België vervluchtigt

15-12-2003 / Marc Platel

‘Doordat elke fase van de staatshervorming onaf bleef en te veel conflictstof onopgelost liet, kwam een dynamiek op gang die van het verdere uiteenrafelen van het land haast een gewoonte maakte. Die centrifugale dynamiek dreigt het federalisme stilaan in een confederaal model te duwen, dat per definitie gedoemd is om België stilaan geheel te laten vervluchtigen’. Zeg dat Marc Reynebeau het gezegd heeft.

De journalist-historicus-auteur-televisie-BV Marc Reynebeau schreef met het boek Geschiedenis van België “een” geschiedenis. Het is zijn persoonlijk zicht op het Belgische gebeuren, geen traditioneel handboek van Belgische politieke geschiedenis zoals dat van auteurs als Theo Luykx of Els Witte. Om hogervermelde al bij al ophefmakende zin over het vervluchtigen van België te vinden, moet de lezer wel de 419 voorafgaande bladzijden willen lezen.

De manier waarop de controversiële auteur dat België van hem bekijkt en beschrijft, is die grote omweg zeker waard. Niet omdat het boek verrassende inzichten geeft of schokkende nieuwe feiten uit de Belgische politiek aan de oppervlakte brengt. Wel omdat Reynebeau het Belgische gebeuren op een wel erg originele manier bloot legt. Hij herleidt de Belgische geschiedenis tot brede verfstroken, met telkens weer verrassende details, die het verhaal niet alleen extra kleur geven maar ook toegankelijker maken.

Zo is zijn benadering van de eerste treinreis in België en de weerslag daarvan op het maatschappelijk leven van de 19de eeuw niet alleen geestig, maar vooral verrassend. Zo zegt zijn verhaaltje over André De Staercke (die liever zijn exclusief Franstalige Belgische diplomatencarrière opgaf dan deel te nemen aan een examen Nederlands) meer dan nog eens honderd bladzijden over de toch zo moeizame vernederlandsing van de Belgische administratie (blz. 349).

Persoonlijk

Dat Reynebeau nogal eens bladzijden vult met politico-sociologische en vooral breedsprakerige persoonlijke beschouwingen (blz 320-333 en 354 en verder) is wellicht te wijten aan het verlangen van de auteur om ook eens een echt dik standaardboek te produceren.

Reyenebeau vergist zich hier en daar in de feiten en verwacht van zijn lezers soms erg veel voorkennis. Uitpakken met bronnen als de ‘links-revolutionaire auteur Albert Aygesparse’ (blz. 234) en het tijdschrift Rupture… Reynebeau moet begrijpen dat zijn persoonlijke bibliotheek niet die van een doorsnee Vlaming is.

Meevaller

Met Reynebeau onder de arm is het natuurlijk uitkijken naar wat er van het “Vlaamse” gebeuren binnen de Belgische grenzen nog overblijft. Het moet gezegd: zelfs dat valt mee. Het duurt wel even - tot bladzijde 123 - voordat de lezer te weten komt dat er in dit land ook Vlamingen wonen en dat die enige moeite hadden en nog altijd hebben met het Belgische bestel.

Het “Vlaamse” gebeuren begint – opvallend – bij de “linkse” studenten Emiel Moyson, een zekere Adolphe Dufranne – de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging weet van zijn bestaan niet af – en Julius Vuylsteke!…

Nogmaals, wie het Reynebeau-boek over “zijn” België leest, neemt geen klassiek geschiedenisboek ter hand. Geert Van Istendael gaf hem trouwens het goede voorbeeld met onder meer Het Belgische Labyrint. Men moet met andere woorden aanvaarden dat de auteur de allerpersoonlijkste expressie verwoordt van zijn allerpersoonlijkste emotie

En dat valt bij Reynebeau inzake de lat-relatie Vlaanderen-België best mee. Hier en daar een Reynebeau-prikje, dat wel. Zijn uitspraak over ‘de kleinburgerlijkheid’ van de Vlaamse beweging (blz. 129), het omschrijven van de Frontbeweging als ‘een mythe’ (blz. 194), de vermanende verwijzing richting Vlaamse opposanten in het pleidooi om de Belgische sociale zekerheid overeind te houden als ‘het sluitstuk van de Vlaams-Waalse solidariteit’ (blz. 388), het zijn maar enkele voorbeelden.

Reynebeau blijft het moeilijk hebben met wat naar zijn aanvoelen het ontsporen van het Belgische samenlevingsmodel betekent. De historicus in hem kent beter dan wie ook de feiten en begrijpt de Vlaamse onvrede met het Belgische systeem. Alleen wil de auteur aan dat begrijpen niet toegeven. De “maatschappelijk geëngageerde journalist” wil zijn persoonlijke opvatting blijven koesteren over wat volgens hem het correcte Belgische systeem is, of zou moeten zijn.

De zin in de inleiding van deze bijdrage zegt dan ook niét dat de auteur zelf ook voor de verdamping van België kiest. De historicus Reynebeau stelt de feiten vast. Met onuitgesproken pijn in het hart geeft de auteur noodgedwongen toe dat het onomkeerbaar die richting uitgaat. Een tweeslachtige houding? Waarom zou dat niet mogen kunnen?

Marc Reynebeau, Een geschiedenis van Belgiê, 448 blz., Lannoo, 29,95 euro, isbn 90 209 4993 4.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.