Splitsing BHV geen luxeprobleem

23-02-2005 / Dr. Paul De Ridder


‘Onthutsend ! Wat zich sinds 1830 in Brussel en omgeving heeft afgespeeld is een ware taalkundige genocide. Nu begrijpen wij buitenlanders waarom jullie Vlamingen zo gevoelig zijn voor taalkwesties’. Soortgelijke reacties kreeg ik een paar jaar geleden te horen na een lezing – in het Engels – over de evolutie van het taalgebruik te Brussel van de Middeleeuwen tot vandaag. De toehoorders, afkomstig uit alle continenten, betreurden trouwens dat de Vlaamse overheid zo weinig inspanningen deed om buitenlanders in hun taal te informeren ‘over de Belgische situatie’.

Het moge de buitenlanders een troost zijn. Ook heel wat Vlamingen realiseren zich niet wat zich tijdens de laatste decennia in dit land heeft afgespeeld. Bij de discussie rond Brussel-Halle-Vilvoorde hebben sommigen het meewarig over ‘een luxeprobleem’ dat de aandacht zou afleiden van ‘de echte problemen’.

Mensen die in dit gebied wonen, weten natuurlijk beter. Zij beseffen maar al te goed dat hier beginselen op het spel staan die fundamenteel zijn in een demo-cratie onder meer dat de sociaal sterkere niet het recht heeft om de sociaal zwakkere te verdrukken. Dat is nu net wat sedert 1830 is gebeurd in Brussel en omgeving.

Bezetting

In 1788 was Brussel – het gebied gelegen binnen de huidige Kleine Ring – voor ca. 95 % Nederlandstalig. Tijdens de Franse bezetting (1794-1815) werd het Frans met geweld opgedrongen. Het Franse regime duurde lang genoeg om een intellectuele bovenlaag te vormen die alleen nog Frans kende.

Deze intelligentsia deden in de periode 1815-1830 de taalpolitiek van Willem I mislukken o.m. dankzij de steun van Walen en “émigrés” uit Frankrijk. Omdat het volk politiek onmondig was, haalden zij hun slag thuis.

In 1830 werd het Zuiden afgesplitst van het Koninkrijk der Nederlanden: België kwam tot stand door separatisme.

Belgenmop

En dan begint de enige echte “Belgenmop”. Al was de meerderheid van de bevolking Nederlandstalig, toch werd het Frans de officiële taal van het nieuwe België. In naam van de hooggeroemde “taalvrijheid” moesten de mensen zich aanpassen aan de taal van hun bestuurders... Dit was niet alleen het geval in Brussel, maar ook tot in de verste uithoeken van de Kempen, West-Vlaanderen en Limburg. Al wie streefde naar een hogere sociale status schakelde over naar het Frans. Het heeft de “Vlaamse Beweging” zeer veel moeite gekost om in België het democratischee beginsel te doen respecteren dat mensen op het territorium waar zij van oudsher wonen, probleemloos zouden kunnen leven in hun eigen taal.

In Brussel kon dit democratisch proces zich echter niet doorzetten. Daar was immers niet alleen het (Franstalig) overheidsapparaat geconcentreerd maar ook het (Franstalige) bank- en zakenwezen, de pers, de vrije beroepen. Meer dan elders had men in de hoofdstad behoefte aan geschoold personeel. Een groot aantal Walen vestigde zich in Brussel. De daarmee gepaard gaande verfransing trof niet alleen de autochtone Brusselaars, maar ook de mensen die vanuit Brabant, Vlaanderen en Limburg naar Brussel trokken.

Drie generaties

De gevolgen waren spectaculair. Op amper honderd jaar, op slechts drie generaties, geraakten oorspronkelijk Nederlandstalige gezinnen volledig verfranst. De eerste generatie bestond uit eenvoudige lieden die naast hun eigen dialect hooguit een paar woordjes Frans kenden. Zij stuurden, onder sociale druk, hun kinderen naar Franstalige scholen. Zo groeide een tweede generatie op. Die sprak nog wel “Vlaams” met haar ouders, maar voedde haar kinderen op in het Frans. Die kleinkinderen waren in vele gevallen niet meer in staat om hun eigen grootouders te begrijpen.

Voor de Belgische bourgeoisie vormden dergelijke schrijnende toestanden (evenmin als de uitbuiting van de arbeidersklasse overigens) geen probleem. Het was niet meer dan billijk dat “le flamand”, een allegaartje van schabouwelijke dialecten, verdrongen werd door een universele en een superieure taal als het Frans. Rond 1900 beweerden sommige Waalse auteurs zelfs dat de achterstand van de Vlamingen het fatale gevolg was van... ‘inferieure raskwaliteiten’.

De verfransing bleef niet beperkt tot Brussel. Tussen 1846 en 1947 zorgde de Belgische “taalvrijheid” ervoor dat ook in een hele reeks andere gemeenten het Nederlands totaal in de verdrukking raakte. De lijst is indrukwekkend: Laken, Haren, Neder-Over-Heembeek, Elsene, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node, Etterbeek, Schaarbeek, Sint-Jans-Molenbeek, Anderlecht, Vorst, Watermaal-Bosvoorde, Ukkel, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Woluwe, Koekelberg, Jette, Sint-Agatha-Berchem,Ganshoren, Evere.

Ook buiten het “tweetalige” hoofdstedelijke gebied zette dit proces zich door. In 1963 kregen de francofone villabewoners die weigerden zich te integreren, “faciliteiten” in Wezembeek-Oppem, Linkebeek, Kraainem, Wemmel, Drogenbos, Sint-Genesius-Rode. Vandaag weerklinkt de eis ook die “faciliteitengemeenten” bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te voegen.

Tezelfdertijd wordt ook aanspraak gemaakt op een hele reeks andere Brabantse gemeenten als Dilbeek, Asse, Lennik, Affligem, Sint-Pieters-Leeuw, Halle, Overijse, Londerzeel, Grimbergen, Strombeek, Tervuren enz. De inwijking van kapitaalkrachtige anderstaligen zorgt ervoor dat de grondprijzen er enorm stijgen. Nederlandstaligen krijgen het steeds moeilijker om er een betaalbare woning te vinden. Dezelfde sociale verdringing waarvan de inwoners van Brussel en omliggende gemeenten tijdens de 19de en 20ste eeuw het slachtoffer werden, bedreigt vandaag de mensen die aan de grens van de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen wonen. Conclusie: er zit een systeem in deze waanzin.

Een dergelijk “natuurlijk proces” waarbij de sterkere de zwakkere wegdrukt, vormt een flagrante negatie van fundamenteel democratische beginselen. Alleen al daarom is de onverwijlde splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde noodzakelijk. Het siert intellectuelen wanneer zij begaan zijn met de grote uitdagingen waarvoor de wereld vandaag staat. Dit mag echter geen alibi vormen om de gewone man in de steek laten. Doet men dit toch, dan moet men achteraf geen hete tranen komen schreien wanneer diezelfde kleine man zich in de armen werpt van de antipolitiek. Kortom: wie geen weerstand biedt tegen wat buitenlandse waarnemers een “taalkundige genocide” noemen, is geen democraat.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.