Identiteit gaat voor op integratie

Over het Lissabon-verdrag is het laatste woord nog niet gezegd. Op 30 juni velde het Duitse Grondwettelijk Hof in Karlsruhe een merkwaardig arrest, dat in onze media nauwelijks aandacht kreeg. Na kritiek en klachten van parlementsleden van CSU (zusterpartij van CDU van bondskanselier Merkel) en van de links-radicale Die Linke besliste het Duitse Hof dat Europa de autonomie van de lidstaten niet mag beperken ...
Volgens de CSU-parlementariërs (11 juli) moeten zowel de Bondsdag als de Bondsraad over EU-beslissingen een voor de regering bindend standpunt kunnen innemen. Identiteit gaat voor op integratie. Met het oog op de Duitse parlementsverkiezingen op 27 september is dit een boeiende ontwikkeling, zowel voor de Duitse als voor de Europese politiek. Het arrest kan trouwens ook voor Vlaanderen erg belangrijk zijn.
Volgens het arrest van 30 juni is het Verdrag van Lissabon niet strijdig met de Duitse grondwet, maar waarborgt de ratificatiewet onvoldoende de rol van het Duitse parlement in de EU-besluitvorming. Duitsland mag de ratificatieoorkonde niet neerleggen zonder die waarborg. Het Hof beklemtoont het belang van de scheiding der machten. Het ziet de EU als een gemeenschap van staten waarin de uitvoerende macht ook de wetgevende macht uitoefent. Het Europees Parlement beschikt slechts over enig medebeslissingsrecht.
Bepaalde EU-maatregelen moeten in de Bondsrepubliek ontoepasselijk kunnen worden verklaard. Bepaalde uitspraken van het Europees Hof van Justitie moeten kunnen worden vernietigd. Het arrest betwist dus dat gemeenschapsrecht zou primeren op nationaal recht. Subsidiariteit is voor Karlsruhe zeer belangrijk. Voor het Duitse Hof is de EU geen staat, maar een Unie van soevereine staten. Duitse soevereiniteit primeert dus op EU-soevereiniteit . Europees recht geldt in de Duitse Bondsrepubliek slechts met de instemming van het Duitse parlement dat elke verdere stap in de Europese integratie moet goedkeuren, ook al is die ondertussen al in het Verdrag van Lissabon ingebouwd.
Kerntaken
Als het gaat om de overdracht van bevoegdheden die tot de ‘kerntaken’ van de Duitse staat behoren, eist het Hof zelfs een referendum . In de CSU gaan stemmen op in die zin. Tot de kerntaken behoren: nationaliteit, burgerlijk en militair gezagsmonopolie, innen en besteden van belastingen, aangaan van leningen, strafrecht, cultuur, taal, gezinsbeleid, onderwijs, recht van vergadering (inclusief politieke partijen), en de vrijheid van mening, pers, godsdienst en levensbeschouwing. Duitsland moet dus in staat blijven zijn eigen politieke, economische, culturele en sociale bestel uit te bouwen, wat de EU-integratie beperkt.
Het Hof acht dus alleen de lidstaten bevoegd om EU-verdragen te sluiten of te wijzigen. Het Duitse parlement moet hier op zijn medebeslissingsrecht staan. Zelf wil het Hof daarop toezicht houden. Centraliserende tendensen binnen de EU zijn fout en identiteit gaat vóór integratie. Geen Verenigde Staten van Europa dus, zonder de uitdrukkelijke instemming van de Duitse burgers. Alleen de in de Unie verenigde volkeren hebben grondwetgevende bevoegdheid en dit moet ook zo blijven zolang de EU geen Bondsstaat is.
Democratisch tekort
Een Europees Parlement met meer bevoegdheden kan het democratisch tekort in de EU iets milderen, maar niet opheffen. Het EP is immers geen soevereine vertegenwoordiging van een virtueel Europees volk maar een supranationaal orgaan waarin niet het enkelvoudig stemrecht maar het aantal mandaten dat elke lidstaat toekomt, het stemgewicht bepaalt. Daardoor weegt een Duitse stem merkelijk minder dan bijvoorbeeld een Maltese.
Wil Duitsland inzake de ratificatie van het Verdrag het EU-tijdschema van kracht laten worden, dan moeten de Bondsdag (op 8 september) en de Bondsraad (op 18 september) een nieuwe wet aannemen. Hiervoor is evenwel een tweederdemeerderheid nodig, waarvoor de CSU onontbeerlijk is. Het wordt dus uitkijken naar wat de CSU-politici zullen doen. Zij vinden dat de Duitse Bondsrepubliek het Verdrag van Lissabon slechts mag ratificeren ‘overeenkomstig het arrest van het Grondwettelijk Hof’. Duitsland kan dus voortaan een moeilijker EU-partner worden.
Vlaanderen
Voor Vlaanderen – als Belgische deelstaat of als EU-lidstaat – is wat er in september in Duitsland gebeurt, derhalve niet zonder belang. Waakzaamheid van de kant van de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement is dus geboden. Het Vlaams Parlement, dat in België (Europees) op gelijke voet staat met het federale parlement, moet dit prerogatief ten volle benutten en er niet laten aan morrelen door de oprichting van een paritaire senaat.
De Vlaamse stem moet Europees sterk(er) in de besluitvorming doorklinken, vooral op gebieden waarvoor Vlaanderen zelf bevoegd is. Dat het Duitse Hof de EU ziet als een Unie van soevereine staten (1), identiteit verkiest boven integratie (2) en subsidiariteit beklemtoont (3) is ook voor Vlaanderen van grote betekenis.
1. http://www.bverfg.de/entscheidungen/es20090630_2bve000208en.html (147 blz.) 2. Bij uitbreiding geldt dit ook voor alle overige lidstaten. 3. §179 van het arrest. 4. § 249 van het arrest. 5. De Duitse Länder menen dat de Bondsregering Europees niet eigenmachtig kan optreden in zaken die tot hun kerntaken behoren (gezinsbeleid, strafrecht, regionale aspecten van de binnenlandse veiligheid, ...).Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
