Jules Gheude (essayist): België is morsdood

6 mei 2005. De krant Le Soir publiceert mijn opiniestuk “België ligt op sterven”. Ik schreef toen het volgende: ‘Er is in het noorden van het land een groot potentieel aan stemmen die de splitsing van BHV eisen en meer algemeen de overheveling van nieuwe belangrijke bevoegdheden naar de gewesten willen. Als dit werkelijkheid wordt, zal het Belgische koninkrijk zich letterlijk in verregaande staat van ontbinding bevinden. (...) Bij gebrek aan een overeenkomst met de Franstaligen over de gewenste institutionele hervormingen, zouden de Vlaamse politici evengoed geneigd kunnen zijn de krachttoer via hun eigen parlement te bewerkstelligen. Zij beschikken daartoe over de democratische legitimiteit en op het eerste gezicht zou niets kunnen beletten dat een meerderheidsstemming tot de afkondiging van een soevereine Vlaamse Staat leidt. Daarin zou het francofone afwijzingsfront kunnen uitmonden’.
De verantwoordelijke Franstalige politici dragen de verpletterende verantwoordelijkheid van niet te hebben gezien of niet te hebben willen zien dat Vlaanderen zich, in de loop der decennia, opwierp tot een echte natie. ‘Wij dachten dat dit alles maar folklore was’, verklaarde zelfs minister Paul Magnette.
In 1947 stelde Jean Rey vast dat het wanneer een eenheidsstaat wordt opgeruid door een nationalistische beweging, dit altijd uitloopt op een splitsing (...) en dat de wijsheid hierin bestaat dit tijdig in te zien. (2)
François Perin was iemand die dit wél tijdig inzag. Op 26 maart 1980, nam hij op spectaculaire wijze ontslag als senator en verklaarde: ‘Ik slaag er niet meer in, om in geweten, verder te geloven in de toekomst van ons land. (...) België lijdt aan drie, ongeneeslijke en onomkeerbare ziekten. De eerste ziekte is het Vlaamse nationalisme. Hij koos vervolgens – politiek geïsoleerd - opnieuw voor de ‘onverdraagbare waarheid’ waaraan de Franstalige politici, vastgeroest in de politico-electorale passies, geen aandacht meenden te moeten besteden.
Vandaag zijn de feiten duidelijk: de ziekte overwint de patiënt. België is dood, morsdood!
De Wever en De Gucht
De Franstalige opinie zou een grove fout maken te denken dat het met het nationalisme in Vlaanderen nogal meevalt en dat enkel Bart De Wever een probleem vormt. Karel De Gucht speelt hetzelfde spel, maar leper. Op 6 november 2002 zie hij op VTM: ‘België is op termijn veroordeeld om te verdwijnen, in rook op te gaan, en dit, zonder intussen nog enige meerwaarde aan Vlaanderen bij te brengen.’ Hij is het ook die, tijdens de onderhandelingen op Hertoginnendal, ermee dreigde om de geldkraan voor de Franstaligen dicht te draaien. Hij is het die het telkens had over de staatsgrens terwijl hij naar de taalgrens verwees. En vandaag verklaart hij dat - op termijn - de wet van het aantal het steeds zal halen.
Die houding is niet nieuw. In zijn persoonlijke nota’s legt François Perin uit dat, na het mislukken van het Egmontpact in 1978, zijn inspanningen om tot een institutioneel akkoord in de schoot van de liberale familie te komen hebben stuitten op de onverzettelijkheid van de PVV-tenoren: Noch Willy De Clercq noch Vanderpoorten gaven teken van enige toegeeflijkheid. Ze dachten enken aan het dwarsbomen van de CVP en de Volksunie.
Vandaag is er opnieuw sprake van een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap, zonder er zich rekenschap van te geven dat Vlaanderen al koos voor de overstap van deelstaat naar nationale staat.
Zo spreekt Philippe Moureaux (PS) over confederalisme als een vorm van ver doorgedreven federalisme, terwijl de deskundigen in internationaal recht eraan herinneren dat het begrip enkel kan slaan op staten die nà onafhankelijkheid willen afspreken over bepaalde vormen van samenwerking.
Didier Reynders (MR) stelt dat een grondige staatshervorming voor de regionale verkiezingen van 2009 onmogelijk is. Zo negeert hij dat Vlaanderen haast heeft en zo snel mogelijk maximaal wil beschikken over de nodige socio-economische hefbomen om zo het hoofd te kunnen bieden aan uitdagingen zoals de vergrijzing en opnieuw de top-5 van de meest welvarende regio’s van Europa te halen.
De enige denkbare onderhandeling die nog kan slagen wordt die over de verdeling van de erfenis van de overleden staat. Tot zolang moet Wallonïe zich dringend verzamelen in een Staten-Generaal, om de toekomst uit te tekenen. Kiest Wallonië voor onafhankelijkheid (1), voor een staat Wallonië-Brussel (2), voor een hereniging met Frankrijk (3) of voor de vereniging met een andere Europese component dan Frankrijk. Dit staat in het Manifest dat door Didier Melin, Thierry Ollevier, Claude Thayse en mijzelf verspreid werd op 15 februari dit jaar. (3)
Zelf ben ik voorstander van de hereniging met Frankrijk.Volgens een opiniepeiling van Le Soir en La Voix du Nord (aug.) wil ook 49 procent van de Walen dat. En 60 procent van de Fransen ziet dat wel zitten. Beide partijen zouden voordeel uit de operatie kunnen halen. Frankrijk wordt groter en krijgt meer inwoners, dicht zo de kloof met Duitsland en wint aan gewicht binnen de EU. Veertig procent van de Waalse bedrijven zijn nu al Franse bedrijven. Binnen Frankrijk zou Wallonië inzake BBP de achtste van 33 regio’s zijn, wat export betreft de derde na Ile de France en Rhône-Alpes. Binnen Frankrijk zou Wallonië zich heel snel tot een welvarende regio kunnen ontwikkelen, de economische solidariteit in Frankrijk is immers heel groot.
Jules Gheude, politiek essayist (1)
(1) Laatst verschenen werken: De ongeneeslijke Belgische ziekte onder het ontleedmes van François Perin (uitgeverij Mols, 2007) en De keuze van Wallonië (Mols, 2008).
(2) Pourquoi Pas?, 25 april 1947.
(3) www.etatsgenerauxdewallonie.net.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
