Kakkewieten ploeteren voort
Met de moed der wanhoop ploeteren “onze kakkewieten” voort. Het beeld is van Meervoud-hoofdredacteur Christian Dutoit in Knack (9 juli). Het beeld zou het best passen op de drie bemiddelaars, maar Dutoit gebruikte het als metafoor voor de onderhandelaars in een weinig verheffend schouwspel dat een jaar eerder – na de federale verkiezingen van 10 juni 2007 – was begonnen. Een drama in veel bedrijven, waarin werkelijk niéts is gebeurd, met vermoedelijk een boeiend slot, straks in september.
15 juli was op de politieke kalender gezet bij de start van de regering Leterme I in het voorjaar. De ‘grote staatshervorming’ waarmee het kartel voldoende kiezers had overtuigd om als eerste over de verkiezingsstreep te komen, ging even niet door.
Dat ‘de limieten van het louter federale overlegmodel zijn bereikt’ (dixit Leterme) zou wel eens de belangrijkste communautaire uitspraak van 2008 kunnen zijn. Maar ze stond wel haaks op het daarop volgend voorstel: de afspraak over “keerpunt-15 juli” schrappen en de staatshervorming omleiden naar het regionale niveau (op de schouders van Vlaams minister-president Kris Peeters).
Hiermee reed Leterme zich klem. Even maar. Een ommetje langs het koningshuis kon hem misschien depanneren. In welke mate dit manoeuvre (ontslag/geen ontslag) een doorgestoken kaart was, is niet duidelijk.Was het een soloslim of een binnen CD&V “doorgesproken” uitstelregeling? Het conflict tussen de Vlaamsgezinde fractie en behoudsgezinden rond vakbond en oud-premiers is binnen CD&V nog niet uitgeklaard.
Voor zover we weten zegt de koning op zulke momenten wat de premier wil. En derhalve heeft Leterme zijn eigen ontslag aangekondigd en vervolgens weer afgeblazen.
Schenking
Hiermee was het probleem niet opgelost. Het Paleis schonk het land drie bemiddelaars: de Franstalige Brusselaar François-Xavier de Donnea, de Waalse ex-minister Raymond Langendries en de minister-president van de Duitstalige gemeenschap Karl-Heinz Lambertz zouden ‘nagaan’ of een institutionele dialoog kon worden ‘opgestart’ .
Franstalige toppolitici loven ‘de staatszin’ van Leterme, want ‘het sociaaleconomische is prioritair’. Zo prioritair dat ze na onderlinge knokpartijtjes al meteen eisten dat de dialoog zou worden gevoerd met de drie gewesten en de drie gemeenschappen van het land (Vlaanderen 1 – Franstaligen 4). De bemiddelaars zouden ‘einde juli’ rapporteren en de onderhandelingen begin september starten.
Niet helemaal ontspannen reageerde CD&V-voorzitster Marianne Thyssen ‘tevreden’ op de demarche van Leterme (de koning), maar van uitbundigheid was geen sprake. Ze hamerde op ‘garanties’ tegen het ‘op de lange baan’ schuiven. ‘Over minder dan twee weken weten we waar we staan’.
16 juli: de Waalse schreef
Indrukwekkender, maar weinig benadrukt in de Vlaamse pers, was de (re)actie van de Franstaligen. Op 16 juli keurden ze in het Waals Parlement hun resoluties goed. Big Brussel wordt hun troefkaart (federalisme met drie, volwaardige gewesten, de federatie Wallonië-Brussel, uitbreiding van Brussel) in het steekspel om taal en grenzen. Solidariteit hun “bevel” richting Vlaanderen als het om de knikkers gaat (unitaire sociale zekerheid, financieringswet als kanaal voor de geldstroom, geen fiscale concurrentie).
De Vlaamse oppositie reageerde scherp, maar – voorlopig – machteloos. ‘De overtreffende trap van kiezersbedrog’, met ‘met de koning als handpop’ en zonder oplossing voor BHV en staatshervorming, schreven Geert Lambert en Bettina Geysen (Vl.Pro).
De sp.a spotte met “oud-strijders” die de brokken moeten lijmen, solliciteerde om ‘constructief mee te werken’, maar pleitte tegelijk bij aanslepende crisis voor verkiezingen. Kamerfractieleider Peter Vanvelthoven noemde Leterme omwille van zijn koninklijke vlucht over 15 juli ‘een gevaar voor de democratie’.
