Indien ik een belgicist was...

Belgicist die geen flamingant is, is handlanger van het separatisme
Indien ik een belgicist was...
Indien ik een oprecht belgicist was, dat wil zeggen een democraat voor wie de bestaande Belgische staat een politieke en morele meerwaarde inhoudt (een staat waar alle burgers gelijk zijn voor de wet, een multiculturele staat waarin alle inwoners ongeacht hun afkomst hun culturele en levensbeschouwelijke eigenheid in vrijheid kunnen ontplooien en de sociale solidariteit belangrijker is dan de communautaire en linguïstische verschillen, een land waarin samenwerking hand in hand gaat met een reëel respect voor alle andere burgers) zou ik er op de eerste plaats voor ijveren dat alle federale ambtenaren, te beginnen met de ministers en de leden van het koningshuis, in dit land perfect tweetalig zijn. Dat wil zeggen dat ze in staat zijn op een efficiënte manier met alle burgers, dus ook met de leden van de Nederlands sprekende meerderheid, volwaardig te communiceren. Dat veronderstelt dat deze door de burgers betaalde ambtenaren niet alleen vlot Nederlands en Frans kunnen praten, maar dat ze ook begrijpen wat de burgers hen willen zeggen.
Taalhoffelijkheid
Ik zou de zogenaamde “taalhoffelijkheid” niet beperken tot een uiting van goede wil en zeker niet tot een vermoeden ervan. Deze ambtenaren moeten bovendien op de hoogte zijn van de gevoeligheden die onder de burgers leven en onder meer onderlegd zijn in de geschiedenis van de historische emancipatiestrijd van de Vlamingen in plaats van een karikaturale vertekening ervan. Indien ze deze kwalificaties niet kunnen of willen bezitten zouden ze niet voor hun ambt in aanmerking komen. Indien ze zich regelmatig laten verleiden tot uitspraken die niet alleen onjuist, maar bovendien beledigend zijn voor individuen en groepen zouden ze daarmee laten blijken niet geschikt te zijn voor hun functie.
Wettten
Ten tweede zou ik er op staan dat alle wetten volledig worden gerespecteerd, om niet de indruk te wekken dat bepaalde belangengroepen boven de wet staan. Ik zou benadrukken dat de taalwetten waren bedoeld als bescherming van de culturele eigenheid van alle burgers en daarom in geen geval mogen worden misbruikt als pasmunt in politieke onderhandelingen. Net als de sociale en ecologische wetten houden die taalwetten vanzelfsprekend beperkingen in, maar die beperkingen werden bij meerderheid ingevoerd om iedereen de kans te geven zijn cultureel patrimonium te bewaren en steeds verder te ontwikkelen.
Cultuur en BHV
Zo zou ik, als goede belgicist, aandringen op het respecteren van de cultuur binnen de verschillende gemeenschappen en elke inbreuk daarop verwerpen als een uiting van ondemocratisch kolonialisme. Alleen op deze manier kunnen alle burgers als gelijkwaardige partners met elkaar omgaan en over bepaalde wrijvingen en twistpunten in alle redelijkheid onderhandelen. Ik zou bijvoorbeeld niet begrijpen waarom de splitsing van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, die in feite het logische gevolg is van de vastlegging van de taalwetten, zelfs maar in vraag kan worden gesteld.
Collaboratie en repressie
Als moreel zuiver en humanistisch belgicist zou ik de eerste zijn om de historische waarheid over de collaboratie tijdens en de repressie na de Tweede Wereldoorlog zo objectief en wetenschappelijk accuraat mogelijk te benaderen, in dezelfde geest als de “Commissies voor Waarheid en Verzoening” in Zuid-Afrika na het einde van het apartheidsregime. Ik zou me met klem verzetten tegen de verkeerde en kwaadwillige beeldvorming die daarover in de pers meer dan een halve eeuw na de feiten wordt verspreid. Alleen zo kunnen de tegenstrijdige mythes aan beide kanten worden opgeruimd en kan er een einde worden gemaakt aan de kwalijke verdachtmakingen en insinuaties die elk open gesprek daarover belasten.
Solidariteit en subsidiëring
Als democratisch belgicist zou ik huiveren voor het misbruik dat door allerlei belangengroepen van de term “solidariteit” wordt gemaakt, terwijl het in feite neerkomt op de verdediging van een ondoorzichtig gehouden systeem van subsidiëring die noch het belang van de Vlamingen noch, op langere termijn, de noodzakelijke economische vooruitgang van Wallonië en de Franstaligen dient. Juist omdat ik van België houd, eis ik dat in dit dossier klare wijn wordt geschonken, omdat het voortduren van deze praktijken op termijn de mij dierbare eenheid van België in gevaar moet brengen.
Ik zou, als goede Belg, onder geen beding aanvaarden dat politici van de ene regio zich verzetten tegen economische en structurele maatregelen die de burgers van de andere regio ten goede komen. Ik zou me alleen maar kunnen verheugen voor hen, ook omdat ik weet dat de welvaart van de ene regio een positief effect op die van de andere zal hebben.
Kortom, als overtuigd belgicist zou ik beseffen dat de redelijke eisen van de democratische Vlaamse beweging die niet tégen de Franstaligen, maar vóór mijn Vlaamse medeburgers zijn geformuleerd, de enige weg zijn om een blijvende samenwerking tussen beide gemeenschappen te verzekeren. Anders gezegd: een belgicist die geen flamingant is of, erger nog, een vijand van de Vlaamse ontvoogding, is een onbewust maar objectief handlanger van het gevreesde separatisme.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
