Doorbraak: van nieuw naar nieuwer

30-04-2010 / Jan Van de Casteele


In januari 1999 verscheen het eerste nummer van het toen vernieuwde maandblad Doorbraak. Het blad verschijnt al sinds de jaren 1950, als maandblad van de Vlaamse Volksbeweging. In zijn edito had Dirk Laeremans, de toenmalige hoofdredacteur het over de nieuwe uitdagingen: vergrijzing, migratie, de kennismaatschappij. En over de wens van nieuwe generaties Vlamingen naar ‘structuren die werken’. ‘België voldoet niet aan dat criterium en verdwijnt dus.’ Doorbraak heeft die ontwikkeling opgevolgd, ontleed, becommentarieerd. En sindsdien in ca. 125 nummers geprobeerd om intensief het debat te voeren over het alternatief van de Vlaamse staatsvorming.

Manu Ruys hoopte in datzelfde eerste nummer op een forse stap vooruit (‘confederale ordening’) na de verkiezingen in datzelfde jaar. Wie denkt dat hij zich in dit optimisme zwaar vergiste, moet zijn verhaal helemaal lezen. Tegelijk was de voormalige hoofdredacteur van De Standaard erg realistisch: ‘Mislukt dit, dan zet de ontwrichting van België door.’ En zo geschiedde ...

Verhofstadt heeft er na zijn overwinning in 1999 met paars-groen voor gezorgd dat het Vlaams programma waaraan in het Vlaams Parlement hard was gewerkt, niét werd uitgevoerd. Niet Ruys heeft zich vergist, wel Verhofstadt. Een paar verkiezingen verder niet het Vlaamse programma, maar de VLD-topman afgevoerd.

Tien jaar later maakte Yves Leterme net dezelfde fout. De woorden van Ruys voorspellen ook zijn lot.

Tien jaar is geen eeuwigheid in de politiek. De Vlamingen zijn geen revolutionairen. En door eigen verdeeldheid vertragen ze het proces naar een onvermijdelijke Vlaamse doorbraak. Ruys deed in 1999 ook al een oproep tot ‘strategische verstandhouding’: ‘De Vlamingen mogen zich niet van tegenstander vergissen.’ Ze hebben in het voorbije decennium aardig hun best gedaan om dat wél te doen. Blijven ze dat doen, dan is de doorbraak nog niet voor morgen. Maar die komt er wel. Uitstel is geen afstel.

Ondertussen wordt het communautaire dossier op een zakelijker manier behandeld. Dat geldt voor Bart De Wever, maar dat geldt ook voor mensen als Gerolf Annemans, die in een interview in dit nummer (blz. 4-5) aangeeft dat ook hij er rekening mee houdt dat het momentum van de Vlaamse staatsvorming wellicht nog even op zich laat wachten. Maar het komt eraan, er is geen weg terug. De tijd dat het nog duurt wordt ondertussen volgens hem best nuttig gebruikt voor de nodige politiek-juridische onderbouw van elke stap in de richting van een onafwendbare boedelscheiding.

Verhofstadt heeft na 1999 de politieke ontwikkelingen verkeerd ingeschat, de conservatieven en Vlaamsgezinden uit zijn VLD gejaagd en ruimte gelaten voor het Blok/Belang, later voor N-VA en voor LDD. Leterme heeft na zijn succes in 2007, op een vergelijkbare manier gekozen voor de korte glorie van de federale macht. Hij sloot de poort van de N-VA voor Dedecker, maar heeft daardoor Dedecker versterkt. Hij brak het kartel, maar gaf vleugels aan De Wever.

Ook Doorbraak beseft dat een Vlaamse doorbraak nog wat tijd vraagt. Daarom steekt de redactie met de deugddoende steun van medestanders en sympathisanten dezer dagen veel energie in een nieuwe stap voorwaarts. Met meer overtuiging, met meer bladzijden, en met een professionelere aanpak van illustraties en opmaak. En tot slot met een aantal nieuwe medewerkers die vanuit heel diverse politieke overtuiging één gezamenlijke doelstelling voor ogen hebben: de doorbraak van een volwaardige, zelfstandige Vlaamse staat. De wens van ons parlement toch? Een staat waar de Vlamingen, bevrijd van dat eeuwige tijdverlies in een kunstmatige en krakkemikkige 19de eeuwse Belgische staatsstructuur zélf beslissen over de organisatie van hun democratie, hun sociaal-economisch beleid en hun solidariteit.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.