Vlaams Belang vond de ontwikkelingen ‘hallucinant en onaanvaardbaar’, Jean-Marie Dedecker (LDD) suggereerde om na dit ‘hilarische uitstel van executie’ met drie krokodillen aan Kabila of aan de burgemeester van Oostende te vragen om te bemiddelen. Ook VB en LDD vragen nieuwe verkiezingen.
Ook de Vlaamse kranten waren “dubbelzinnig” scherp. ‘Drie Franstaligen om te doen alsof de Franstaligen het menen ...’, aldus Luc Van der Kelen (HLN, 18 juli). ‘Een pathetisch schouwspel’ en ‘een schijnmanoeuvre van Leterme om zijn eigen partij een compromis te doen slikken’, vond Yves Desmet. Nog in De Morgen (19 juli) had Hugo Camps het over ‘figuranten van de wanhoop’, Liesbeth Van Impe over ‘een politieke truc’ van ‘een regering die gaat tenonder ging in drijfzand, niet in een tsunami’.
Waarom dubbelzinnig? Omdat die kranten vooral treurden omdat het kartel vooralsnog stand hield en de vakantie zou overleven.
Dat de Franstaligen na maanden ‘non’ nu hoog inzetten op meer Vlaams geld (solidariteit) en grondgebied (Brussel en Rand) was daar nauwelijks een punt. Veel liever pookten ze in de wonde van het kartel. Vuilbekcolumnist Camps vulde de voorpagina met geschimp op ‘plattelandsfrustraten en schismazieke ijdeltuiten’, ‘benepen populisten’, ‘staatsverlaters’, ‘amateurs van de ondergang’ met een ‘wellustig balkangevoel’. ‘Durft er nog wel iemand zijn schouders zetten onder deze eenheidsstaat?’, smeekte hij. De Morgen, de krant die durft ...
Een andere taal in Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. ‘Mogen we de Franstaligen geloven? Eerlijk gezegd, néén. Ze hebben ons een jaar lang belogen en bedrogen. Ze hebben een jaar lang gezegd dat ze bereid waren tot praten. Waarom zou dat in een confederale dialoog anders zijn?’, aldus Eric Donckier. Hij ziet nog kansen voor ‘een laatste dialoog’, tot juni 2009, maar tegelijk moeten de Vlaamse partijen ‘de onafhankelijkheid van Vlaanderen voorbereiden'. Lukt de confederale dialoog richting het nieuwe België niét, ‘dan is het alternatief klaar en hoeven we daarna geen tijd meer te verliezen’ (HBVL, 17 juli).
Naar 30 juli: een sisser
Onder meer De Tijd (19 juli) publiceerde een indrukwekkend overzicht van niet gehaalde deadlines. En inderdaad, na 15 juli kwam 31 juli. Aanvankelijk als datum vooropgeschoven door de koning, werd dit even het laatste bod van N-VA, de ‘blessuretijd van de blessuretijd’, sloeg Bart De Wever op de trommel.
N-VA voelde de externe hoon en de opwaartse interne druk in eigen partij en in de Vlaamse Beweging om de positie te verscherpen, maar was even vergeten dat centraal in de vakantie geen kat te mobiliseren valt.
Leterme verzuurde richting N-VA en wuifde zijn nieuwe deadline weg, met vage remblokjes als ‘verantwoordelijkheid opnemen’ en afkondiging van verlengingen onder het motto ‘men mag niet kiezen voor de chaos’ (Kamer, 23 juli). ‘Een kopie van de door hem zo fel bekritiseerde Guy Verhofstadt’, aldus Patrick Martens (Knack, 30 juli). ‘Peeters zal moeten zien dat hij politiek niet besmeurd wordt als Leterme bis de politieke en institutionele chaos van de voorbije maanden voortzet’.
Maar ook de Vlaamsgezinden binnen CD&V reageerden bij monde van Luc Van den Brande en vijf voorwaarden voor een dialoog (DS, 18 juli). Een pleidooi voor confederalisme, dat voor de lente van 2009 moet verankerd zijn (via art. 35 van de Grondwet).
