De lokroep van de interregionale mobiliteit

Tussen droom en daad ...
De lokroep van de interregionale mobiliteit
Op maandag 14 juli vond op het kasteel van Terhulpen een “banenconferentie” annex politieke hoogmis plaats waaraan vier regionale regeringen deelnamen en die mee werd gechaperonneerd door federaal minister van Werk Milquet. De bestaande samenwerking tussen de gewestelijke arbeidsdiensten werd “verankerd” en nieuwe gezamenlijke beleidsinitiatieven werden aangekondigd om de veelgeprezen interregionale mobiliteit op de arbeidsmarkt te verhogen. Ten behoeve van de aanwezige excellenties waren tal van cijfers bijeengebracht over de inspanningen die de voorbije jaren al werden geleverd. Stak niet in de bundel: een overzicht hoeveel vacatures er daadwerkelijk ingevuld zijn door werkzoekenden uit andere gewesten. En zolang dat er niet is, praat men feitelijk in het ijle.
Al in 2003 werd op een werkgelegenheidsconferentie besloten een samenwerkingsakkoord tussen de gewesten en gemeenschappen uit te werken. Dat kwam er in 2005. Grote lijnen: een automatische informatieuitwisseling van knelpuntvacatures, een uitwisseling van cursisten, en een samenwerking om herstructureringen en collectieve ontslagen op te vangen (cf. Volkswagen Vorst en Carrefour). Concreet was het de bedoeling om jaarlijks 50 000 Waalse werklozen klaar te stomen voor de invulling van 5000 jobs in Vlaanderen, en 6000 Brusselse werkzoekenden voor 1000 banen in de Vlaamse Rand.
Gefaald?
Die doelstellingen zijn tot nu toe absoluut niet gehaald. Eerder dit jaar maakte de Forem (de Waalse VDAB) gewag van 200 Waalse werklozen die in het kader van grensoverschrijdende begeleiding een job in Vlaanderen hadden gevonden. De VRT had het naar aanleiding van de banenconferentie in Terhulpen over enkele tientallen geplaatsten. De Standaard citeerde recent (klaarblijkelijk op gezag van de VDAB) het cijfer van 318 Walen die via de Forem in Vlaanderen aan de slag gingen. Maar officiële tabellen over de resultaten zijn er niet, of worden in elk geval niet vrijgegeven. Omdat er op het terrein nog geen duidelijke monitoring is, en omdat er tussen droom en daad zoals gewoonlijk heel wat obstakels in de weg staan en praktische bezwaren.
Nochtans oogt een aantal andere cijfers best indrukwekkend. De automatische uitwisseling van vacatures liep in 2007 in de tienduizenden. De VDAB stuurde vorig jaar 62 738 vacatures naar Forem en 65 287 naar Actiris (de Brusselse bemiddelingsdienst). Zowel voor taal als voor technische opleidingen vinden heel wat uitwisselingen tussen de regio’s plaats: zo volgden in 2007 meer dan 2400 cursisten een opleiding in een andere regio dan waar ze wonen. En het voorbeeld van de intergewestelijke crisiscellen bij Volkswagen en Carrefour (sluiting van 16 supermarkten) werd uitgebreid naar kleinere collectieve ontslagen. In meer dan 20 dossiers van herstructurering werd of wordt er intussen samengewerkt.
Knelpunten
Maar de kers op de taart ontbreekt dus nog. Knelpunten: - de taalkennis van veel Waalse en Brusselse werkzoekenden beantwoordt niet aan de taalvereisten van de Vlaamse werkgevers; - er is in veel gevallen een duidelijk gebrek aan motivatie, in het ambtenarenjargon ‘een psychologische barrière om over de taalgrens een job te zoeken’; - soms zijn Vlaamse werkgevers terughoudend om Waalse en Brusselse werklozen aan te werven; - En er is het reële probleem van onaangepast of niet-bestaand openbaar vervoer.
Gemengde teams
Daarom hebben VDAB en Forem een nieuw actieplan uitgewerkt. Ze gaan 9000 Waalse werklozen in een pool samenbrengen (“mobiele arbeidsreserve”) die van dichtbij worden gevolgd, gescreend en begeleid. Wat zijn hun technische en taalkundige vaardigheden? Hoe kan daar aan worden gesleuteld? Sinds midden mei zijn er zogeheten gemengde teams van VDAB en Forem aan de slag (29 VDAB- en 29 Forem-medewerkers) met hoofdkwartier in Luik, Sint-Pieters-Leeuw en Moeskroen.
Forem organiseert bovendien van 30 september tot 8 oktober in heel Wallonië een ‘week van de tewerkstelling’. Daarbij worden overal in het Waalse gewest zogeheten jobsalons gehouden. De VDAB organiseert in dezelfde periode een reeks banenmarkten in Vlaanderen. Als werkzoekenden daar nu meer komen doen dan enkel een bewijsje vragen dat ze een inspanning leveren om aan werk te geraken, dan gaat het misschien de goede richting uit. Aan de andere kant moeten we opmerken dat, ondanks de grote arbeidsreserve, ook Waalse en Brusselse bedrijven het vaak moeilijk hebben om kandidaten te vinden voor een reeks knelpuntberoepen. De Vlaamse bedrijven vissen dus vaak mee in dezelfde vijver.
Vervoer
De Lijn en de andere regionale vervoersmaatschappijen doen inspanningen om de capaciteit en het aanbod aan openbaar vervoer uit te breiden, en op termijn een aantal nieuwe lijnen te organiseren. In september start een proefproject met ‘collectieve taxi’s’ om Brusselse werknemers buiten de normale uren van het openbaar vervoer hun werkplek of woonplaats te laten bereiken. En Joëlle Milquet broedt nog altijd op een mobiliteitspremie voor werknemers die bereid zijn zich over een langere afstand te verplaatsen om aan de slag te gaan. Er is nieuw overleg aan de gang met vakbonden en werkgevers.
Besluit: als de ‘interregionale mobiliteit’ meer wil zijn dan enkel een sirenenzang om de Belgische omhelzing in stand te houden, moeten er dringend resultaten worden geboekt. En die resultaten moeten duidelijk aantoonbaar en zichtbaar zijn. Anders stopt men best met het inrichten van politieke hoogmissen op kosten van de belastingbetaler.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
