
Sinds april 2005 is de jurist Luc Deconinck (54) voorzitter van de vzw De Rand, de vereniging opgericht om het Nederlandstalig karakter van de Vlaamse rand rond Brussel (ook 19 gemeenten) te ondersteunen en te versterken. Voordien was hij voorzitter van het Halle-Vilvoorde-Komitee (Haviko, met bredere actieradius). Hij zag toen de toekomst van de Vlaamse Rand rond Brussel hoopvol in, omdat de inspanningen van zowel de Vlaamse regering als het provinciebestuur werden opgevoerd. Deconinck noemt de vzw De Rand nog altijd ‘de antenne’ van wat er leeft in de Vlaamse Rand. ‘Wij zijn de voelsprieten van de Vlaamse overheid. Vandaag is dat nog even nodig als in 2005. Vlaanderen moet nog alerter zijn’...
De vzw was in oorsprong vooral gericht op ondersteuning van het plaatselijk verenigingsleven en de cultuurraden, jeugd en sport in de faciliteitengemeenten. Dat gebeurt concreet onder meer via steun aan gemeenschapscentra (Boesdaalhoeve- Rode, Lijsterbes in Kraainem, , Kam in Wezembeek-Oppem, Moelie in Linkebeek, Muse in Drogenbos en Zandloper in Wemmmel en Bosuil in Overijse-Jezus-Eik),.
Deconinck weet waarom: ‘De betoelaging van het socio-cultureel leven (jeugd, sport, cultuur) is vooral een zaak van de gemeenten. En is in de faciliteitengemeenten derhalve overgeleverd aan de grillen van de Franstalige meerderheid. Niet zelden passen die gemeentebesturen de Vlaamse decreten niet, of slechts met mondjesmaat toe. Daarom is de ondersteuning van de Vlaamse bevolking en haar verenigingen daar zo belangrijk. Maar daarnaast willen onze centra ook de anderstalige nieuwkomers met een kwaliteitsaanbod aanspreken.
Verder proberen we ook de uitstraling van het Vlaamse karakter te vergroten en ook anderstaligen aan te zetten om zich in die Vlaamse gemeenschap te integreren.’
Vzw De Rand organiseert taalcursussen, investeert in integratieprojecten en geeft publicaties uit (de overkoepelende RandKrant, zes lokale gemeenschapstijdschriften in de faciliteitengemeenten - Buurten in Sint-Genesius-Rode, Kaaskrabber in Drogenbos, Sjoenke in Linkebeek, De Lijsterbes in Kraainem, de Zandloper in Wemmel, Uitgekamd in Wezembeek-Oppen en De Link in Linkebeek) ,investeert in taalpromotie, en is partner in het documentatiecentrum Vlaamse Rand (www.docu.vlaamserand.be ). Werking praktisch
Vzw De Rand werkt in princiep onafhankelijk als een privaatrechterlijk extern verzelfstandigd agentschap (EVA), dat deel uitmaakt van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR) van de Vlaamse Gemeenschap. Het werkingsbudget bedraagt ongeveer zes miljoen euro. De centen komen van de Vlaamse Gemeenschap en van de provincie Vlaams-Brabant. Er zijn 55 werknemers ten dienste van de cultuurcentra, de Randkrant en de gemeentelijke infokranten.
Tweede actielijn
De vzw legde ook een tweede actielijn open, ter ondersteuning voor dertien andere gemeenten in de brede Rand rond Brussel (grenzend aan Brussel).
Wat doet de vzw in die gemeenten?
Deconinck: ‘Daar richten we ons, naast de uitgave van de Randkrant, vooral op taalpromotie en integratie van anderstaligen (promotie lessen Nederlands, promotie sensibiliseringscampagnes om meer Nederlands te spreken, onthaalevenementen voor buitenlandse inwoners...).’ We doen dit zoveel mogelijk in samenspraak met ander overheden en actoren, die we praktijkgericht willen ondersteunen.
Heeft de vzw een politieke betekenis?
Deconinck: ‘In princiep zijn we niet politiek georiënteerd, maar de vzw pleit wel voor Vlaamse assertiviteit, veel acties zijn erop gericht Franstaligen en anderstalige nieuwkomers ertoe te brengen zich voor het Vlaamse gemeenschapsleven te interesseren en eraan deel te nemen , uiteraard pleiten we ook voor de splitsing van BHV en het respect voor de grondwettelijke indeling van het land. (Standpunten: insteeknota blz. 61) De burgemeester van Wezembeek-Oppem noemde vzw De Rand met enige zin voor ongepaste dramatiek ‘La machine de guerre’ van Vlaanderen.’ Maar dit is pure stemmingmakerij. Wij zijn een instelling die op een open en constructieve manier het Vlaams karakter van de Vlaamse rand ondersteunt en daar zoveel mogelijk inwoners tracht bij te betrekken.
De Vlaamse politiek bestaat erin alle inwoners waar mogelijk te betrekken bij de regio waar ze zijn komen wonen.
... Als Vlaams minister-president legde Yves Leterme vast dat er inzake sociale huisvesting ‘voorrang’ zou worden gegeven aan wie ‘een band met de streek’ kon aantonen. (2005). Ook voormalig minister Frank Vandenbroucke deed opmerkelijke inspanningen. Anderstaligen moeten Nederlands leren als ze een sociale huurwoning vragen, werklozen idem. Nieuwkomers moeten hun kinderen al van de derde kleuterklas naar een Nederlandstalige school sturen. Vlaanderen moet de inwoners aanspreken om Nederlands te leren telkens ze zich tot de overheid wenden, dat was zijn uitgangspunt’. Dit is een win-win voor de nieuwkomer zowel als voor de gemeenschap.Geleidelijk aan wordt dit principe in toepassing gebracht, al zou het nog wat effectiever kunnen.