Retrodag 21 juli
Op de federale feestdag zegt de koning daar al het zijne over. Zijn toespraak ruikt naar restauratie en naar Boudewijn. ‘De scheiding der geesten is geen fataliteit. Eenheid en verdraagzaamheid, met eerbied voor de identiteit van elke gefedereerde entiteit, zijn de enige uitweg in onze democratische samenleving.’ Dat de ‘échte’ problemen waarnaar hij verwijst (tewerkstelling, veiligheid, onderwijs, Europese eenmaking, onderwijs, beroepsvorming, werkgelegenheid, sociale huisvesting, de strijd tegen de mensenhandel, zelfmoordpreventie, jeugddelinquentie, ontwikkelingssamenwerking en klimaataspecten ... ) precies kristalliseren rond communautaire menigsverschillen, is in Laken nog niet doorgedrongen. Bovendien gaat het in de meeste gevallen om deelstaatmateries, merkte Guy Tegenbos op (DS, 23 juli).
Ook het establishment mat zich uit in behoudsgezinde interventies. Die komen er van de toplui van vakbond en VBO. Kardinaal Danneels schakelde zelfs God in om het land te redden. ‘Laten we bidden dat de heer ons land zegent, zodat er vrede heerst en er een goede verstandhouding is tussen de gemeenschappen en tussen alle burgers’.
Geen tovenaars
Terug naar de werkelijkheid. Vooral Karl-Heinz Lambertz (‘We zijn bemiddelaars, geen tovenaars’, DS 22 juli) was de musketier die de Vlaamse opinie moest in slaap masseren en het kartel uiteenspelen.
Bart De Wever verlegde stilaan de deadline van 30 juli naar de bijeenkomst van zijn leden. ‘Na de vakantie, wellicht ...’ De frustratie op sommige redacties is enorm, want nog is het kartel niet gesplitst ... Dat de deadlines van 15 juli en 30 juli niet onmiddellijk van de N-VA komen (maar resp. van Schouppe en van de koning), vervaagt in de beeldvorming, niet het minst omdat De Wever ze graag overnam als prikklok voor ‘spijkerharde garanties’.
N-VA wordt de boksbal van de oppositie en De Wever ‘het loze vissertje’, dat niks krijgt van Leterme. ‘Hij is enkel een kampioen in ontslag nemen’, klinkt het vernietigend.
Het Hof (lees: Yves Leterme) verlengde de opdracht van de drie bemiddelaars tot ‘de tweede helft van september’. Het “niets” dat ze hadden bereikt, verpakten ze in een hilarisch nieuw woord, waar je kaken van breken: uiterlijk begin oktober zou iet er zijn: de “interinstitutionele dialoog”. ‘De meest onuitsprekelijke en nietszeggende lettercombinatie sinds de kat die de krollen van de trap krabt’, aldus Jan Segers (HLN, 1 aug.).
Meteen zat het er bovenarms op. Een dialoog met wie? Met iedereen blijkbaar ... Een resultaat wanneer? Evenmin niet uitgeklaard. ‘Na het redden van de nationale feestdag is de kolderbrigade er nu ook in geslaagd de vakantie van de excellenties te redden’, spotte Jean-Marie Dedecker (DM, 1 aug.)
De reddingsboei: 7 voorwaarden
Dat dergelijk gesjoemel nogal wat kiezers op de zenuwen zou werken, hebben ze bij het kartel wel tijdig ingezien. De Wever én Thyssen formuleerden zeven voorwaarden waarmee ze de communautaire lat weer op behoorlijke hoogte hebben gelegd.
Het kartel van zeven voorwaarden wil ‘een confederale staatsstructuur waarbij het zwaartepunt bij de deelstaten ligt’. Maar wat houdt dat in?
· Met een dialoog met open agenda die moet starten ‘tegen einde parlementair reces’, resultaten moet boeken ‘voor de regionale verkiezingen van 2009’ en moet leiden tot een .grondwetswijziging kun je alle kanten uit, ook de kant van de absolute stilstand. · Hetzelfde geldt voor wie aan tafel mag of moet: ‘van gemeenschap tot gemeenschap’ (Peeters-Demotte), maar ook ‘Brussel’ en ‘alle parlementen’ en ‘de federale regering’. · De vraag is eerder: wie niet? Ook van ‘financiële en fiscale verantwoordelijkheid’ kunnen light- of miniversies worden uitgedokterd. · Het benadrukken van ‘solidariteit’ (lees: transfers) is de pasmunt in de achterzak van het kartel. · Iets ingewikkelder wordt het met de principes: ‘territoriale integriteit’ (geen uitbreiding Brussel of gemorrel aan taalgrens) en de eis dat ‘de parlementaire procedure over de splitsing van BHV’ doorloopt (geen initiatieven van de federale regering).
