Debat over identiteit: woorden in de wind?

Identiteit. Bart De Wever en Geert Van Istendael debatteerden erover in het radioprogramma De Ochtend. Boeiend. Vlaanderen is een lotsgemeenschap van zes miljoen spelers binnen dezelfde ploeg, binnen een welomlijnd grondgebied, met een gemeenschappelijk verleden, een herkenbaar cultureel patroon en communicatieplatform. Het identiteitsdebat is in Vlaanderen nog complexer dan in de buurlanden, omdat we nog op de transit zitten van het oude België naar het nieuwe Vlaanderen.
Geert Van Istendael hekelde de slordige terminologie waarin het identiteitsdebat wordt gevoerd. De Vlaming ‘een harde werker’...met ‘een baksteen in de maag’? Dit soort clichés. Het spreken van dezelfde taal is voor een gemeenschap echter wél essentieel. Op dat vlak werd de Vlaming maar al te ‘lang in de hoek geschopt’. Maar hij heeft zich op een schitterende wijze geëmancipeerd. Natuurlijk is niet elk ‘verschil’ tussen noord en zuid een essentiële component van de identiteit. Maar Vlamingen en Walen hebben een eigen gemeenschap, waartussen de politieke, culturele en economische kloof zo groot is, dat goed nabuurschap (de toekomst) veel rationeler is dan het geforceerd samen delen van tafel en bed (het verleden). Vast zijn we ook Europeaan en wereldburger, maar dat zijn buitencirkels, politieke referentiekaders voor grensoverschrijdende problematieken.En wat dan gezegd over nieuwkomers? Kan je Vlaming ‘worden’? ‘Natuurlijk’, stelt De Wever terecht. Hij wil bouwen aan een inclusieve en warme gemeenschap (DM, 4 juni 2007). Goed zo. Zijn streven naar ‘een bepaalde mate van homogeniteit in onze publieke cultuur’ is pragmatisch, maar helaas ook problematisch. Homogeniteit moet haalbaar zijn. En betaalbaar ook. ‘Niet heel de wereld kan Vlaming worden’. Horen we De Wever dat niet net iets te weinig zeggen?
Een beetje mens zet zijn deur open voor sukkelaars op de dool. Maar niet voor jan en alleman, liefst voor échte sukkelaars en doorgaans tijdelijk. In die zin zijn open grenzen en globale regularisatie een formidabele vergissing. Op conto van zwevende Franstaligen en werfleider Herman Van Rompuy. Voor lachende asielkindjes is er in de media meer plaats dan voor verhalen over het gat in de emmer, over de onzin van asielzoekerij uit democratische (Oost-)Europese landen, over een op hol slaande gezinshereniging, of de maatschappelijke druk op de eigen samenleving (kinderbijslag, onderwijs, inburgeringsbeleid, gezondheidszorg, leefloon en werkloosheidsuitkering, pensioen en helaas ook religieus fanatisme, criminaliteit ...).
Die intellectuelen zonder grenzen (annex BV’s en drukkingsgroepen) kordaat van antwoord dienen, dat is nog iets anders dan ‘een schild oprichten tegen alles wat vreemd en arm’ is. Helaas, Vlaanderen is geen hotel.
Identiteit is even moeilijk te definiëren als geluk of pijn, maar ze bestaat. Helder zijn de recente woorden van Cees Nooteboom, bij de ontvangst van de Prijs der Nederlandse Letteren. ‘We hebben er de laatste vijftig jaar allerlei werelden bij gekregen terwijl we onze eigen wereld langzaam aan het verliezen zijn’. Op zoek naar oorzaken kwam hij uit bij ‘intellectuele nieuwlichterij’, ‘commerciële vluchtigheid’ en ‘de dictatuur van het geestelijk proletariaat’. Ook in het multiculturele apparaat vegeteren postmoderne klojo’s. Ze verdienen meer repliek. Om af te ronden met Nooteboom: ‘misschien zijn dit woorden in de wind. Maar dan heb ik ze tenminste gezegd’.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