Waar zit dan die steekvlam onder de verdere verfransing?
Deconinck: ‘De migratie is natuurlijk een essentieel gegeven. De rapporten van Kind en Gezin verschaffen inzicht in dat probleem (zie kaderstukje). Voorts is er natuurlijk de deloyale houding van de meeste burgemeesters uit de faciliteitengemeenten, die duidelijk gestuurd worden vanuit Brussel. En algemeen politiek is er de politieke situatie van het kiesarrondissement waar Franstaligen op Vlaams grondgebied kunnen kandideren en dus ageren (Brusselaars, maar voor de Senaat en Europa ook Walen).’
Lost de splitsing van BHV het probleem op?
Deconinck: ‘Neen, de splitsing op zich zal de ontnederlandsing niet stoppen. Maar ze zal zeker de politieke druk op de Rand verminderen en de druk om te ingegreren vergroten. Zodra de Brusselse en Waalse politici hier niet meer kunnen meespelen, krijgen we een ander beeld. Met een onduidelijke taalsituatie bij verkiezingen, gerecht, maar ook diensten als brandweer, Mug en urgentie etc.. krijgen anderstaligen permanent het gevoel dat Halle-Vilvoorde niet echt Vlaanderen is. Een splitsing van kieskring én van gerechtelijk arrondissement zijn dus zeer belangrijk.’
Je kent het verwijt: Vlamingen die daar zo over denken zijn bekrompen en onverdraagzaam?
Deconinck: ‘Het is een leugen dat ‘onverdraagzame Vlamingen’ zouden verhinderen dat de francofonen zich niet politiek kunnen organiseren in Vlaanderen. Ze kunnen dat wél, want er zit een UF’er in het Vlaams parlement en ook in de provincieraad zijn zij vertegenwoordigd. De onverdraagzaamheid zit bij de Franstaligen die in essentie vooral één doel voor ogen hebben: de grenzen van Brussel verschuiven. Een groter Brussel (of anders gezegd een kleiner Vlaanderen). Alle Franstalige partijen zingen dat liedje.’
Wat kan de Vlaamse overheid meer doen? Er zijn projecten zoals Vlabinvest en zo...?
Deconinck: ‘Tegenover de enorme instroom van nieuwkomers zijn veel maatregelen al gauw gedruppel op een hete plaat. Maar goed, er zijn in het Vlaams Regeerakkoord goeie dingen afgesproken. Meer investeringen in opleidingsprojecten via de VDAB, meer investeren in onderwijs...
Permanente aandacht en taalassertiviteit van de drukkingsgroepen rond BHV, dat blijft erg belangrijk?
De Franstaligen zijn inzake hun taal overal in de wereld assertief, maar als de Vlamingen dat zijn, dan is het plots fout. Vlaamse taalassertiviteit is bovendien niet enkel in Vlaams-Brabant nodig. We krijgen vaak de klacht van onze cursisten Nederlands dat ze in de praktijk niet de kans krijgen om Nederlands te oefenen omdat de Vlamingen veel te gemakkelijk overschakelen naar Engels of Frans....
Wat denkt u van de hele Brussels Metropolitan Region?
Is dat niet wat nonsens overgoten met een wetenschappelijk sausje? Het begint al met de afbakening van dat gebied: waarom hoort Gooik daar toevallig wel bij en Leuven en Tervuren niét? De economische groei van Brussel is tanende. De groei wordt vooral gerealiseerd in de Rand en in Waals-brabant, terwijl Brussel stagneert...Misschien daarom dat zij “De Rand” erbij willen. Volgens mij moet Brussel vooral investeren in een effectieve twee- of meertaligheid om zijn eigen economie meer te doen groeien.
Jan VdC
De olievlek
De rapporten van Kind & Gezin (info met ‘toekomstwaarde’) zijn zo mogelijk nog zorgwekkender dan wat we weten via de verkiezingen. In de faciliteitengemeenten is Nederlands nog de thuistaal in 2,1% van de jonge gezinnen in Drogenbos, tot 7,9% in Kraainem en Wezembeek-Oppem, tot 10,8% in Linkebeek, 19,8% in Rode en 23,2% in Wemmel. De cijfers voor heel Halle-Vilvoorde bevestigen dat de olievlek zich snel uitbreidt in de westelijke helft van Vlaams-Brabant. In amper 57 procent van de jonge gezinnen met kinderen in Halle-Vilvoorde (inclusief de faciliteitengemeenten) is de thuistaal Nederlands, in 26% is dat het Frans, in de rest gaat het om andere talen. Ter vergelijking:
Aanslagbiljetten: een nieuwe teller
Ook de aanslagbiljetten voor de personenbelastingen zijn een indicator voor de verfransing. Het aantal in het Frans verstuurde brieven in de zes Vlaamse faciliteitengemeenten rond Brussel is in de periode 2004-2008 gestegen van 21.516 (64,2%) tot 29.331 (68,6%), een toename met 37,2 procent (info: antwoord Didier Reynders (MR) op een schriftelijke vraag van Joris Van Hauthem (VB). Het grootste aandeel Franstalige documenten werd in 2008 verstuurd naar inwoners van Linkebeek (79,9 procent), gevolgd door Kraainem (78,8 procent), Drogenbos (77 procent), Wezembeek-Oppem (69,9 procent), Wemmel (61,1 procent) en Sint-Genesius-Rode (60,9 procent). (bron: Belga 14 okt.)
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
