiteen als aan het eind van het seizoen degradatiekandidaten alsnog naar de rechter stappen om de competitie te annuleren. Met een tergend langzaam gerecht is er dan jarenlange rechtsonzekerheid. Het probleem van de bond is zoals het probleem van de Belgische staat. Er is geen opstand van supporters. Zij zitten ver buiten het bereik van champagne te kijken naar wedstrijden die mogelijk zijn vervalst. Zijn ze nu boos? Nee, het zijn makke schapen die alsnog achter de voorzitter staan. Dat gebeurde ook bij de SP tijdens de verkiezingen van 1995. De partij stond bol van zwart Agusta-geld, ministers traden af gelijk voetbaltrainers. Toch won de SP de verkiezingen. De kiezer dacht: ze doen het allemaal, de SP had gewoon pech. De voetbalbond en de federale overheid zitten in een neerwaartse spiraal. Als ze de crisis niet aangrijpen om een herstructurering door te voeren, degraderen ze zichzelf.


Terug naar de artikelenlijst.