Het cdH was er als de kippen bij om vijf tegenvoorwaarden te stellen, met voorop weer de centenkwestie (‘geen gemorrel aan de sociale zekerheid’, ‘geen fiscale concurrentie tussen de gewesten’) en het aan Vlaanderen opgedrongen taboewoord ‘interpersoonlijke solidariteit’. Een hervorming van de financieringswet ‘mag de noden van Brussel en de Franstaligen niet vergeten’, aldus de bedelmotie. Vrij vertaald: nog maar eens ‘langer en meer los-geld’ en geen staatshervorming die naam waardig.
Mochten onoplettende Vlamingen dit al accepteren dan is er nog de eis om ‘de rechten van de Franstaligen in (sic.) en rond Brussel te waarborgen’. Vrij vertaald: geen splitsing van BHV (zonder uitbreiding van Brussel).
En dan is er nog Leterme
Dat Leterme zal vechten voor zijn vel mag dan al waarschijnlijk zijn. Helemaal zeker weet je met hem nooit. In zijn grote vakantie-interviews (o.a. DS, 2 aug.) blaast hij warm en koud: ‘Sommigen hebben bijna veertien maanden lang catenaccio gespeeld in de overtuiging dat de Vlamingen wel van mening gingen veranderen. Maar het is ons menens. Wij houden voet bij stuk’... ‘Ik heb werkelijk àlles over voor een staatshervorming’...‘De onderhandelaars moeten de N-VA overtuigen dat hun voorstel ver genoeg gaat. Wel, ze moeten mij ook overtuigen hoor.’... ‘Cruciaal is en blijft dat er resultaat moet worden geboekt op het vlak van de staatshervorming...’... Ik geef niet op voor er een staatshervorming is... Het is niet omdat er nu weer een deadline voorbij is dat we onze hardnekkigheid moeten laten verdampen.’
Veel rook zonder vuur? Het ziet ernaar uit. Eerder al werd veel gebakken lucht verkocht rond de eerste fase van de staatshervorming. Wie nog weet wat erin staat, mag het zeggen. Bovendien wil Leterme ‘geen deadlines meer’ en wil hij het probleem verschuiven naar een soort Costa (‘Het resultaat is het enige wat telt. En dat zal worden onderhandeld door de gemeenschappen en gewesten zelf’...). Wat kort gezegd: een façade rond een Belgisch status-quo, is het dat wat hij wil?
Karl-Heinz Lambertz is ondertussen ontspoord van bemiddelaar tot tovenaar. En wel een die de ambities van de grootste Vlaamse partij wegtovert. Zot van mediaglorie verschoof de Duitstalige socialist de staatshervorming al naar 2010. ‘Wie het anders zegt, kent niets van politiek’. Leterme vond dat niet aardig ... En dat was het dan. Belgien und kein Ende?
Balans
Op 21 september komt N-VA samen om ‘de balans op te maken van veertien maanden onderhandelen’. De taal van De Wever laat de leden maar één optie: uit de regering stappen, aldus Bart Sturtewagen (DS, 1 aug.). Midden september ligt er een inhoudelijk heel wat zwaardere deadline dan die van 31 juli’ ...
Hooguit kan De Wever zijn leden vragen het knipmes door te schuiven richting CD&V. Marianne Thyssen zei dat haar partij pas in september kan oordelen, maar ze tekende toch vooral wolkjes over een ‘kader voor de dialoog ... een perspectief op een staatshervorming’. Interessant was haar bericht dat ‘CD&V niet nog eens zijn beste mensen het veld op zal sturen, als het nergens heen leidt’.
Hoe dan ook, het lijkt er sterk op dat Leterme nu echt moet kiezen: premier zijn van een dood land of zijn centrumpartij voor jaren een versterkte koppositie geven in een nieuw Vlaanderen. Leterme lijkt te kiezen voor het verdriet van België. Tenzij ‘Zijne Hardnekkigheid’ net als op 15 juli teruggefloten wordt door zijn achterban, ‘die in tegenstelling tot de kopman nog niet aan selectief geheugenverlies lijdt’, aldus Jan Segers (HLN, 1 aug.). Wat er ook gebeurt, de (af)rekening is voor Vlaams minister-president Kris Peeters’.
JVdC
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
